Gemeenteraad

Donderdag 24 oktober 2019

 

Aanwezig

 

Voorzitter:

Dirk Gerinckx

Burgemeester:

Harry Hendrickx

Schepenen:

Sanne Van Looy, Elisabeth Joris, Dries Van Dyck, Wim Jordens, Wouter Patho

Raadsleden:

Thierry van der Straten Waillet, Katleen Mintjens, Alain De Laet, Alexander Van Loon, Walter Vermeylen, Ingrid Vrints, Paul Van Ham, Kim Geys, Mieke Vermeyen, Peter Lacante, Mieke Laenen, Wim Vervloet, Eddy Krijnen, Gert Peeters, Jolien Vrints, Dries De Vry, Tom Lauryssen

Algemeen directeur:

Sven Brabants

 

Verontschuldigd

 

Raadslid:

Kris Mintjens

 

Overeenkomstig artikel 27 van het decreet lokaal bestuur verlaat Katleen Mintjens, Raadslid, vanaf punt 4 de vergadering.

Vanaf punt 5 vervoegt Katleen Mintjens, Raadslid, de vergadering.

 

 

De gemeenteraad, regelmatig bijeengeroepen door de voorzitter overeenkomstig artikel 22 van het gemeentedecreet, vergadert in het gemeentehuis op 24 oktober 2019.

 

De voorzitter stelt vast dat de raad wettelijk is samengesteld.

 

De voorzitter verklaart de vergadering om 20.06 uur voor geopend voor de behandeling van de volgende punten:

 

OPENBARE ZITTING

Overzicht punten

GR van 24 oktober 2019

 

Gemeenteraad - notulen en zittingsverslag zitting 26 september 2019 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De vorige gemeenteraadszitting vond plaats op 26 september 2019. De ontwerpnotulen en het ontwerpzittingsverslag die er betrekking op hebben worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 32, 277 en 278 betreffende de opmaak van de notulen

 

Artikel 40, 1ste lid van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, zoals goedgekeurd in zitting van 28 september 2015

 

Motivering

 

De gemeenteraad stelt vast dat de ontwerpnotulen en het ontwerpzittingsverslag van de zitting van 26 september 2019 correct en volledig werden opgesteld.

 

Beraadslaging

 

Voorzitter Dirk Gerinckx geeft toelichting bij onderhavig agendapunt.

 

Schepen Sanne Van Looy komt terug op een vraag van raadslid Paul Van Ham tijdens de vorige gemeenteraadszitting in verband met de verkeerssituatie in de Sint-Jobbaan. Ze geeft toelichting bij de verkeerssituatie en stelt dat deze behouden zal blijven. Het veranderen van de voorrangsregeling zal mogelijk meer onveiligheid met zich meebrengen.

 

Raadslid Alex Van Loon meent dat de snelheid een probleem is. Het sensibiliseren van de steenfabriek zou kunnen helpen.

 

Raadslid Paul Van Ham raadt aan om de situatie toch te herbekijken.

 

Raadslid Wim Vervloet sluit zich aan bij raadslid Paul Van Ham. Bij elke verandering zal er sowieso een aanpassingsperiode zijn, besluit raadslid Wim Vervloet.

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de ontwerpnotulen en het ontwerpzittingsverslag van de gemeenteraadszitting van 26 september 2019 goed te keuren.

 

Overzicht punten

GR van 24 oktober 2019

 

Budgetwijziging BW 1 - 2019 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Het resultaat van de rekening van 2018 moet nog verwerkt worden in het budget 2019. Hierbij worden ook investeringskredieten van 2018 overgedragen naar 2019.

De budgetten voor een aantal exploitatie-uitgaven werden aangepast. Ook de investeringsuitgaven van 2019 werden grondig bekeken en aangepast met het oog op de budgetbesprekingen voor 2020 en volgende jaren.

 

Juridische gronden

 

Besluit van de Vlaamse regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de

gemeenten, de provincies en de OCMW's

 

Besluit van de Vlaamse regering van 23 november 2012 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de OCMW's

 

Ministerieel besluit van 1 oktober 2010 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de

provincies en de OCMW's

 

Ministerieel besluit van 26 november 2012 tot wijziging van het ministerieel besluit van 1 oktober 2010 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten,de provincies en de OCMW's

 

Motivering

 

De budgetwijziging is noodzakelijk om met een zo getrouw en realistisch mogelijk beeld te starten aan de opmaak van het meerjarenplan 2020-2025.

 

Beraadslaging

 

Schepen Wim Jordens geeft toelichting bij onderhavig agendapunt.

 

De gemeenteraad besluit bij 21 ja stemmen en 3 onthoudingen (Alexander Van Loon, Walter Vermeylen, Mieke Laenen)

 

Artikel 1 - de bijgevoegde schema's bij de budgetwijziging BW1/2019 goed te keuren:

 

         schema BW1 - wijziging van het exploitatiebudget:

         verhoging van de uitgaven met 29.911 EUR

         saldo van het gewijzigd exploitatiebudget: 685.278 EUR

 

         schema BW2 - wijziging van een investeringsenveloppe-consolidatie:

         verlaging van de investeringsuitgaven met 1.658.102 EUR

 

         schema BW3 - wijziging van de transactiekredieten voor investeringsverrichtingen:

         overdracht van 5.477.367 EUR uitgavenkredieten van 2018 en verlaging van de investeringskredieten 2019 met 1.658.102 EUR

         overdracht van 1.364.506 EUR ontvangstkredieten van 2018

         saldo van het gewijzigd investeringsresultaat : -4.710.400 EUR

 

         schema BW4 - wijziging van het liquiditeitenbudget:

         het saldo van het exploitatiebudget daalt met 29.911 EUR; van 715.189 EUR naar 685.278 EUR

         het saldo van het investeringsbudget bedraagt na wijziging -4.710.400 EUR, dit is 1.658.102 EUR gunstiger

         het budgettaire resultaat v/h boekjaar wordt 1.628.191 EUR gunstiger en is dan -4.706.585 EUR

         het geraamde gecumuleerde budgettair resultaat van 2017, 2.754.605 EUR, wordt vervangen door de rekeninguitslag van 2018, nl. 5.857.758 EUR

         het resultaat op kasbasis stijgt na overdracht van de investeringskredieten, de inbreng van het rekeningresultaat 2018 en de wijziging van kredieten 2019 naar 1.151.174 EUR

 

         schema B1 - doelstellingenbudget:

         saldo exploitatiebudget: 685.278 EUR

         saldo investeringsbudget: -4.710.400 EUR

         saldo "andere": -681.462 EUR

         er werden enkel bedragen gewijzigd, geen doelstellingen of acties.

 

Overzicht punten

GR van 24 oktober 2019

 

Mobiliteit - permanente aanvullende verkeersmaatregelen - invoering parkeerverbod Turnhoutsebaan ter hoogte van de achterkant perceel Blijkerijstraat 90 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeente Malle ontving een aanvraag van Ramperstad Wandhana om op de Turnhoutsebaan een parkeerplaats te schrappen ter hoogte van de achterkant van Blijkerijstraat 90.

 

Ramperstad Wandhana is eigenaar van het smalle perceel Blijkerijstraat 90. Het eigendom grenst aan de Turnhoutsebaan en zij gaat hier een autostaanplaats bouwen. In de Blijkerijstraat heeft zij geen mogelijkheid om een autobergplaats te bouwen.

Momenteel is er een parkeerplaats voor haar te bouwen autobergplaats waardoor zij regelmatig niet op haar perceel zou geraken met haar wagen.

 

Ruimtelijk gezien mag zij hier een autostaanplaats bouwen indien zij aan de gekende voorwaarden voldoet.

 

Het Agentschap Wegen en Verkeer is wegbeheerder van de gewestweg N12-Turnhoutsebaan, maar het parkeerbeleid is de bevoegdheid van de gemeente.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 40 en 41

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 286 t.e.m. 288

 

Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens

 

Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikels 119 en 130bis

 

Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 16 maart 1968

 

Koninklijk besluit van 1 december 1975, houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg

 

Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald

 

Besluit van de Vlaamse regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en de bekostiging van de verkeerstekens

 

Motivering

 

De Turnhoutsebaan is een gewestweg en het Agentschap Wegen en Verkeer is wegbeheerder.

 

Het parkeerbeleid langs gewestwegen is de bevoegdheid van de gemeente. Ingevolge artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 is de gemeenteraad bevoegd voor het vaststellen van politieverordeningen.

 

De aanvraag voor het invoeren van een parkeerverbod op de Turnhoutsebaan ter hoogte van de achterkant van Blijkerijstraat 90 is gerechtvaardigd zodat het college van burgemeester en schepenen daartegen geen bezwaar formuleert.

 

Deze maatregel zal gesignaleerd worden door het aanbrengen van de nodige wegmarkering, zijnde door middel van schuine arceringen op de parkeerstrook.

 

Beraadslaging

 

Schepen Sanne Van Looy geeft toelichting bij onderhavig agendapunt.

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 – het invoeren van een stilstaan- en parkeerverbod op de N12-Tunrhoutsebaan ter hoogte van de achterkant van het perceel van Blijkerijstraat 90 goed te keuren.

 

Artikel 2 – dat deze maatregel zal gesignaleerd worden door het aanbrengen van de nodige wegmarkering, zijnde door middel van schuine arceringen op de parkeerstrook.

 

Artikel 3 - dit aanvullend reglement ter goedkeuring voor te leggen aan het Vlaamse huis voor de verkeersveiligheid, departement mobiliteit en openbare werken van de Vlaamse overheid.

 

Overzicht punten

GR van 24 oktober 2019

 

Patrimonium - verwerving van eigendom - Matthyssen Ludovicus, Georges en Marc - kosteloze grondafstand in de ontworpen wegzate van het Kort Ossegoor - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 13 augustus 2018 werd het stedenbouwkundig attest nummer 2018/05, afgegeven aan Studiebureel Kris Mintjens cvba namens Matthyssen Ludovicus, Matthyssen Georges en Matthyssen Marc voor het eigendom te Malle, Kort Ossegoor, kadastraal gekend 1e afdeling, sectie B, nummer 476v, waarin onder andere het volgende werd opgenomen: 

"Het gedeelte van het eigendom gelegen in de ontworpen wegzate van het Kort Ossegoor, als inname 16 aangeduid op het rooilijnplan, dient bij de verkoop van het perceel en uiterlijk bij het bekomen van een omgevingsvergunning kosteloos aan de gemeente te worden afgestaan, voor inlijving van het openbaar domein met bestemming openbaar nut."

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41

 

Motivering

 

Notaris Tania Portier te Malle heeft het ontwerp van akte 'verkoop - kosteloze grondafstand' met referentie CB/CB/1943/18-2181851, opgemaakt waarin de clausule betreffende de kosteloze grondafstand is opgenomen.

 

Er werd een opmetingsplan opgemaakt door Studiebureel Kris Mintjens cvba op 18 september 2018.

 

Gemeentebestuur Malle zal ingevolge de grondafstand tweehonderd eenentwintig vierkante meter (221 m²) grond in de ontworpen wegzate van het Kort Ossegoor, aangeduid op het opmetingsplan als lot 2, verwerven en de verwerving van de grond is van openbaar nut.

 

De akte wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd en tot aanvaarding van de af te stane grond.

 

De gemeenteraad duidt een persoon aan welke bij sterkmaking, namens de gemeente Malle, zal optreden bij het verlijden van de notariële akte.

Volgende medewerker van het Notariaat Nouwkens & Portier te Malle wordt voorgesteld:

Mevrouw WYNANTS Carla Jozef Joséphine, geboren te Turnhout op 2 april 1984 (Rijksregisternummer: 84.04.02-114.66), wonend te 2390 Malle (Oostmalle), De Zwaantjes 15.

 

De gemeenteraad heeft op 7 maart 2016 beslist dat eventuele opmetingskosten en aktekosten die gepaard gaan met een kosteloze grondafstand, die voortvloeit uit de lasten van een stedenbouwkundige vergunning voor het oprichten van een eengezinswoning, ten laste worden genomen door het gemeentebestuur.

 

Het opmetingsplan werd opgemaakt in functie van de kosteloze grondafstand en de prekadastratie. Deze kosten dienen door het gemeentebestuur gedragen te worden.

 

De akte werd opgemaakt in functie van de verkoop van het eigendom Kort Ossegoor, kadastraal gekend 1e afdeling, sectie B, nummer 476v. Hierin werd de kosteloze grondafstand opgenomen. Deze aktekosten dienen niet door het gemeentebestuur gedragen te worden.

 

 

Financiële gevolgen

 

 

Budget

Gemeente

Actie

1419/008/001/001/001

Beleidscode

0600

Algemene rekening

61399999

Beschikbaar krediet

14.347,74 EUR

Raming (incl. btw)

580,80 EUR

Vastlegging (incl. btw)

580,80 EUR

Beraadslaging

 

Schepen Sanne Van Looy geeft toelichting bij onderhavig agendapunt.

 

De gemeenteraad besluit bij 23 ja stemmen

 

Artikel 1 – de afstand ten kosteloze titel, aan de gemeente Malle, door Matthyssen Ludovicus, Matthyssen Georges en Matthyssen Marc, van de grond begrepen in de ontworpen wegzate van het Kort Ossegoor, aangeduid als lot 2 op het opmetingsplan opgemaakt door Studiebureel Kris Mintjens cvba te Malle op 18 september 2018, kadastraal gekend 1e afdeling, sectie B, nummer 476v, met een oppervlakte van tweehonderd eenentwintig vierkante meter (221 m²), te aanvaarden.

 

Artikel 2 – dat de grond wordt aanvaard voor inlijving bij het openbaar domein en dat de bestemming bijgevolg van openbaar nut is.

 

Artikel 3 – het ontwerp van akte 'verkoop - kosteloze grondafstand' met referentie CB/CB/1943/18-2181851, opgemaakt door notaris Tania Portier te Malle, goed te keuren.

 

Artikel 4 – dat de grond vrij moet zijn van hypothecaire inschrijvingen en bodemverontreiniging, wat zal moeten blijken uit de daartoe af te leveren attesten, voorafgaandelijk aan het verlijden van de notariële akte.

 

Artikel 5 – volgende medewerker van het notariskantoor van notariaat Nouwkens & Portier te Malle aan te duiden om bij sterkmaking namens de gemeente Malle op te treden bij het verlijden van de notariële akte:

         Mevrouw WYNANTS Carla Jozef Joséphine, geboren te Turnhout op 2 april 1984 (Rijksregisternummer: 84.04.02-114.66), wonend te 2390 Malle (Oostmalle), De Zwaantjes 15.

 

Artikel 6 – de hypotheekbewaarder te ontslaan van de verplichting van het nemen van een ambtshalve inschrijving bij de overschrijving van de notariële akte.

 

Artikel 7 – dat de kosten verbonden aan de opmaak van het opmetingsplan en de prekadastratie ten laste van het gemeentebestuur (de overnemer) zijn en dat de kosten van de notariële akte ten laste van de kopers zijn.

 

Overzicht punten

GR van 24 oktober 2019

 

Ruimtelijke planning - opmaak van een beeldkwaliteitsplan als onderdeel van een gemeentelijk bouwkompas en instelling van een tijdelijke bouwpauze ter realisatie van deze beleidsmatig gewenste ontwikkeling - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Malle is een gemeente met opvallende kwaliteiten. Malle is een landelijke en groene gemeente waar mensen graag vertoeven voor de rust. Onder het motto “waar rust en bedrijvigheid samengaan” is Malle ook aantrekkelijk door de hoge lokale tewerkstellingsgraad vanwege de aanwezigheid van een uitgestrekt bedrijventerrein. Malle is ook een echte scholengemeente. Meer dan 6.000 leerlingen volgen er onderwijs in lagere en secundaire scholen. Dit – samen met de gezellige speelpleintjes en voldoende uitgaansmogelijkheden – maakt dat Malle ideaal is voor gezinnen met zowel jonge kinderen als bijna volwassen kinderen. Tot slot zijn de kernen van Malle – ondanks de rurale ligging – goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Malle is ook interessant om te ontwikkelen voor het realiseren van woningen voor de seniorendoelgroep, mensen die kiezen om geen auto te bezitten, … Tot op heden is ook de autobereikbaarheid interessant.

 

Samengevat is Malle in veel opzichten een aantrekkelijk gebied om te ontwikkelen. De vraag voor het ontwikkelen van meergezinswoningen is de afgelopen periode dan ook sterk gestegen. Op zich is dat geen ongewenste situatie: alleenstaanden – zowel jong als oud -, kleine gezinnen, mensen die er bewust voor kiezen om geen woning met tuin te bezitten, … komen zo aan hun trekken. Wel noodzaakt die toegenomen interesse in Malle en de sterke stijging van aanvragen tot meergezinswoningen, binnen en buiten de dorpskernen, ons om een duidelijke langetermijnvisie uit te tekenen over waar we met ons dorp naartoe willen voor onze én toekomstige generaties.

 

Onze dorpskernen hebben nood aan een kader dat rekening houdt met de eigenheid en de identiteit van onze gemeente, onze twee dorpskernen, en dat dient als een kompas om toekomstige projecten consequent te kunnen beoordelen.

 

Juridische gronden

 

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 40 en 41

 

Vlaamse Codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009, 4.3.1, §2

 

Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Malle van 2 maart 2006

 

Motivering

 

Het gemeentelijk bouwkompas dient te worden begrepen als een verzamelterm van alle instrumenten die bestaan of tot stand komen op vlak van ruimtelijke ordening, dit behelst zowel het richtinggevend als verordenend instrumentarium. Deze zullen op termijn worden gebundeld en fungeren als draaiboek bij ruimtelijke ontwikkelingen in een gemeentelijk bouwkompas.

Het gemeentebestuur van Malle wil klare wijn schenken over de toekomst en de identiteit van ons mooie Malle. Dat Malle een aantrekkelijke gemeente is, onderschrijven we als eersten en willen we vooral zo houden. Bouwexperimenten die de toekomst van ons dorp hypothekeren, omarmen we geenszins. Het bestuur van Malle kiest er niet voor om sterk te groeien of sterk te verstedelijken of om in te zetten op meer verhuisbewegingen vanuit de omliggende gemeenten of de stad richting Malle.

 

Op dit moment zijn er een tiental projecten in ontwerpfase, met telkens een omvang van 20 à 25 appartementen per project. Bovenop de al reeds voorziene demografische stijging, wordt de groei door deze grote projecten enorm groot. Dit heeft ook consequenties voor de gemeente en haar dienstverlening. De druk op het voorzieningenniveau stijgt aanzienlijk. Daartegenover vloeit er in de nieuwe projecten amper iets terug naar de gemeenschap, terwijl ze wel degelijk lasten meebrengen.

 

Ook interessant om mee te nemen is dat uit de woonbehoeftestudie van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Malle blijkt dat op tien jaar tijd (tussen 2000 en 2010) de gemiddelde verkoopprijs in Malle met factor 3,6 is gestegen, de sterkste stijger in de omgeving, met die kanttekening dat de verkoopprijzen in 2000 in Malle wel het goedkoopst waren.

Eveneens een beweging om bij stil te staan is de evolutie van het aantal huishoudens in Malle. Gezinsverdunning is een nieuwe maatschappelijke trend. Het aantal huishoudens in Malle is op tien jaar tijd vermeerderd met 12,3%, een stijging die opvalt tegenover het Vlaams gemiddelde en het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten. In 2008 waren er nog 5.425 huishoudens, in 2017 waren dat er 6.093. Het totaal aantal inwoners van Malle was respectievelijk 14.225 en 15.257. Er is een daling vast te stellen van het aantal inwoners per huishouden. Die tendens zet zich overigens al langer in, zoals blijkt uit de woonbehoeftestudie. Dit kan duiden op een maatschappelijke ontwikkeling (aantal grote gezinnen neemt af), en/ of op meer alleenstaanden en/of op een toename van het aantal appartementen ten opzichte van andere woonvormen (bv. grondgebonden woningen) aangezien appartementen doorgaans minder personen huisvesten. Dit werpt vragen op bij vraag- en aanbod in Malle. Er worden namelijk veel nieuwe meergezinswoningen opgericht.

Inzake beeldkwaliteit stellen we vast dat er daardoor sedert jaren zich een tendens van schaalvergroting voordoet. Deze tendens is vreemd aan het straatbeeld van een dorp en nefast voor de wijze waarop onze inwoners zich met het dorp kunnen identificeren.

 

In dat opzicht werpen we volgende transversale vraagstukken op:

 

1. Wonen op maat van de Mallenaar

 

Idealiter proberen we te sturen naar het type woningen voor de doelgroepen die we in de toekomst in onze gemeente willen huisvesten. Als we ontwikkelingen willen organiseren op maat van de doelgroepen die uit de woonbehoeftestudie naar boven komen dan lijkt het er op – op basis van de woonbehoeftestudie (2014) waarop we ons vandaag baseren - dat we meer compacte appartementen en grondgebonden, doch compacte, eengezinswoningen moeten voorzien.

 

Projecten dienen een voldoende mix aan typologieën te bevatten en deze dienen in hun verschijningsvorm op maat te zijn van het dorp. De architectuur is wenselijk niet vreemd aan de omgeving en laat het daarnaast toe om de relatie tussen private en publieke ruimte te versterken.

Veelvuldige projecten betekenen een verzwaring op de draagkracht van bouwpercelen en hebben bijgevolg een invloed op de identiteit van onze dorpskernen en de leefkwaliteit van de omgeving.

 

2. Het “nieuwe bouwen”

 

Nieuwe en toekomstige ontwikkelingen kenmerken zich door nieuwe beeldkwaliteitskenmerken die vaak veraf staan van de oudere en/of traditionele aanwezige gebouwen. De coherentie van de beeldkwaliteit in bepaalde straten en gebieden wordt daarmee op de proef gesteld.

Het is aangewezen om een beeldkwaliteitsplan/beeldkwaliteitsplannen op te stellen om zo bestaande en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op een duurzame manier met elkaar te verzoenen, en om zo de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente te behouden en te versterken.

 

Beeldkwaliteitsplannen kunnen betrekking hebben op het typische karakter in bepaalde gebieden van onze gemeente. In de kernen is het belangrijk om aandacht te hebben voor dorpsvriendelijke gevels. In woonbosgebieden willen we meer aandacht besteden aan de typische kwaliteiten van die gebieden die als troef gewaardeerd worden. Typologieën die als woonbos beschreven worden, worden stelselmatig verkaveld in kleine percelen, terwijl verdichting buiten de dorpskernen een ongewenste maatschappelijke tendens is. Densifiëring doet afbreuk aan het boskarakter. Bomen vinden nog weinig plaats binnen deze compacte woonkavels.

 

3. Kernversterking, zonder in te boeten op kwaliteit

 

Sinds de aankondiging van het streefdoel van een netto nulgroei van de bebouwde ruimte tegen 2040 (‘betonstop’ in de volksmond) zijn ‘verdichting’ en ‘inbreiding’ modewoorden geworden. Daarmee wordt beoogd om bijkomend ruimtebeslag terug te dringen en open ruimten maximaal te vrijwaren. Ruimtelijk rendement staat echter niet gelijk aan economisch rendement. Toch worden die twee vaak gebruikt onder dezelfde noemer ‘verdichting’. De ‘verdichting’ is vaak van die aard dat een verappartementisering van de kernen én buitenkernen van ons dorp ontstaat. Die holt de identiteit van onze gemeente uit, verhoogt de verkeersdruk in grote mate en vermindert de kwaliteit van het zicht van ons dorp en het publiek domein. Volgens de principes van het 'provinciaal beleidsplan ruimte Antwerpen' (PBRA) is verdichting enkel wenselijk als het gepaard gaat met ontdichting. Verdichting kan een onderdeel zijn van kernversterking, maar is geen conditio sine qua non.

 

Verdichting in de buitenkernen is niet gewenst. Het is daarom nodig om het ruimtelijk uitvoeringsplan eengezinswoningen te herschrijven.

Een kernversterkend beleid is een beleid dat rekening houdt met de dorpsidentiteit van beide deelgemeenten om toekomstige projecten te beoordelen. Daarbij is ook aandacht voor de overgang van kerngebied naar buitenkerngebied en hoe we groene vingers doortrekken tot in de kern zodat het landelijke en groene karakter van het dorp wordt bewaard, versterkt en visueel sterker in beeld komt. Toekomstige projecten worden idealiter gebouwd ‘in de geest van de plek’ en op maat van onze inwoners.

 

4. Bouwlagen

 

Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Malle stelt dat de breedte van de N12 voldoende groot is om vier bouwlagen te verdragen. De precieze zone moet nog wel worden afgebakend, alsook stelt het structuurplan dat de profielen van de andere kernstraten verder onderzocht dienen te worden om na te gaan waar nog dergelijke bouwhoogten kunnen worden gerealiseerd. We kunnen overwegen om op bepaalde punten met hoge knoopwaarde, of beeldbepalende waarde, te bekijken of er eventuele hoogbouwprojecten mogelijk zijn met meer dan de traditionele drie of vier bouwlagen. We kunnen hier de voorwaarde aan koppelen dat dergelijke ontwikkelingen enkel toegelaten zijn wanneer er (bijkomende) (open) ruimte gevrijwaard blijft. Uiteraard moet er steeds draagvlak zijn van de omgeving.

 

5. Beeldondersteunend groen

 

Groene vingers hebben als doel om de relatie tussen het dorp en het groene landschap te behouden. Er moet aandacht zijn voor bestaande en nieuwe groene verbindingen: waterlopen en andere trage wegen zijn wenselijk open te maken. Deze dragen bij aan het informele karakter van een dorp, maar ook aan de belevingswaarde van het landschap of de landelijkheid van een dorp.

Op deze wijze kan ook het speelweefsel worden versterkt.

Het lijkt wenselijk om strengere voorschriften te hanteren inzake groennorm, verharden, aaneenschakelen van gefragmenteerd groen op industrie- en bouwgronden.

Kleine landschapselementen buiten de dorpskern versterken de open ruimte en hebben een ecologische en verbindende functie.

 

Parkeren in tuinen legt een druk op groene ruimte. Hierbij kunnen we in vraag stellen hoe deze op een beeldkwalitatieve wijze in tuinen kunnen worden ingepast.

We stellen vast dat dit niet de meest wenselijke wijze van invulling is van een perceel, echter, stellen we wel vast dat deze vorm het meest adaptief is in de transitie naar minder autogebruik. Verhardingen zijn namelijk sneller verwijderd. Ondergrondse parkings geraken op termijn mogelijk in onbruik en lenen zich minder tot andere functies.

 

6. Ruimte voor bedrijvigheid

 

Het industriepark speelt een belangrijke rol op vlak van werkgelegenheid en economie. Vanwege de aantrekkingskracht op de ruimere omgeving, is het belangrijk om de aantrekkelijkheid van het industriepark te vergroten. De beeldkwaliteit bij verbouwingen, herbouw, uitbreiding, dient een prominentere rol te krijgen. Zo is het belangrijk het industriegebied te bufferen naar haar omgeving, en intern te werken aan beeldkwalitatieve groenstructuren en representatieve bedrijfsgebouwen.

 

7. Publieke ruimte

 

Kernversterking is gericht op het voorzien van voldoende voorzieningen in een kwalitatieve en bereikbare leefomgeving.

Hierbij is het ook belangrijk de nodige zorg en aandacht te besteden aan de inrichting van het openbaar domein. Bankjes, pleintjes, groene vlekken, parken dragen bij tot de sociale cohesie in een dorp. Sociale cohesie kan bewerkstelligd worden door ruimtelijke ingrepen.

Het is dus van uitermate belang om de doelen die we nastreven ook te vertalen in de aanleg van de (semi-)publieke ruimte. Het verblijfskarakter dient te worden versterkt.

 

De wisselwerking tussen openbaar en privé dient ook in de aanleg zorgvuldig benaderd te worden. Harde overgangen tussen beide, kunnen zorgen voor een functionele en infrastructurele aanblik, terwijl het net wenselijk is om de belevingswaarde te versterken.

Een belangrijke kanttekening hierbij is de systematische verharding van voortuinen, grenzend aan het openbaar domein, die voor de grondwaterhuishouding, de capaciteit van het RWA-rioleringsstelsel, hittestress te vermijden zijn, maar daarnaast ook de beeldkwaliteit sterk aantasten vanwege het groen dat verdwijnt uit het straatbeeld.

 

De gewestwegen hebben een historische invloed op de belevingswaarde van het dorp, die tot op vandaag nog steeds een doorgangsbeweging met zich meebrengen. Zowel de gebruiker van het dorp, als de gebruiker van de gewestweg kan baat hebben bij een betere inpassing van deze wegen. Voor de gebruiker van de gewestweg kunnen we streven naar een vlotte doorgang waar aantrekkelijke of interessante zichten tevoorschijn komen. Voor de gebruiker van het dorp kunnen we deze doordacht integreren, zodat de dynamiek voelbaar blijft en bijdraagt tot de levendigheid van het dorp, echter op een meer beeldkwalitatieve manier ingepast. Het is wenselijk van deze zwakte een sterkte te maken.

 

In de bindende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Malle werd als actie geformuleerd:

           "Opmaken beeldkwaliteitsplan kern Oost en West, als leidraad voor de stelselmatige vernieuwing van de publieke ruimte (straten en pleinen en groene doorsteken voetgangers en fietsers).

Dit plan houdt een concept in voor de inrichting, een materialen-, groen- en verlichtingsplan, naast een selectie van straatmeubilair e.d."

           "Opmaak streefbeeld N12 op initiatief van de provincie en in overleg met al de betrokken gemeentes.

Indien dergelijke studie niet wordt aangevat zal de gemeente zelf initiatief nemen om voor haar grondgebied een stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan te maken."

 

Conclusies

 

Gezien de huidige ontwikkelingsdruk, worden zowel het bestuur als de administratie enorm belast met het bespreken, bijsturen en beoordelen van projecten allerlei. Van eengezinswoningen naar kleine woonprojecten van een 3-tal appartementen, tot projecten met 40 entiteiten.

Zoals gesteld zijn er veel vraagstukken die we wensen op te lossen. Deze vraagstukken kunnen niet als afzonderlijke opgave worden aanschouwd, gezien ze elkaar beïnvloeden en zo ook de beeldkwaliteit.

 

Om de kwaliteit en de identiteit van ons dorp minstens te behouden en liefst nog te versterken, is een beleid met duidelijke richtlijnen nodig. Deze richtlijnen worden gebundeld in een beeldkwaliteitsplan, dat bestaat uit generieke mogelijkheden om de identiteit van de dorpskernen te versterken, uit typevoorbeelden die kunnen bijdragen aan de invulling van aansnijdbare sites.

 

Malle heeft ingetekend op het project toolkit dorpsarchitectuur, in samenwerking met de Katholieke Universiteit van Leuven en AR-TUR, het architectuurplatform van de kempen. We gaan hierbij op zoek naar een toolkit dorpsarchitectuur om het dorpse karakter van de kernen te herstellen, bewaren en versterken. Dit traject kan waardevolle informatie en inzichten bieden om een beeldkwaliteitsplan mee vorm te geven.

 

Het samenwerkingsverband met de provincie genaamd 'studio geWOONtebreker' kan zorgen voor een gestroomlijnd participatietraject, waarbij een verbreding wordt gezocht van het thema, met inbegrip van consultatie en participatie met onze inwoners. Dit traject krijgt de komende periode meer vorm. Het reeds doorlopen traject geWOONtebreker heeft het bestuur vele inzichten geboden in de woonwensen van de Mallenaar. De opdracht is nu te zoeken naar een evenwicht wat de Mallenaar wil en wat het bestuur kan doen om deze wensen te verzoenen met een doordachte ruimtelijke planning die toekomstbestendig is.

 

Een bouwpauze heeft tot doel om de situatie tijdelijk te bevriezen om zo een kader uit te werken voor de toekomst van Malle. De verwezenlijking van (lopende) projecten neemt echter heel wat tijd in beslag waardoor de effecten van een bouwpauze niet meteen voelbaar en zichtbaar zullen zijn voor de inwoners.

 

Gezien deze druk het niet toelaat om een gedegen visie te ontwikkelen, omdat de tijd beperkt is maar er ook een duidelijk kantelmoment moet kunnen bestaan om de nieuwe visie te laten doorwerken, lijkt het raadzaam om tijdelijk geen nieuwe projecten meer te initiëren.

 

Hierbij wensen we de burger niet te raken. Het is niet wenselijk om huishoudens te gaan viseren tijdens de opmaak van het beeldkwaliteitsplan. Wanneer er van hen uit plannen bestaan om de woning te bouwen, verbouwen, herbouwen of uit te breiden, moet dit blijven kunnen.

Echter is het primordiaal om alle andere vormen van ontwikkeling tijdelijk op te schorten. Elk ander project, van welke schaal dan ook, is een schakel in het grote geheel en draagt bij tot de algemene beeldkwaliteit en beleving in het dorp. Het is voor het dorp van essentieel belang dat nieuwe projecten passen binnen het kader dat we voorop wensen te stellen, wat finaal zal worden weergegeven in het beeldkwaliteitsplan van Malle.

 

Het bestuur heeft de volgende projecten voor ogen binnen de krijtlijnen van de bouwpauze:

         verkavelingen voor het (her-)verdelen van percelen in meerdere bebouwbare kavels, al dan niet met aanleg van nieuwe wegenis

         het bouwen van meergezinswoningen of woonerven met meerdere grondgebonden eengezinswoningen

         het slopen of verbouwen van bestaande woongebouwen met het oog op het creëren van meer woongelegenheden dan er reeds vergund werden

         reeds ongunstig geadviseerde woonprojecten.

 

Projecten die ingediend worden voor 25 oktober 2019 zullen nog behandeld worden volgens de gebruikelijke procedure. Vanaf 25 oktober 2019 zullen alle aanvragen tot omgevingsvergunning voor "stedenbouwkundige handelingen", "het verkavelen van gronden" of het "bijstellen van een verkaveling", die voldoen aan deze beschrijving worden geweigerd door de gemeente, vanwege beleidsmatig niet wenselijk.

 

Om de burger niet te raken, lijkt het ook wenselijk bepaalde woonprojecten niet te viseren, zoals:

         het bouwen, verbouwen, uitbreiden of herbouwen van een grondgebonden eengezinswoning op een daartoe bestemd perceel;

         functiewijzigingen, behoudens zij betrekking hebben op het creëren van een bijkomende woongelegenheid;

         projecten die reeds werden voorbesproken met de schepen en omgevingsambtenaar 'ruimtelijke ordening' en waarvan het ontwerp gunstig werd onthaald, maar waarvan de aanvragen echter nog niet werden ingediend.

 

Indien een aanvrager niet akkoord is met deze zienswijze en in beroep gaat bij de deputatie tegen een weigering door de gemeente, zal de gemeente bij het verlenen van een omgevingsvergunning door de deputatie een verzoek tot schorsing en vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, met het oog op een niet-realisatie van de bekomen omgevingsvergunning vanwege de deputatie. Op deze wijze wenst het bestuur duidelijk en daadkrachtig aan te geven dat de beleidsmatige gewenste ontwikkelingen eerst op punt moeten staan alvorens verdere ontwikkelingen toe te laten.

 

Om geen eindeloze bouwpauze te initiëren, zal deze regeling vervallen nadat er een definitief goedgekeurd beeldkwaliteitsplan is. Het beeldkwaliteitsplan zal als verordenend instrument een stringente sturing geven aan de wijze waarop nieuwe projecten in de toekomst kunnen worden ontwikkeld. Wel is het wenselijk om de termijn aan te passen naar gelang de noodzaak, maar ook om een maximum termijn in te stellen. Zo wordt er een tijdskader vooropgesteld waarbinnen het bestuur concrete stappen kan zetten. Gezien de eerder lange doorlooptijd van de procedure tot aanstelling van een studiebureau, als de benodigde termijn voor opmaak of aanpassing van planningsinstrumenten, lijkt het raadzaam de tijd voldoende ruim te nemen. De tijdshorizon 1 maart 2021 lijkt realistisch om al enkele concrete stappen te zetten. Zowel een eerdere oplevering, als een latere, zijn mogelijk. Het definitieve tijdspad zal uitgezet worden in samenspraak met het studiebureau. Het niveau van het visiedocument weegt door op de timing. Het is wenselijk om de termijn enkel aan te passen na gemotiveerde beslissing door de gemeenteraad waaruit het draagvlak op dat moment zal blijken.

 

Gezien de onafhankelijke rol van de gemeentelijke omgevingsambtenaar 'ruimtelijke ordening', die aanvragen tot omgevingsvergunning dient te beoordelen op basis van een wettelijk kader, maar die ook de beleidsmatig gewenste ontwikkelingen in acht hoort te nemen, zoals beschreven in artikel 4.3.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, is het aangewezen hem de opdracht te geven om de door de gemeenteraad geformuleerde bouwpauze te hanteren als beleidsmatig gewenste ontwikkeling. Daarnaast is het aangewezen om de gemeentelijke omgevingsambtenaar uitvoering te laten geven aan dit besluit door de regie van de opmaak van het beeldkwaliteitsplan op zich te nemen.

 

Het is aangewezen om een bestek op te maken volgens de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, met als voorwerp van de opdracht het opmaken van een beeldkwaliteitsplan voor Malle.

 

Om deze beslissing voldoende kenbaar te maken, is het aangewezen dit besluit ter kennisgeving te bezorgen aan de deputatie en de gebruikelijke communicatiekanalen van de gemeente aan te wenden om deze beslissing te communiceren aan het brede publiek.

 

Tot slot, aanvullend op het beeldkwaliteitsplan kunnen diverse andere acties worden ondernomen die allen vorm geven aan het bouwkompas van Malle. Ze kunnen parallel verlopen, of er uit voortvloeien. Zo wordt het RUP 'gebied voor eengezinswoningen' aangepast, de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'parkeren van wagens, stallen van fietsen en voorzien van afvalbergingen' kan worden herzien, er kunnen bepaalde belastingreglementen worden opgemaakt ten behoeve van stedenbouwkundige lasten bij projecten. Voor het actualiseren van de woonbehoeftestudie, werd reeds een eerste contact opgenomen met de provincie.

 

Het beeldkwaliteitsplan is een eerste stap richting een nieuwe benadering op vlak van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze manifesteert zich vandaag al in tal van woonprojecten, doch is het wenselijk het kader verder uit te werken en te verankeren, zodat we de leefkwaliteit en identiteit van onze gemeente kunnen veilig stellen voor de volgende generaties. Bij de verdere opmaak zal er dan ook ruimte bestaan voor inspraak van alle relevante maatschappelijke geledingen.

 

Het bouwkompas zal op deze wijze verder vorm krijgen en de handvaten bieden om een gedegen ruimtelijk beleid te voeren in de gemeente.

 

Beraadslaging

 

Schepen Sanne Van Looy geeft toelichting bij onderhavig agendapunt aan de hand van een presentatie. De presentatie wordt bezorgd aan de raadsleden.

 

Raadslid Paul Van Ham vraagt wat het bouwkompas juist betekent. Er is vandaag de dag toch een instrumentarium. Staat dit er dan boven?

 

Schepen Sanne Van Looy antwoordt dat het een verzamelterm is van alles wat we doen. De eerste stap is een vergunningenstop, de tweede stap zal de opmaak van een beeldkwaliteitsplan zijn. Mogelijk volgen er nog verschillende RUP's in uitvoering van het plan.

 

Raadslid Paul Van Ham vraagt of het regelgevend kader dat vandaag de dag bestaat, dan niet meer bestaat door deze beslissing.

 

Schepen Sanne Van Looy antwoordt dat de huidige regelgeving blijft bestaan.

 

Raadslid Paul Van Ham merkt op dat de deputatie er zich dan ook aan moet houden.

 

Schepen Sanne Van Looy antwoordt dat het een terechte bezorgdheid is. Niettemin hebben ontwikkelaars meestal begrip voor een vergunningenstop.

 

Raadslid Paul Van Ham vraagt welke projecten zijn voorbesproken en welke gunstig waren en welke niet.

 

Schepen Sanne Van Looy antwoordt dat het logisch is wat gunstig was en wat niet.

 

Raadslid Paul Van Ham vraagt zich af wat er zal gebeuren wanneer een projectontwikkelaar stelt dat iets werd voorbesproken en gunstig werd onthaald, terwijl het college van burgemeester en schepenen een andere mening is toegedaan.

 

Burgemeester Harry Hendrickx licht toe dat er vandaag de dag een instrumentarium is. Als onderhavig besluit wordt genomen, zal dit ook deel uitmaken van het instrumentarium. De gemeente wil duidelijkheid scheppen naar de ontwikkelaars. Bovendien wordt het engagement aangegaan om onmiddellijk iemand aan te stellen voor de opmaak van het beeldkwaliteitsplan.

 

Raadslid Paul Van Ham stelt dat de deputatie een dossier niet zal weigeren op basis van dit besluit. Raadslid Paul Van Ham stelt dat het een ongelofelijke beslissing is. Stel dat de Vlaamse overheid zou zeggen dat ze alles voor een tijd bevriest en geen beslissingen meer neemt. De kranten zouden er vol van staan. Alle parameters maken duidelijk dat er extra woningen nodig zijn en het college van burgemeester en schepenen wenst alles te bevriezen. Het dorp is een mannekesblad. Bovendien zal de timing niet gehaald worden. Voor je het weet ben je vijf jaar aan het bevriezen en het staat al vijfentwintig jaar stil.

 

Schepen Sanne Van Looy stelt het opmerkelijk te vinden dat de collega van de fractie OOSTWEST in de gemeenteraadscommissie het een uitstekend plan vond en hier te moeten horen dat de fractie OOSTWEST er helemaal anders over denkt.

 

Raadslid Paul Van Ham meent dat het nu niet moeilijk is om de prijzen 20% te verhogen aangezien de vraag naar appartementen groot is en er in de komende periode geen appartementen meer vergund zullen worden.

 

Schepen Sanne Van Looy stelt dat er nog heel wat projecten in de komende periode gerealiseerd zullen worden, projecten die reeds vergund zijn of in behandeling zijn.

 

Raadslid Paul Van Ham stelt dat er inderdaad dringend moet worden nagedacht over de toekomst, maar niet door het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van 2005 te gaan finetunen.

 

Schepen Sanne Van Looy stelt dat het huidige instrumentarium onvoldoende is.

 

Raadslid Paul Van Ham meent dat de gemeente heel wat geld zal moeten spenderen aan dure procedures voor de raad voor vergunningsbetwistingen.

 

Schepen Wim Jordens merkt op dat in Wuustwezel een soortgelijke beslissing werd genomen en dat deze werd gerespecteerd door de ontwikkelaars. Van procedures was bijgevolg geen sprake.

 

Raadslid Paul Van Ham stelt dat deze beslissing een pure noodrem is. Er is een tekort aan appartementen. Er moet nu al lang gezocht worden naar appartementen.

 

Raadslid Gert Peeters stelt dat hij begrijpt waarom raadslid Kris Mintjens vandaag niet op de zitting aanwezig is, de laaiend enthousiaste reactie van hem op dit voorstel tijdens de zitting van de gemeenteraadscommissie indachtig.

 

Raadslid Paul Van Ham stelt dat er 1 commissie is geweest. Er kon niet eens teruggekoppeld worden met de fractie. Dat is geen manier van werken.

 

Raadslid Alex Van Loon geeft een toelichting waarbij onder andere volgende elementen aan bod komen:

         het is een goed inhoudelijk voorstel. In het programma van Progressief Malle stond er ook iets van.

         de bouwpauze is iets te lang. Eens er al een aantal beleidslijnen zijn ontwikkeld, zou je terug kunnen starten.

         de fractie gaat zich onthouden.

 

Raadslid Alain De Laet stelt dat als er studiebureaus aan te pas komen, de eerste 100 bladzijden meestal copy-paste zijn. De gemeente lijkt een voortrekkersrol op te nemen. De gemeente zal dus veel betalen. Zijn er buiten Wuustwezel nog andere gemeenten die dit gedaan hebben?

 

Schepen Sanne Van Looy stelt dat het inderdaad een lange periode is, maar dat er tijd nodig is voor dit ambitieus plan. Het college van burgemeester en schepenen wil nu actie ondernemen, wil nu starten om de toekomst te waarborgen. In Aalst zou men er ook mee bezig zijn.

 

Raadslid Alain De Laet merkt op dat Malle dan de eerste gemeente na Wuustwezel is die dit doet.

 

Raadslid Walter Vermeylen vraagt hoe lang het college van burgemeester en schepenen hier al mee bezig is.

 

Schepen Sanne Van Looy antwoordt dat het al een tijdje suddert.

 

Raadslid Walter Vermeylen vraagt of het iets met het ruimtekompas van de provincie te maken heeft.

 

Schepen Sanne Van Looy stelt dat het iets anders is. Het staat los van deze beslissing.

 

Raadslid Wim Vervloet stelt dat er positieve en negatieve zaken aan deze beslissing zijn. Het had wel vroeger in de gemeenteraadscommissie besproken kunnen worden.

 

Schepen Sanne Van Looy merkt op dat er weinig discretie was vanuit de commissie.

 

Raadslid Paul Van Ham merkt op dat het punt openbaar is van zodra de agenda openbaar gemaakt werd. Hij merkt daarnaast op dat het fatsoenlijk had geweest om de projecten die reeds zijn voorbesproken en gunstig werden onthaald, zouden opgesomd worden. Zo niet, heerst er willekeur.

 

De gemeenteraad besluit bij 15 ja stemmen en 4 neen stemmen (Katleen Mintjens, Alain De Laet, Paul Van Ham, Eddy Krijnen) en 5 onthoudingen (Alexander Van Loon, Walter Vermeylen, Mieke Laenen, Wim Vervloet, Tom Lauryssen)

 

Artikel 1 - akkoord te gaan met de opmaak van een beeldkwaliteitsplan, als onderdeel van een bouwkompas in Malle, met als doel het herstellen, bewaren, en versterken van de dorpsidentiteit van de deelkernen Oostmalle en Westmalle door verhoging van de architecturale en stedenbouwkundige kwaliteit van de publieke ruimte en toekomstige projecten in gemeente Malle.

 

Artikel 2 - opdracht te geven aan de administratie tot opmaak van een bestek, waarin de opdracht tot opmaak van een beeldkwaliteitsplan wordt beschreven en dat zal worden uitgestuurd naar diverse studiebureaus volgens de modaliteiten van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.

 

Artikel 3 - geen nieuwe vergunningstrajecten 'ruimtelijke ordening' op te starten of te doorlopen met het oog op de afgifte van een omgevingsvergunning m.b.t. wonen, dit voor aanvragen voor volgende types van projecten:

         verkavelingen voor het (her-)verdelen van percelen in meerdere bebouwbare kavels, al dan niet met aanleg van nieuwe wegenis

         het bouwen van meergezinswoningen of woonerven met meerdere grondgebonden eengezinswoningen

         het slopen of verbouwen van bestaande woongebouwen met het oog op het creëren van meer woongelegenheden dan er reeds vergund werden

         reeds ongunstig geadviseerde woonprojecten.

 

Artikel 4 - volgende aanvragen tot omgevingsvergunning 'ruimtelijke ordening' m.b.t. wonen niet onder toepassing van de bouwpauze te laten vallen:

         het bouwen, verbouwen, uitbreiden of herbouwen van een grondgebonden eengezinswoning op een daartoe bestemd perceel

         functiewijzigingen, behoudens zij betrekking hebben op het creëren van een bijkomende woongelegenheid

         projecten die reeds werden voorbesproken met de schepen en omgevingsambtenaar 'ruimtelijke ordening' en waarvan het ontwerp gunstig werd onthaald, maar waarvan de aanvragen echter nog niet werden ingediend.

 

Artikel 5 - projecten die ingediend worden voor 25 oktober 2019 nog te behandelen volgens de gebruikelijke procedure. Vanaf 25 oktober 2019 zullen alle aanvragen tot omgevingsvergunning voor "stedenbouwkundige handelingen", "het verkavelen van gronden" of het "bijstellen van een verkaveling", die voldoen aan de beschrijving vermeld in artikel 3, worden geweigerd door de gemeente, vanwege beleidsmatig niet wenselijke ontwikkeling.

 

Artikel 6 - een verzoek tot schorsing en vernietiging in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen na het eventueel verlenen van een omgevingsvergunning door de deputatie met het oog op een niet-realisatie van de bekomen omgevingsvergunning vanwege de deputatie. Dit in het geval van een beroep door de aanvrager tegen de weigering van een omgevingsvergunning door de gemeente.

 

Artikel 7 - deze regeling te laten vervallen nadat er een definitief goedgekeurd beeldkwaliteitsplan is. Het beeldkwaliteitsplan zal als verordenend instrument een stringente sturing geven aan de wijze waarop nieuwe projecten in de toekomst kunnen worden ontwikkeld. Gezien de procedurele doorlooptermijn, zal de bouwpauze doorwerken tot 1 maart 2021. Deze termijn kan middels een gemotiveerde beslissing door de gemeenteraad worden herzien.

 

Artikel 8 - de omgevingsambtenaar 'ruimtelijke ordening' opdracht te geven om uitvoering te geven aan dit besluit en de door de gemeenteraad geformuleerde bouwpauze te hanteren als beleidsmatig gewenste ontwikkeling.

 

Artikel 9 - een afschrift van dit besluit ter kennisgeving te bezorgen aan de deputatie en de gebruikelijke communicatiekanalen van de gemeente aan te wenden om deze beslissing kenbaar te maken aan het brede publiek.

 

Overzicht punten

GR van 24 oktober 2019

 

Interlokale vereniging - Sportregio Noorderkempen - werkingsverslag 2018 - kennisneming - jaarrrekening 2018 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 15 december 2014 de samenwerkingsovereenkomst van de interlokale vereniging Sportregio Noorderkempen goed voor de periode 2015-2019.

 

Volgens artikel 12 van deze overeenkomst moeten de respectievelijke gemeenteraden van de aangesloten gemeenten jaarlijks de rekening van de interlokale vereniging goedkeuren.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2019, artikel 40

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2019, artikel 395

 

Gemeenteraadsbeslissing van 15 december 2014 betreffende de goedkeuring van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst periode 2015-2019
 

Overeenkomst interlokale vereniging Sportregio Noorderkempen periode 2015-2019, artikel 12

 

Motivering

 

Het werkingsverslag 2018 werd goedgekeurd door de algemene vergadering van Sportregio Noorderkempen op 7 mei 2019.

 

Het college van burgemeester en schepenen formuleerde geen opmerkingen op het werkingsverslag en de jaarrekening 2018 in zitting van 7 oktober 2019.

 

Beraadslaging

 

Schepen Elisabeth Joris geeft toelichting bij onderhavig agendapunt.

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - kennis te nemen van het werkingsverslag 2018 van de interlokale vereniging Sportregio Noorderkempen.

 

Artikel 2 - de jaarrekening 2018 van de interlokale vereniging Sportregio Noorderkempen goed te keuren.

 

Overzicht punten

GR van 24 oktober 2019

 

Gemeentepersoneel - proefperiode wijziging uurrooster dienst openbare werken - afschaffing wintertijd - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De dienst openbare werken wil in een proefproject onderzoeken of het zinvol is om het aangepaste uurrooster tijdens de winterperiode te schrappen en enkel nog volgens de zomertijd te werken.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56

 

Besluit van de de Vlaamse regering van 7 december 2007 en latere wijzigingen betreffende de rechtspositieregeling van het gemeente- en het provinciepersoneel

 

Collegebeslissingen van 30 juni 2008 als aanvulling op de rechtspositieregeling

 

Gemeenteraadsbeslissing van 22 oktober 2018 betreffende de wijziging van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel

 

Gemeenteraadsbeslissing van 31 januari 2019 in verband met de vaststelling van het organogram en de opname van het personeelsplan als een beheersinstrument in het kader voor organisatiebeheersing

 

Protocolakkoord van het hoog overlegcomité van 1 oktober 2019

 

Collegebeslissing van 14 oktober 2019

 

Motivering

 

Huidig uurrooster

Vaste uurregeling dienst openbare werken - technisch personeel - voltijds

Zomerperiode: periode waarin het zomeruur geldt

Ma

07.00-12.00

12.30-16.00

8.5 uur

Di

07.00-12.00

12.30-16.00

8.5 uur

Wo

07.00-12.00

12.30-16.00

8.5 uur

Do

07.00-12.00

12.30-16.00

8.5 uur

Vr

07.00-11.00

 

4.0 uur

 

 

 

38 uur

Prestatie op vrijdag tussen 11.00 en 12.00 uur is verplicht en wordt toegevoegd als inhaalrust.

 

Winterperiode: periode waarin het winteruur geldt

Ma

07.30-12.00

12.30-16.30

8.5 uur

Di

07.30-12.00

12.30-16.30

8.5 uur

Wo

07.30-12.00

12.30-16.30

8.5 uur

Do

07.30-12.00

12.30-16.30

8.5 uur

Vr

07.30-11.30

 

4.0 uur

 

 

 

38 uur

 

Omdat verschillende werkmannen hun voorkeur voor de zomerregeling lieten blijken, gebeurde er in 2018 een bevraging van het personeel. Dit waren de resultaten:

Gewenst startuur

Voorkeur in %

huidig systeem

12,82

7 uur

79,49

7.30 uur

2,56

 

Het verschil tussen de zomer- en winterperiode heeft vooral te maken met het feit dat het in de winter later licht is. Dit voordeel weegt niet op tegen een aantal nadelen die de werkmannen ondervinden.

 

Voor de dienst wegen is er in 99% van de gevallen straatverlichting in de buurt van de werken. Er is voldoende licht om de werken te starten.

 

Voor de groendienst is er bij werken langs de straten steeds voldoende licht aanwezig.  Voor werken in het bos of op het domein de Renesse ligt dat wel moeilijker. Dat is echter nu ook het geval. Het gaat slechts over een korte periode, namelijk december en januari, maanden waarin veel vakantie wordt genomen omwille van de kerstperiode en nog op te nemen vakantiedagen. Het is dan ook aan de werkleider om de planning zodanig op te stellen dat de impact beperkt blijft. We kunnen echter geen 100% garantie geven dat de ploegen die op deze locaties werken om 7 uur kunnen starten met alle werken.

 

Voor de dienst gebouwen heeft dit geen impact.

 

Als we bovendien vergelijken met de bedrijven, dan zien we dat de ploegen van wegenwerken en groenploegen waarmee de gemeente samenwerkt, allemaal starten om 7 uur.

 

Daarnaast is er minder drukte op de wegen als de werkmannen ’s avonds binnenkomen, het merendeel van de mensen is binnen voordat de scholen gedaan zijn. Er is ook minder drukte op het industrieterrein ’s avonds op het einde van de werkdag.

 

Het vroeger starten in deze periode heeft tot slot nog het voordeel dat bij sneeuwval of ijzel sneller kan uitgerukt worden om de fietspaden vrij te krijgen voor de scholen beginnen zonder mensen te moeten oproepen en hiervoor extra vergoedingen te betalen.

 

De dienst openbare werken stelt voor om bij wijze van proefperiode niet over te stappen naar de wintertijd tijdens de winter van 2019 - 2020.

 

Er wordt aan de werkleiders gevraagd om hier in de komende winterperiode extra aandacht voor te hebben. Indien er zich toch problemen voordoen, dan kan er steeds beslist worden om terug te komen op deze beslissing.

 

De afschaffing van de wintertijd werd goedgekeurd door de vakbond in het protocolakkoord van het hoog overlegcomité van 1 oktober 2019.

 

Bezwaren worden voorgelegd aan de gemeenteraad en het hoog overlegcomité voor de structurele wijziging van het uurrooster wordt voorgesteld. Het proefproject wordt geëvalueerd in maart 2020 tenzij eerdere bezwaren of problemen aangekaart worden die een vroegere stopzetting rechtvaardigen.

 

Beraadslaging

 

Schepen Wim Jordens geeft toelichting bij onderhavig agendapunt.

 

De gemeenteraad besluit