Gemeenteraad

Maandag 15 december 2025

 

Aanwezig:

 

Burgemeester:

Sanne Van Looy

Schepenen:

Wouter Patho, Kris Mintjens, Dirk Gerinckx, Paul Van Ham, Lennert Vorsselmans

raadsleden:

Katleen Mintjens, Alain De Laet, Alex Van Loon, Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Wim Vervloet, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels, May Van Rompaey, Siegfried Laenen, Sonia Van Hoof, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx

Voorzitter:

Maïthé van Dorst

Algemeen directeur:

Sven Brabants

 

Verontschuldigd:

 

Raadslid:

Lotte Noelants

 

Vanaf punt 56 verlaat Dominique Defossez, raadslid de vergadering.

Vanaf punt 57 vervoegt Dominique Defossez, raadslid, de vergadering.

 

 

De gemeenteraad, regelmatig bijeengeroepen door de voorzitter overeenkomstig artikel 22 van het gemeentedecreet, vergadert in het gemeentehuis op 15 december 2025.

 

De voorzitter stelt vast dat de raad wettelijk is samengesteld.

 

De voorzitter verklaart de vergadering om 21.14 uur voor geopend voor de behandeling van de volgende punten:

 

OPENBARE ZITTING

Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Gemeenteraad - notulen en zittingsverslag zitting 27 november 2025 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De vorige gemeenteraadszitting vond plaats op 27 november 2025. De ontwerpnotulen en het ontwerpzittingsverslag die er betrekking op hebben worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 32

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 277 en 278 betreffende de opmaak van de notulen

 

Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, goedgekeurd in zitting van 23 oktober 2025, artikels 23 en 24

 

Motivering

 

De gemeenteraad stelt vast dat de ontwerpnotulen en het ontwerpzittingsverslag van de zitting van 27 november 2025 correct en volledig werden opgesteld.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de ontwerpnotulen en het ontwerpzittingsverslag van de gemeenteraadszitting van 27 november 2025 goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Meerjarenplan - aanpassing 2025/10 aan het meerjarenplan 2020-2025 - deel gemeente - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Het ontwerp van de aanpassing 2025/10 van het meerjarenplan 2020-2025, deel gemeente, wordt aan de gemeenteraad voorgelegd.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 41, 171 §4 en 176, 249 tot en met 256

 

Besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van 30 maart 2018

 

Ministerieel besluit over de beleids- en beheerscyclus van 26 juni 2018

 

Omzendbrief KB/ABB 2019/4 inzake strategische meerjarenplannen 2020-2025 lokale en provinciale besturen van 3 mei 2019

 

Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 - aanpassing meerjarenplannen 2020-2025 lokale en provinciale besturen

 

Motivering

 

Om de kredieten zo actueel mogelijk te houden, bereidde het managementteam een aanpassing van het meerjarenplan voor.

 

Het ontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan werd bezorgd aan de gemeenteraadsleden op 1 december 2025.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 21 ja stemmen en 3 neen stemmen (Wim Vervloet, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - de kredieten voor het boekjaar 2025 als volgt te wijzigen:

         Exploitatie - uitgaven: 20.729.655 euro

         Exploitatie - ontvangsten: 25.249.497 euro

         Investeringen - uitgaven: 5.496.012 euro

         Investeringen - ontvangsten: 330.660 euro

         Financiering - uitgaven: 379.747 euro

         Financiering - ontvangsten: 204.756 euro.

 

Artikel 2 - de aanpassing 2025/10 van het meerjarenplan 2020-2025, deel gemeente, goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Meerjarenplan - aanpassing 2025/10 aan het meerjarenplan 2020-2025 - deel OCMW - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De raad voor maatschappelijk welzijn keurde de aanpassing 2025/10 van het meerjarenplan 2020-2025, deel OCMW, goed.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 41, 171 §4 en 176, 249 tot en met 256

 

Besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van 30 maart 2018

 

Ministerieel besluit over de beleids- en beheerscyclus van 26 juni 2018

 

Omzendbrief KB/ABB 2019/4 inzake strategische meerjarenplannen 2020-2025 lokale en provinciale besturen van 3 mei 2019

 

Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 - aanpassing meerjarenplannen 2020-2025 lokale en provinciale besturen

 

Motivering

 

De gemeenteraad is bevoegd om de aanpassing van het meerjarenplan, deel OCMW, goed te keuren.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 21 ja stemmen en 3 neen stemmen (Wim Vervloet, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - de aanpassing 2025/10 van het meerjarenplan 2020-2025, deel OCMW, dat door de raad voor maatschappelijk welzijn werd vastgesteld, goed te keuren.

 

Artikel 2 - vast te stellen dat door deze goedkeuring de volledige aanpassing 2025/10 van het meerjarenplan 2020-2025 is goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Meerjarenplan - meerjarenplan 2026-2031 - deel gemeente - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, deel gemeente, wordt aan de gemeenteraad voorgelegd.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 171 §4 en 176, 249 tot en met 256

 

Besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van 30 maart 2018

 

Besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van 14 juli 2023

 

Ministerieel besluit over de beleids- en beheerscyclus van 26 juni 2018

 

Ministerieel besluit over de beleids- en beheerscyclus van 8 december 2023

 

Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus van 18 juni 2025

 

Motivering

 

Het ontwerp van het meerjarenplan werd bezorgd aan de gemeenteraadsleden op 1 december 2025.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 13 ja stemmen en 11 neen stemmen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Wim Vervloet, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - de kredieten voor het boekjaar 2026 als volgt vast te leggen:

         Exploitatie - uitgaven: 22.267.773 euro

         Exploitatie - ontvangsten: 26.127.176 euro

         Investeringen - uitgaven: 9.021.418 euro

         Investeringen - ontvangsten: 1.166.160 euro

         Financiering - uitgaven: 1.691.923 euro

         Financiering - ontvangsten: 9.707.760 euro.

 

Artikel 2 - het meerjarenplan 2026-2031, deel gemeente, goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Meerjarenplan - meerjarenplan 2026-2031 - deel OCMW - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De raad voor maatschappelijk welzijn keurde het meerjarenplan 2026-2031, deel OCMW, goed.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 171 §4 en 176, 249 tot en met 256

 

Besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van 30 maart 2018

 

Ministerieel besluit over de beleids- en beheerscyclus van 26 juni 2018

 

Motivering

 

De gemeenteraad is bevoegd om het meerjarenplan, deel OCMW, goed te keuren.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 13 ja stemmen en 11 neen stemmen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Wim Vervloet, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - het meerjarenplan 2026-2031, deel OCMW, dat door de raad voor maatschappelijk welzijn werd vastgesteld, goed te keuren.

 

Artikel 2 - vast te stellen dat door deze goedkeuring het volledige meerjarenplan 2026-2031 is goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Organisatiebeheersing - opheffing van de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 van de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 'Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks bestuur - goedkeuring' - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 28 september 2023 keurde de gemeenteraad de definitie van het begrip dagelijks bestuur goed.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41 lid 2, 8°

 

Beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 'Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks bestuur - goedkeuring'

 

Motivering

 

Het is aangewezen om naar aanleiding van de nieuwe zittingsperiode en de start van het nieuwe meerjarenplan voor de periode 2026-2031 het begrip dagelijks bestuur opnieuw vast te stellen.

 

De beslissing van 28 september 2023 moet daarvoor eerst worden opgeheven.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 13 ja stemmen en 8 neen stemmen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels) en 3 onthoudingen (Wim Vervloet, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 van de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 ‘Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks bestuur – goedkeuring’ op te heffen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks bestuur - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Artikel 56, § 3, 5° en 6° bepalen dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor:

"5° de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip 'dagelijks bestuur', vermeld in artikel 41, tweede lid, 8°.

6° de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten voor de opdrachten waarvoor de gemeenteraad dat nominatief aan het college van burgemeester en schepenen heeft toevertrouwd."

 

Op 15 december 2025 besliste de gemeenteraad om de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 over de definitie van het begrip dagelijks bestuur op te heffen om naar aanleiding van de nieuwe zittingsperiode en de start van het nieuwe meerjarenplan voor de periode 2026-2031 het begrip dagelijks bestuur opnieuw vast te kunnen stellen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41 lid 2, 8°

 

Wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016

 

Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017

 

Beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 'Organisatiebeheersing - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 ‘Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks bestuur – goedkeuring’ - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeenteraad is bevoegd om een definitie van het begrip dagelijks bestuur vast te stellen.

 

Er was een beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 waarin de definitie van dit begrip bepaald wordt.

 

In het verleden is gebleken dat de beslissing van de gemeenteraad een goed evenwicht vormt in de bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen.

 

Er is geen noodzaak om aan de definitie zoals ze destijds werd vastgesteld wijzigingen aan te brengen, behoudens de toevoeging van de toetreding tot een aankoopcentrale en de instap op een raamovereenkomst als een daad van dagelijks bestuur.

 

Overheidsopdrachten kunnen efficiënter gegund worden, met respect voor de definitie dagelijks bestuur en de interne bestelbon- en aankoopprocedure, als de toetreding tot aankoopcentrales en de instap op raamovereenkomsten beslist kunnen worden door het college van burgemeester en schepenen. Iedere afroep binnen een raamovereenkomst moet gegund worden en volgt, zoals eerder gesteld, de definitie dagelijks bestuur en de interne bestelbon- en aankoopprocedure.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 13 ja stemmen en 8 neen stemmen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels) en 3 onthoudingen (Wim Vervloet, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - de volgende handelingen en bijhorende beslissingen te beschouwen als dagelijks bestuur:

         overheidsopdrachten met een maximaal geraamde waarde tot en met het drempelbedrag van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (zoals bepaald in artikel 42, § 1, 1°, a) wet overheidsopdrachten en artikel 90 KB Plaatsing) exclusief btw die betrekking hebben op de exploitatieuitgaven. Voor de berekening van de waarde van jaaroverschrijdende opdrachten wordt de opdrachtwaarde berekend over de volledige opdrachtduur. Voor overeenkomsten van onbepaalde duur wordt de totale opdrachtwaarde berekend over 48 maanden.

         overheidsopdrachten met een geraamde waarde tot en met het drempelbedrag van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking’ (zoals bepaald in artikel 42, § 1, 1°, a) wet overheidsopdrachten en artikel 90 KB Plaatsing) exclusief btw die betrekking hebben op de investeringsuitgaven

         de opdrachten voor meer- en minderwerken tijdens de uitvoeringsfase van gegunde overheidsopdrachten waarvan de lastvoorwaarden door de gemeenteraad werden vastgesteld, voor zover de totaliteit van de goedgekeurde meer- en minder werken niet leidt tot bijkomende uitgaven van meer dan 10 % van het gunningsbedrag én in zoverre het voorwerp van de opdracht niet wijzigt

         de toetreding tot een aankoopcentrale

         de instap op een raamovereenkomst

         de toelagen die nominatief opgenomen zijn in het meerjarenplan, voor zover deze niet onderhevig zijn aan een reglement

         opdrachten die het gevolg zijn van gevallen van dringende spoed die voortvloeien uit niet te voorziene omstandigheden.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Organisatiebeheersing - opheffing van artikel 2 van de beslissing van de gemeenteraad van 31 januari 2019 'Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer - goedkeuring' - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 31 januari 2019 keurde de gemeenteraad de definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer goed.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 170

 

Beslissing van de gemeenteraad van 31 januari 2019 'Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer - goedkeuring'

 

Motivering

 

Het is aangewezen om naar aanleiding van de nieuwe zittingsperiode en de start van het nieuwe meerjarenplan voor de periode 2026-2031 het begrip dagelijks personeelsbeheer opnieuw vast te stellen.

 

De beslissing van 31 januari 2019 moet daarvoor eerst worden opgeheven.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - artikel 2 van de beslissing van de gemeenteraad van 31 januari 2019 'Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer - goedkeuring' op te heffen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Artikel 170 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de algemeen directeur bevoegd is voor het dagelijks personeelsbeheer.

 

Op 15 december 2025 besliste de gemeenteraad om de beslissing van de gemeenteraad van 31 januari 2019 over de definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer op te heffen om naar aanleiding van de nieuwe zittingsperiode en de start van het nieuwe meerjarenplan voor de periode 2026-2031 het begrip dagelijks personeelsbeheer opnieuw vast te kunnen stellen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 170

 

Beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 'Organisatiebeheersing - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 31 januari 2019 'Organisatiebeheersing - definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer - goedkeuring' - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeenteraad is bevoegd om de definitie van het begrip dagelijks personeelsbeheer vast te stellen.

Er was een beslissing van de gemeenteraad van 31 januari 2019 waarin de definitie van dit begrip bepaald wordt.

 

Er is geen noodzaak om aan de definitie zoals ze destijds werd goedgekeurd wijzigingen aan te brengen, behoudens de toevoeging van het goedkeuren en ondertekenen van stageovereenkomsten als een daad van dagelijks personeelsbeheer. 

 

Waar mogelijk biedt de gemeente plaats aan studenten om via een stage kennis en ervaring op te doen in het werkveld in de context van een lokaal bestuur. Om de stageovereenkomsten vlot en efficiënt in orde te kunnen brengen, is het aangewezen dat de algemeen directeur deze kan goedkeuren en ondertekenen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de volgende vormen van individueel en collectief personeelsbeheer te beschouwen als dagelijks personeelsbeheer:

         allerlei aanvragen voor vakantie

         disponibiliteit

         afwezigheden en andere tijdelijke loopbaanmaatregelen

         individuele toepassingen van de bepalingen met betrekking tot vorming en evaluatie

         regelingen die rechtstreeks voortvloeien en de toepassing zijn van de rechtspositieregeling

         aanpassing van bestaande functiebeschrijvingen

         het vastleggen van vakantieperiodes en feestdagen

         de regeling van diensturen en -prestaties

         de regeling van de tijdsregistratie (tikklok)

         individuele weddevaststellingen

         het goedkeuren en ondertekenen van stageovereenkomsten.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Organisatiebeheersing - opheffing van de artikelen 2 en 3 van de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 'Organisatiebeheersing - toepassing van het visum en uitzonderingen op het verplichte visum door de financieel directeur - goedkeuring' - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 28 september 2023 keurde de gemeenteraad de voorwaarden goed voor de toepassing van het visum door de financieel directeur.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 266 en 267

 

Beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 'Organisatiebeheersing - toepassing van het visum en uitzonderingen op het verplichte visum door de financieel directeur - goedkeuring'

 

Motivering

 

Het is aangewezen om naar aanleiding van de nieuwe zittingsperiode en de start van het nieuwe meerjarenplan voor de periode 2026-2031 de voorwaarden voor de toepassing van het visum opnieuw vast te leggen.

 

De beslissing van 28 september 2023 moet daarvoor eerst worden opgeheven.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - artikelen 2 en 3 van de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 'Organisatiebeheersing - toepassing van het visum en uitzonderingen op het verplichte visum door de financieel directeur - goedkeuring' op te heffen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Organisatiebeheersing - toepassing van het visum en uitzonderingen op het verplichte visum door de financieel directeur - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Artikel 266 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt:

"De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.

 

De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.

 

De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in het tweede lid, uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.

 

Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt de voorwaarden die gelden om advies te kunnen vragen aan de financieel directeur over de wettigheid en regelmatigheid van verrichtingen die van de visumverplichting zijn uitgesloten."

 

Artikel 267 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt:

"Als de financieel directeur weigert om een visum te verlenen aan een voorgenomen verbintenis, kan het college van burgemeester en schepenen op eigen verantwoordelijkheid viseren. In dat geval brengt het college van burgemeester en schepenen de gemotiveerde beslissing van de financieel directeur, samen met zijn eigen beslissing, ter kennis van de gemeenteraad.

 

De verbintenis kan pas worden aangegaan nadat de gemeenteraad heeft kunnen kennisnemen van die beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

In afwijking van het eerste lid kan de gemeenteraad in de situatie, vermeld in artikel 265, tweede lid, viseren als de financieel directeur weigert om een visum te verlenen aan een voorgenomen verbintenis."

 

Op 15 december 2025 besliste de gemeenteraad om de beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 over de toepassing van het visum en de uitzonderingen op het verplichte visum door de financieel directeur op te heffen om naar aanleiding van de nieuwe zittingsperiode en de start van het nieuwe meerjarenplan voor de periode 2026-2031 de toepassing van het visum en de uitzonderingen op het verplichte visum door de financieel directeur opnieuw vast te kunnen stellen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 266 en 267

 

Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018/ over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen

 

Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen

 

Beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 'Organisatiebeheersing - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 31 januari 2019 'Organisatiebeheersing - toepassing van het visum en uitzonderingen op het verplichte visum door de financieel directeur - goedkeuring' - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeenteraad is bevoegd om de voorwaarden voor de toepassing van het visum vast te stellen.

 

Artikel 99 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen bepaalt:

"De volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.

Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.

In afwijking van het eerste lid, 3°, kunnen de aanstellingen van één jaar of meer in de volgende gevallen wel uitgesloten worden van de visumverplichting:
1° een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
2° een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie."

 

Er was een beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2023 waarin de voorwaarden voor de toepassing van het visum worden bepaald.

 

Er is geen noodzaak om aan die voorwaarden wijzigingen aan te brengen.

 

Het visum geldt vanaf 10.000 euro, exclusief btw. De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.

 

De financieel directeur adviseert dezelfde regels vast te leggen voor gemeente en OCMW.

 

De financieel directeur adviseert de volgende voorwaarden vast te leggen:

         De volgende verbintenissen zijn uitgesloten van de voorafgaande visumverplichting:

      verbintenissen waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan 10.000 euro, exclusief btw

      aanvaarde facturen

      aanstellingen van personeel waarvan de duur niet meer dan 1 jaar bedraagt

      de tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

      de tewerkstelling in het kader van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden voor maximum 4 jaar in het kader van de opdracht van het OCMW vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of in het kader van de opdracht van het OCMW vermeld in artikel 8, 9 of 13 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie

      dotaties aan politiezone, brandweerzone, kerkfabriek en andere toelagen die nominatief zijn opgenomen in het meerjarenplan

      schulduitgaven die voortvloeien uit regelmatig aangegane verbintenissen, uitgaven voor steun die het gevolg zijn van een beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst of van een hoogdringende beslissing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

         De financieel directeur hanteert de volgende voorwaarden:

      voor verbintenissen van onbepaalde duur houdt de financieel directeur rekening met een forfaitaire looptijd van 48 maanden

      bij opeenvolgende contracten voor dezelfde functie houdt de financieel directeur rekening met de totale duur.

 

De financieel directeur adviseert in het organisatiebeheersingssysteem vast te leggen dat enkel de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn, het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau de financieel directeur kunnen vragen om een visum af te leveren voor een uitgave die onder de uitzonderingen valt.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de financieel directeur de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom, te laten controleren onder de volgende voorwaarden:

         De volgende verbintenissen zijn uitgesloten van de voorafgaande visumverplichting:

      verbintenissen waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan 10.000 euro exclusief btw

      aanstellingen van personeel waarvan de duur niet meer dan 1 jaar bedraagt

      de tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

      de tewerkstelling in het kader van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden voor maximum 4 jaar in het kader van de opdracht van het OCMW vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of in het kader van de opdracht van het OCMW vermeld in artikel 8, 9 of 13 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie

      dotaties aan OCMW, politiezone, brandweerzone, kerkfabriek en andere toelagen die nominatief zijn opgenomen in het budget

      schulduitgaven die voortvloeien uit regelmatig aangegane verbintenissen, uitgaven voor steun die het gevolg zijn van een beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst of van een hoogdringende beslissing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

         De financieel directeur hanteert de volgende voorwaarden:

      Voor verbintenissen van onbepaalde duur houdt de financieel directeur rekening met een forfaitaire looptijd van 4 jaar

      Bij opeenvolgende contracten voor dezelfde functie houdt de financieel directeur rekening met de totale duur.

 

Artikel 2 - in het organisatiebeheersingssysteem vast te leggen dat enkel de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn, het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau de financieel directeur kunnen vragen om een visum af te leveren voor een uitgave die onder de uitzonderingen valt.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement voor de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad stelde op 22 december 2022 het percentage van de aanvullende personenbelasting vast in een belastingreglement. Sinds het aanslagjaar 2004 ligt het tarief vast op 7 %.

 

Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41

 

Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, artikels 464 tot en met 470/2

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

De aanvullende personenbelasting maakt een belangrijk deel uit van de fiscale ontvangsten van de gemeente. Deze ontvangsten zijn noodzakelijk om de dagelijkse werking te garanderen.

 

Financiële gevolgen

 

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 66, budgetrekening 73010000

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement voor de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting

 

Artikel 1 - belastbare grondslag en belastbare periode

 

De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2 - berekening van de belasting

 

De belasting wordt vastgesteld op 7 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3 - inning

 

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

 

Artikel 4 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. 

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad stelde op 22 december 2022 de gemeentelijke opcentiemen vast op 614.

 

Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3

 

Wetboek van Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, artikel 464/1 1°

 

Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4

 

Decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

De opcentiemen op de onroerende voorheffing maken een belangrijk deel uit van de fiscale ontvangsten van de gemeente. Deze ontvangsten zijn noodzakelijk om de dagelijkse werking te garanderen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 13 ja stemmen en 8 neen stemmen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels) en 3 onthoudingen (Wim Vervloet, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing

 

Artikel 1 - belastbare grondslag en belastbare periode

 

De gemeente Malle heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 714 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing.

 

Artikel 2  - inning

 

De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.

 

Artikel 3 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. 

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. 

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Lokaal woonbeleid - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2019 'Reglement inzake het register van leegstand van gebouwen en woningen - wijziging - goedkeuring' - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 19 december 2019 het reglement inzake het register van leegstand van gebouwen en woningen goed.

 

Vanaf 1 januari 2026 maakt gemeente Malle deel uit van het intergemeentelijk samenwerkingsverband IGS Voorkempen. Via dat intergemeentelijk samenwerkingsverband zal gemeente Malle haar lokaal woonbeleid inzake leegstand vormgeven en uitrollen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40

 

Gecodificeerde decreet over het Vlaams woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2019 'Reglement inzake het register van leegstand van gebouwen en woningen - wijziging - goedkeuring'

 

Beslissing van de gemeenteraad van 25 september 2025 ‘IGEAN - intergemeentelijke samenwerking met IGEAN dienstverlening die optreedt als zelfstandige groepering ter ondersteuning van het lokaal bestuur – goedkeuring’

 

Motivering

 

Het is aangewezen het reglement inzake het register van leegstand van gebouwen en woningen aan te passen omwille van de toetreding tot het intergemeentelijk samenwerkingsverband IGS Voorkempen en omwille van de actuele regelgeving.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2019 'Reglement inzake het register van leegstand van gebouwen en woningen - wijziging - goedkeuring' op te heffen vanaf 1 januari 2026.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Lokaal woonbeleid - reglement over het register van leegstaande gebouwen en woningen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad besliste op 15 december 2025 om het reglement inzake het register van leegstand van gebouwen en woningen op te heffen vanaf 1 januari 2026.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40

 

Gecodificeerde decreet over het Vlaams woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Beslissing van de gemeenteraad van 25 september 2025 ‘IGEAN - intergemeentelijke samenwerking met IGEAN dienstverlening die optreedt als zelfstandige groepering ter ondersteuning van het lokaal bestuur – goedkeuring’

 

Motivering

 

Sinds 23 december 2016, na de wijziging van het decreet gronden- en pandenbeleid, heeft de gemeente de bevoegdheid om een eigen beleid te voeren rond leegstand.

 

De Vlaamse Wooncode stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid en kan de gemeente onder meer een langdurige leegstand van woningen en gebouwen voorkomen en bestrijden. Dit gebeurt in eerste instantie door het jaarlijks bijhouden van een gemeentelijk leegstandsregister. Daarnaast moet het heffingsreglement ertoe bijdragen om leegstand op te lossen.

 

De gemeente Malle maakt momenteel nog deel uit van de intergemeentelijke samenwerking IVLW-Midden. Vanaf 1 januari 2026 maakt de gemeente Malle deel uit van de intergemeentelijke samenwerking (IGS) Voorkempen, waarbij de gemeente Malle zich engageert tot het voorkomen en bestrijden van leegstaande gebouwen en woningen door middel van het bijhouden van een inventaris van leegstaande woningen en gebouwen en het activeren van deze woningen en gebouwen door middel van een leegstandsheffing.

 

Omwille van de nieuwe intergemeentelijke samenwerking en wijzigingen in de regelgeving is het noodzakelijk het reglement aan te passen en te vernieuwen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende reglement goed te keuren:

 

Reglement over het register van leegstand van gebouwen en woningen

 

Artikel 1 - doel

 

Dit reglement heeft als doel de leegstand van gebouwen en woningen in de gemeente te inventariseren, te voorkomen en te bestrijden.

 

Artikel 2 - definities

 

1° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw (bijvoorbeeld en kantoor, handelszaak, horecazaak, ...) als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

 

2° Leegstaand gebouw: zoals gedefinieerd in artikel 4 § 1 van dit reglement

 

3° Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting als hoofdverblijfplaats van een gezin of alleenstaande

 

4° Leegstaande woning: zoals gedefinieerd in artikel 4 § 2 van dit reglement

 

5° Woonhuis: elk bebouwd onroerend goed waarin zich één of meerdere woningen bevinden

 

6° Gemeentelijke administratie: De gemeentelijke diensten ruimtelijke ordening en burgerzaken:

a) controle: het college van burgemeester en schepenen duidt de ambtenaren aan die belast zijn met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen. Zij bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden die vermeld staan in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

b) beroepsprocedure: het college van burgemeester en schepenen beslist of het beroepschrift ontvankelijk en gegrond is. Het college kan in de behandeling van het beroepschrift een personeelslid de opdracht geven tot een feitenonderzoek ter plaatse.

 

7° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van volgende zakelijke rechten:

a) de volle eigendom,

b) het recht van opstal of van erfpacht

c) het vruchtgebruik.

 

8° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.

 

9° Administratieve akte: bij elke vaststelling van leegstand wordt een administratieve akte opgemaakt. Deze akte bestaat uit:

a) een beschrijvend verslag van de indicaties van leegstand

b) een fotodossier ter staving van de leegstand

c) het besluit van de administratie dat het gebouw of de woning wordt opgenomen in het leegstandsregister.

 

10° Registratiedatum: de datum waarop het gebouw en/of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen of in voorkomend geval de datum van de heropname in het leegstandsregister

 

11° Leegstandsregister: het register, vermeld in artikel 3 van dit reglement

 

12° Leegstandbelasting: belasting conform de gemeentelijk belastingverordening op de gebouwen en woningen die beschouwd worden als leegstaand en/of onafgewerkt

 

Voor de toepassing van dit gemeentelijk reglement wordt verstaan onder:

1° Vlaamse Codex Wonen van 2021: de gecodificeerde decreten over het Vlaams woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020

2° Decreet provincie- en gemeentebelastingen: het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

 

Artikel 3 - opname in leegstandsregister

 

§ 1 De gemeentelijke administratie houdt een register van leegstaande gebouwen en woningen bij, hierna het leegstandsregister genoemd. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke inventarissen: één inventaris met leegstaande gebouwen en één met leegstaande woningen.

 

§ 2  Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane vergunning of melding. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is pas afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

§ 3 Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.

 

§ 4 In afwijking van § 2 en § 3, wordt een nieuw gebouw of een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning niet aangewend wordt als gebouw of woning overeenkomstig de definities opgenomen in artikel 2, 1°, respectievelijk 3°.

 

§ 5 Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar worden niet opgenomen in het leegstandsregister.

 

Artikel 4 - vaststelling van leegstand en administratieve akte

 

§ 1 De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste ambtenaren bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 2 Het vermoeden van leegstand van een gebouw of woning wordt door de administratie vastgelegd in een administratieve akte. Hierbij wordt aan de hand van een beschrijvend verslag aangeduid welke indicatie(s), zoals bepaald in artikel 5, ervoor hebben gezorgd dat een gebouw of woning werd opgenomen op de inventarislijst van de leegstaande gebouwen of woningen. Indien niet kan worden vastgesteld dat de leegstand al minimaal twaalf opeenvolgende maanden aanhoudt, zal de administratie een tweede controle uitvoeren, overeenkomstig het Besluit houdende nadere regels betreffende het leegstandsregister.

 

§ 3 De gemeentelijke administratie stelt de zakelijk gerechtigde(n) per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname van leegstaande gebouwen en woningen in het leegstandsregister. Deze kennisgeving is vergezeld van een genummerde administratieve akte.

 

Artikel 5 - indicaties van leegstand

 

De opmaak van de administratieve akte en de opname in de inventaris van leegstaande woningen of gebouwen– geheel of gedeeltelijk – kan gebaseerd zijn op basis van één of meerdere van onderstaande indicaties:

         het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister of de vaststelling dat er minstens 12 onafgebroken maanden geen inschrijving in het bevolkingsregister voorkomt

         het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf of vergunde vakantiewoning

         het langdurig aanbieden van het gebouw of de woning als te huur en/of te koop

         het ontbreken van aansluitingen van nutsvoorzieningen of een dermate laag verbruik dat niet in overeenstemming is met een normaal gebruik van de woning of het gebouw

         het vermoeden van een fictieve inschrijving als domiciliëringsadres

         de aanvraag om vermindering van de onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of niet-productiviteit

         de materiële en/of fysische onmogelijkheid om een gebouw of woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang, dichttimmeren van deur en/of ramen, geblindeerde raamopeningen, verzegeling

         de winddichtheid van het gebouw of de woning is niet gewaarborgd owv zeer zware infiltraties via het dak, de gevels, belangrijke glasbreuk op één of meerdere plaatsen, het buitenschrijnwerk kan niet meer gesloten worden, onafgewerkte ruwbouw, gedeeltelijk vernielde of gesloopte woning

         uitpuilende of dichtgemaakte brievenbus

         niet of gedeeltelijke bemeubeling

         verklaringen van wijkagent, postbode, omwonenden

         andere indicaties die bij controlebezoeken kunnen vastgesteld worden.

 

Deze lijst is niet limitatief.

 

Wanneer aan één of meerdere van de hierboven vermelde criteria wordt voldaan, wordt het gebouw of de woning opgenomen in de inventaris.

 

Artikel 6 - beroepsprocedure

 

§ 1 Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven vermeld in artikel 4, § 3, kan een zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister of tegen de beslissing tot het niet schrappen uit het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending of per mail met ontvangstbevestiging betekend. Zonder ontvangstbevestiging is een beroep per mail niet geldig.

 

§ 2 Het beroepschrift moet worden gemotiveerd. Buiten de motivatie bevat het beroepschrift :

1° de identiteit en het adres van de indiener;

2° de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

3° een of meer bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de vereisten, vermeld in artikel 3, met dien verstande dat de vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaatstagiair.

De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.

4° de handtekening van de zakelijk gerechtigde die beroep aantekent (bij beveiligde zending) en een kopie van de identiteitskaart van de eigenaar die beroep aantekent.

 

§ 3 Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt het beroepschrift met bewijsstukken ten gronde. Bij twijfel kan het college een personeelslid belasten met een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§ 4 Het college doet een uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§ 5 Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet (tijdig) betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde(n) onontvankelijk, onvolledig of ongegrond is, neemt de gemeentelijke administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

 

Artikel 7 - schrapping uit het leegstandsregister

 

§ 1 Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens een zakelijk gerechtigde met een gemotiveerd verzoek en de nodige overtuigingsstukken bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 3 § 2, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. De eerste dag van deze periode geldt als datum van schrapping.

 

§ 2 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens een zakelijk gerechtigde met een gemotiveerd verzoek en de nodige overtuigingsstukken (zoals bv attest van woonst, samenstelling gezin, ... ) bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie, vermeld in artikel 3 , § 3. De eerste dag van deze periode geldt als datum van schrapping.

 

Een gebouw of woning kan worden geschrapt eens een zakelijk gerechtigde met een gemotiveerd verzoek en de nodige overtuigingsstukken bewijst dat het gebouw werd gesloopt. Het gebouw of woning wordt geschrapt na aanvang van de werken.

 

Een gebouw of woning in gebruik als een andere functie dan de gekende stedenbouwkundig of omgevingsvergunning kan worden geschrapt de dag van het uitvoerbaar worden van een omgevingsvergunning voor de functiewijziging.

 

§ 3 De administratie onderzoekt het verzoek tot schrapping met de bewijsstukken ten gronde. Bij twijfel kan een personeelslid worden belast met een feitenonderzoek ter plaatse zoals vermeld in artikel 6 § 3.

 

§ 4 De administratie doet een uitspraak over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van 2 maanden na de ontvangst van het verzoek. Deze uitspraak wordt betekend via een aangetekende zending.

 

§ 5 Tegen de uitspraak van de administratie kan beroep worden aangetekend overeenkomstig artikel 6.

 

§ 6 De administratie kan aan de hand van de nodige bewijzen een woning of gebouw ambtshalve schrappen wanneer ze vaststelt dat de woning of het gebouw in aanmerking komt tot schrapping, volgens de bepalingen van dit artikel.

 

Artikel 8 - gevolgen van de opname

 

Op de woningen die in het leegstandsregister zijn opgenomen, geldt het recht van voorkoop volgens artikel 5.76 en volgende van de Vlaamse Wooncode.

 

Op de woningen die in het leegstandsregister zijn opgenomen, geldt het sociaal beheersrecht volgens artikel 5.83 en volgende van de Vlaamse Wooncode.

 

De gemeente heeft een gemeentelijk belastingsreglement op leegstaande woningen en gebouwen. Voor een leegstaand gebouw dat of een leegstaande woning die in het leegstandregister is opgenomen, is een leegstandsbelasting verschuldigd. De modaliteiten met betrekking tot deze belasting zijn opgenomen in een gemeentelijke belastingsreglement op leegstaande woningen en gebouwen.

 

Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd overeenkomstig de modaliteiten van het hiervoor vermelde belastingreglement, behoudens in geval van vrijstelling op basis van dit belastingreglement.

 

Artikel 9 - overdracht van een leegstaand gebouw of een leegstaande woning

 

In voorkomend geval stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het goed in het leegstandsregister.

 

De instrumenterende ambtenaar stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maand na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe eigenaar.

 

Artikel 10 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement over het register voor leegstand van gebouwen en woningen zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 28 november 2024 het gemeentelijk belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4  

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41 

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019 

 

Gecodificeerd decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

Volgens de bepalingen van het decreet over het Vlaamse woonbeleid is de gemeente verantwoordelijk voor het uitwerken van haar woonbeleid op lokaal niveau. Gemeenten kunnen een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden in een leegstandsregister. Het gemeentelijk leegstandsregister is de enige mogelijke grondslag van een belasting op leegstaande woningen en gebouwen.

 

De gemeenteraad wil de langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente voorkomen. Hiervoor houdt de gemeentelijke administratie een jaarlijks geactualiseerde inventaris van leegstaande gebouwen en woningen bij.

 

De gemeente Malle maakt vanaf 1 januari 2026 deel uit van de intergemeentelijke samenwerking ‘IGS Voorkempen’ waarbij de gemeente Malle zich engageert tot het voorkomen en bestrijden van leegstaande gebouwen en woningen door middel van het bijhouden van een inventaris van leegstaande woningen en gebouwen en het activeren van deze woningen en gebouwen door middel van een leegstandsheffing.

 

In uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst ‘IGS Voorkempen’ is het een verplichte activiteit om een gemeentelijk leegstandsreglement bij te houden en een leegstandsbelasting toe te passen op de woningen en gebouwen die in het register werden opgenomen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen

 

Artikel 1 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement gelden de volgende definities:

1° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. 

 

2° Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uit maken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane omgevingsvergunning of melding in de zin van artikel 4.2.2 van de VCRO, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

3° Woning: een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).

 

4° Leegstaande woning: Woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Artikel 2 - belastbare grondslag

 

§ 1 De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

§ 2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

§ 3 Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

Artikel 3 - belastingplichtige

 

§ 1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt, dus het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§ 2 Ingeval van mede-eigendom, is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel.

Als er in geval van mede-eigendom aan één van de mede-eigenaars vrijstelling wordt verleend, zal deze vrijstelling van de totale belastingschuld, proportioneel met het eigendomsrecht van de betrokken mede-eigenaar, afgetrokken worden.

 

§ 3 In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.

De notaris stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht met aard (volle eigendom, vruchtgebruik, blote eigendom, ….) en aandeel, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe eigenaar.

 

Artikel 4 - berekening van de belasting

 

§ 1 De minimumaanslag (basisbelasting) bedraagt:

1° 1.735 euro voor een leegstaand gebouw

2° voor een leegstaande woning:

         1.735 euro voor een woning (eengezinswoning of appartement)

         155 euro voor een kamer als vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 25° van de Vlaamse Codex Wonen.

 

§ 2 Het bedrag van de belasting bedraagt:

         1ste heffingsjaar: de basisbelasting

         2de heffingsjaar: de basisbelasting verhoogd met 25 %

         3de heffingsjaar: de basisbelasting verhoogd met 50 %

         4de heffingsjaar: de basisbelasting verhoogd met 75 %

         5de en volgende heffingsjaren: de basisbelasting verhoogd met 100 %.

 

§ 3 De basisbelasting wordt vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van juli van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van januari 2026.

 

§ 4 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 - vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

§ 2 Van de belasting zijn vrijgesteld:

1° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Het bewijs daarvan wordt geleverd door het voorleggen van de betreffende uitspraak.

 

2° de Vlaamse maatschappij voor sociaal wonen en de door Vlaamse maatschappij voor sociaal wonen erkende woonmaatschappij

 

3° de belastingplichtige die minder dan een jaar eigenaar is van het gebouw of de woning. Deze vrijstelling geldt niet als het pand werd overgedragen aan een vzw waarvan de vorige eigenaar lid is, of aan een vennootschap waarin hij (in)direct betrokken is.

 

4° de belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft. De vrijstelling geldt maximum voor 1 woning van de belastingplichtige en voor maximum 2 jaar. Het bewijs wordt geleverd door een attest afgegeven door de instelling.

 

5° de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed

 

6° de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht op voorwaarde dat niet de nodige vergunningen bekomen kunnen worden om het gebouw bewoonbaar te maken en dit maximaal voor een periode van twee jaar.

 

7° een gebouw of woning die vernield of beschadigd werd door een plotse ramp. Een ramp is een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de belastingplichtige, en waardoor de schade zo groot is dat een normaal gebruik onmogelijk is. Deze vrijstelling geldt slechts voor een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

 

8° een gebouw of woning die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt gedurende de periode vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot één jaar na het einde van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik.

 

9° een gebouw of woning die gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsmelding of omgevingsvergunning. Deze aanvraag moet jaarlijks worden aangevraagd met de nodige bewijsstukken en kan maximum drie opeenvolgende jaren worden toegekend volgend op de aanvang van de werken.

 

10° een woning die niet afsplitsbaar is van een gebouw dat voor meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie van dat gebouw wordt aangewend. Een woning is pas afsplitsbaar als het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten. Dit op voorwaarde dat het gebouw en de betreffende woning(en) een gemeenschappelijke toegang hebben, en het voorzien van afzonderlijke toegangen de ruimtelijke draagkracht van het gebouw met zijn inpandige woning(en) overstijgt.

 

11° een gebouw dat of woning die gerenoveerd wordt door niet meldings- of vergunningsplichtige handelingen. Dit is een eenmalige vrijstelling. De werken moeten gestaafd worden aan de hand van bewijsstukken, zoals bijvoorbeeld recente foto's, planning, duur en berekening van de kosten, premieaanvragen, … .

 

12° als op datum van de inkohiering een inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister van minimum drie maanden geldt.

 

§ 3 Als verschillende vrijstellingen van toepassing zijn voor eenzelfde woning of gebouw en dezelfde belastingplichtige en deze vrijstellingen beperkt zijn in tijd, dan kunnen deze vrijstellingen niet gecumuleerd worden in tijd. De vrijstelling met de langste duur is geldig en moet jaarlijks worden aangevraagd.

 

Artikel 6 - vestiging en invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 2 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 3 De vestiging en invordering van de belasting gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

         de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

         het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 7 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

         het wordt schriftelijk ingediend

         het wordt ondertekend

         het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 8 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement voor de activeringsheffing - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 28 november 2024 keurde de gemeenteraad het gemeentelijk belastingreglement voor de activeringsheffing goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008

 

Gecodificeerd decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, afgekort VCRO)

 

Gecodificeerd decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Decreet tot bepaling van de specifieke regels over de pacht van 13 oktober 2023

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

De activeringsheffing is een heffing op onbebouwde percelen met als doel betaalbaar wonen mogelijk te houden, grondspeculatie tegen te gaan en potentiële woonlocaties sneller beschikbaar te hebben. Het is wenselijk om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de gemeente. De activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen.

 

Door het heffen van een activeringsheffing leveren deze eigenaars ook een rechtstreekse financiële bijdrage aan het gemeentebestuur voor het onderhoud van de wegen waarlangs ze gelegen zijn, zoals structureel onderhoud, reinigen van straatkolken, straatverlichting, vegen van de straat, maaien van bermen, opruimen van zwerfvuil, ...

 

In uitvoering van het beleidsplan ruimte Malle, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 augustus 2024, voorziet de gemeente een vrijstelling voor de onbebouwde bouwgronden waarvoor het ruimtelijk niet wenselijk is om ze te ontwikkelen. Het gaat hierbij over onbebouwde bouwgronden die in het beleidsplan ruimte zijn opgenomen als pas te ontwikkelen op lange termijn of gronden die deel uitmaken van de karakteristieke open ruimte in de buitengebieden die de gemeente wil vrijhouden van bebouwing.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement voor de activeringsheffing

 

Artikel 1 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° Bouwgrond: elke grond of elk kavel, dat paalt aan een weg en gelegen zijn in een woongebied dat voor woonontwikkeling in aanmerking komt op het moment van het aanslagjaar of datum of in een woonuitbreidingsgebied dat voor woonontwikkeling in aanmerking komt blijkens een principiële beslissing of op grond van artikel 5.6.10 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

2° Kavel: de in een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen.

 

3° Bebouwde bouwgrond: de bouwgrond waarop, ingevolge een verleende stedenbouwkundige vergunning / omgevingsvergunning, de bouwwerken werden aangevat en waarvan ten minste één bovengrondse bouwlaag werd opgericht. Een bouwgrond of kavel die niet aan deze omschrijving beantwoordt, wordt als onbebouwd beschouwd.

 

4° Register onbebouwde percelen: het register, vermeld in artikel 5.6.1 VCRO.

 

5° Sociale woonorganisaties: een organisatie, vermeld in vermeld in artikel 1.3, 53° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

6° Bouwlaag: het gedeelte van een bouwwerk tussen twee vloeren in met uitzondering van de kelder.

 

Artikel 2 - belastbare grondslag

 

De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een activeringsheffing op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register onbebouwde percelen.

 

Artikel 3 - belastingplichtige

 

§ 1 De belasting is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond. Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de heffing verschuldigd door de eigenaar.

 

§ 2 Ingeval van vruchtgebruik wordt de heffing gevestigd ten laste van de naakte eigenaar.

 

§ 3 Ingeval van mede-eigendom, is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk aandeel van het eigenaarschap.

 

§ 4 In geval van eigendomsoverdracht onder levenden is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte die hem het eigendom toekent. Er zal geen rekening gehouden worden met de tussen partijen gesloten overeenkomst.

 

Artikel 4 - berekening van de belasting

 

§ 1 Het standaardtarief bedraagt 23 euro per strekkende meter.

 

§ 2 Wanneer een perceel paalt aan twee of meer wegen, zal de belasting berekend worden op basis van de kleinste perceelsbreedte, gemeten op de voorgevelbouwlijn, langs een van die wegen.

 

§ 3 De minimale aanslag bedraagt 230 euro per bouwgrond. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. Elk gedeelte van een strekkende meter wordt als volledige meter beschouwd.

 

§ 4 De tarieven vermeld in § 1 en § 3 worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van juli van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van januari 2026.

 

§ 5 De bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 - vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

§ 2 Van de belasting zijn vrijgesteld:

1° de eigenaars van één enkele onbebouwde bouwgrond, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed, gelegen in België of het buitenland, dat bebouwd is met een woning of voor woningbouw in aanmerking komt

 

2° de Vlaamse Maatschappij Voor Sociaal Wonen en de door de Vlaamse Maatschappij Voor Sociaal Wonen erkende sociale huisvestingsmaatschappijen

 

3° de verkavelaar vanaf de datum van afgifte van de omgevingsvergunning voor verkavelen van gronden, tot en met de datum van verlijden van de verkavelingsakte. Wordt de verkaveling in verschillende fasen uitgevoerd, dan geldt deze vrijstelling ook voor elk deel van elke fase, op dezelfde manier.

 

4° door de overheid erkende jeugd- en sportverenigingen

 

5° ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn beperkt tot 1 onbebouwde bouwgrond in woongebied of 1 onbebouwde kavel per kind. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan één van de hiernavolgende voorwaarden:

         het kind heeft de leeftijd van 25 jaar nog niet bereikt

         het kind valt onder de beschermingsmaatregel in de zin van artikel 488/1 e.v. van het Oud Burgerlijk Wetboek en voor het kind in kwestie werd het verzoek tot plaatsing onder bescherming ingediend vanaf de leeftijd van 17 jaar en voor de leeftijd van 18 jaar.

Als de ouders niet op hetzelfde adres wonen en elk minstens 1 bouwgrond bezitten, wordt de vrijstelling toegepast, met dien verstande dat de ouders in dat geval per kind voor de helft worden vrijgesteld voor een overeenkomstig aantal onbebouwde bouwgronden en/of kavels.

 

6° minderjarigen

 

7° personen met een verminderde zelfredzaamheid. Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt of personen hiervoor in aanmerking komen op basis van de aangeleverde bewijsstukken.

 

§ 3 De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:

 

1° ingevolge hun inrichting als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden.

 

2° ingevolge de bepalingen van het decreet van 13 oktober 2023 tot bepaling van de specifieke regels over de pacht, niet voor bebouwing kan worden bestemd.

 

3° omdat ze aangeduid zijn als te ontwikkelen op lange termijn volgens de visie van het beleidsplan ruimte.

 

4° omdat het niet wenselijk is omwille van het behoud van de open ruimte volgens de visie van het beleidsplan ruimte.

 

5° als de eigenaars een document afkomstig van een overheid kunnen voorleggen waaruit blijkt dat het perceel definitief niet meer voor bebouwing in aanmerking komt.

 

§ 4 Indien sommige mede-eigenaars, krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting onder de overige mede-eigenaars, in verhouding tot hun deel in het perceel, verrekend.

 

Artikel 6 - aangifteplicht van verkoop

 

De verkoper van een onbebouwd perceel of een onbebouwde kavel is verplicht, binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, bij ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, bij het gemeentebestuur aangifte te doen van de eigendomsoverdracht en dit met opgave van:

         De volledige identiteit en het adres van de nieuwe eigenaar

         De datum van de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht en de naam van de notaris

         Een nauwkeurige aanduiding van het verkochte perceel.

 

Artikel 7 - vestiging en invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar, uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 2 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 3 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

         de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

         het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 8 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

         het wordt schriftelijk ingediend

         het wordt ondertekend

         het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 9 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement op de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of voor stedenbouwkundige handelingen in het kader van projecten van meergezinswoningen, woonerven of groepswoningbouw - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 28 november 2024 het belastingreglement op de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of voor stedenbouwkundige handelingen in het kader van projecten van meergezinswoningen, woonerven of groepswoningbouw goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4  

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41 

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 

 

Gecodificeerd decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, afgekort VCRO)

 

Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014

 

Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 27 november 2015

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

Het (her)bouwen en verbouwen van gebouwen veroorzaakt niet enkel hinder voor de omgeving, maar doet eveneens diverse kosten ontstaan in hoofde van de gemeente, onder meer op vlak van nutsvoorzieningen, aanleg en onderhoud van openbare ruimten, sociale en culturele voorzieningen, handhaving en controle van de openbare rust, veiligheid en gezondheid, ... Dit is bij uitstek het geval voor projecten waarbij meerdere woongelegenheden tegelijkertijd gerealiseerd (kunnen) worden.

 

De gemeente wil ook grootschalige bouwprojecten, die zorgen voor meer en meer verdichting, op haar grondgebied ontraden om zo onder andere het landelijke karakter van de gemeente te kunnen behouden.

 

De financiële bijdrage vindt haar oorsprong in het voordeel dat de titularis van de omgevingsvergunning uit de betreffende vergunning haalt, in de gepaard gaande effecten en uitdagingen op vlak van milieu en omgeving waarmee de omgevingsvergunning gepaard gaat en in de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich moet nemen.

 

De belasting wordt berekend in functie van het aantal kavels die via de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden extra gecreëerd worden ten opzichte van de laatst vergunde of vergund geachte toestand respectievelijk het aantal extra woon- of verblijfsgelegenheden dat zal worden gerealiseerd ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand via de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.

 

Op die manier wordt de belasting evenredig gespreid, waarbij het ook verantwoord is om een progressieve tarifering te hanteren bij de omgevingsvergunning(en) voor stedenbouwkundige handelingen die aanleiding geven tot een belasting onder dit reglement. Redelijkerwijze kan het immers aangenomen worden dat kleinere stedenbouwkundige handelingen een minder grote impact zullen hebben op vlak van milieu en omgeving (bijvoorbeeld wat betreft de afwikkeling van verkeer, het gebruik van publieke voorzieningen, de afbreuk aan het landelijke karakter van de gemeente, …), en minder taken en kosten zullen genereren voor de gemeente dan grotere bouwprojecten, die een betekenisvolle hogere (negatieve) impact genereren op deze vlakken.

 

In het algemeen vragen grote bouwprojecten - proportioneel - eveneens meer aandacht en begeleiding van de gemeentelijke diensten.

 

Het is aangewezen om een vrijstelling te voorzien voor bepaalde instellingen omwille van het maatschappelijk of sociale doel dat zij verwezenlijken respectievelijk de diensten van algemeen belang waarmee zij belast zijn. Het reglement voorziet derhalve een vrijstelling voor:

         de autonome gemeentebedrijven

         de gronden van de gemeente Malle of OCMW Malle en de gronden waarop de gemeente Malle of OCMW Malle een zakelijk recht heeft staan ten bate van de samenleving

         de gebouwen van onderwijsinstellingen, bestemd voor onderwijs- of andere openbare nutsfuncties

         de gebouwen van het Agentschap Wonen in Vlaanderen of door haar erkende woonmaaschappijen, die bestemd worden voor sociale huisvesting.

 

Het is aangewezen om eveneens een vrijstelling te voorzien voor omgevingsvergunningen strekkende tot de oprichting van zorgwoningen en/of tijdelijke zelfstandige zorgunits, onder andere omwille van het sociale karakter van deze woon- en verblijfsgelegenheden.

 

Deze belasting kan (al dan niet) gecombineerd worden met een last in natura in samenspraak met de aanvrager van de omgevingsvergunning voor verkavelingen of stedenbouwkundige handelingen.

 

De ontvangsten uit de belasting zullen dienen voor de financiering van de in het meerjarenplan van de gemeente voorziene initiatieven voor de realisatie van algemene en specifieke beleidsdoelstellingen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement op de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of voor stedenbouwkundige handelingen in het kader van projecten van meergezinswoningen, woonerven of groepswoningbouw

 

Artikel 1 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement zal worden verstaan onder:

 

1° Gebouw: elk bouwwerk of vaste inrichting, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds

 

2° Woon- of verblijfsgelegenheid: elk gebouw of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting of het verblijf van een gezin of een alleenstaande

 

3° Eengezinswoning: een gebouw of deel ervan waarin één woon- of verblijfsgelegenheid is ondergebracht

 

4° Meergezinswoning: een gebouw of een deel ervan waarin minimum twee woon- of verblijfsgelegenheden zijn ondergebracht

 

5° Perceel: Een stuk grond waarvan het kadaster de grenzen heeft gemeten en dat met een uniek nummer en een kadastrale aanduiding staat geregistreerd in de basisregistratie kadaster. Indien het perceel waar de woning op staat (zie voorbeeldfiguur: 220F) een op zichzelf staand kadastraal perceel is wordt het aanpalend perceel (zie voorbeeldfiguur: 220G - tuin) mee in de beoordeling genomen:

Voorbeeldfiguur

Indien het perceel (deels) gelegen is in een verkaveling, RUP of BPA wordt de beoordeling enkel gemaakt voor het deel van het perceel gelegen binnen de verkaveling, RUP of BPA.

 

6° Kavel: de in een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen.

 

7° Woonerf: één of meerdere percelen, die desgevallend een ruimtelijk samenhangend geheel vormen, waarop meerdere één- en/of meergezinswoningen dan wel een één- en een meergezinswoning, gelijktijdig worden vergund en vervolgens opgericht, voor resp. door een professioneel ontwikkelaar of groep van professionele ontwikkelaars die tot dezelfde familie of groep behoren

 

8° Groep of familie van ontwikkelaars: de in deel 1, boek 1, titel 2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen vermelde moeder- en dochtervennootschappen, consortiums, verbonden en geassocieerde vennootschappen en deelnemingen, alsmede iedere andere vorm van controle, participatie of verwantschap tussen vennootschappen, zoals onder andere het hebben van dezelfde zaakvoerder of dezelfde bestuurder(s)

 

9° Groepswoningbouw: het gelijktijdig oprichten van meerdere gebouwen bestemd voor bewoning of verblijf, die één samenhangend geheel vormen, zoals voorzien in art. 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen

 

10° Zorgwoning: een vorm van wonen, zoals bepaald in art. 4.1.1.18 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)

 

11° Tijdelijke zelfstandige zorgunit: een zelfstandige op zich staande tijdelijke constructie, die zich niet binnen een bestaande woning bevindt zoals dit het geval is voor de zorgwoning, waarvan de voorwaarden niet worden geregeld door de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) in de zin van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake tijdelijke zelfstandige zorgunits, goedgekeurd door de gemeenteraad van gemeente Malle op 25 maart 2021

 

Artikel 2 - belastbare grondslag

 

De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting naar aanleiding van het afleveren van (één van de) volgende vergunningen:

         een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

         een bijstelling van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij meer kavels worden gecreëerd dan in de oorspronkelijke verkavelingsvergunning resp. omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden is voorzien

         een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het (her)bouwen of verbouwen van een of meerdere meergezinswoningen

         een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het (her)bouwen of verbouwen van één of meerdere woonerven

         een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor elk groepswoningbouwproject vanaf twee of meer woon- of verblijfsgelegenheden.

 

Artikel 3 – belastingplichtige

 

De belastingplichtige is de titularis van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden respectievelijk stedenbouwkundige handeling(en).

 

Als de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden respectievelijk stedenbouwkundige handeling(en) meerdere personen en/of rechtspersonen als titularis heeft, dan is iedere titularis van deze vergunning hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 4 – berekening van de belasting

 

§ 1 De belasting is ondeelbaar en wordt berekend op basis van het aantal kavels die gecreëerd worden ten opzichte van de laatst vergunde of vergund geachte toestand via de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden respectievelijk de extra woon- of verblijfsgelegenheden die kunnen worden gerealiseerd ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand via de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.

 

§ 2 Bij het afleveren respectievelijk bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden bedraagt de belasting 5.742 euro per kavel die (bijkomend) gecreëerd wordt ten opzichte van de laatst vergunde of vergund geachte toestand.

 

Bij het afleveren van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen die aanleiding geeft tot een belasting onder dit reglement, wordt de belasting berekend op het totaal aantal woon- of verblijfsgelegenheden die extra gerealiseerd (kunnen) worden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand, en niet in schijven. De belasting bedraagt:

         voor 1 tot en met 5 bijkomende woon- of verblijfsgelegenheden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand: 1.436 euro per woon- of verblijfsgelegenheid

         vanaf 6 of meer bijkomende woon- of verblijfsgelegenheden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand: 2.871 euro per woon- of verblijfsgelegenheid.

 

§ 3 Als de titularis van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, ongeacht deze aanleiding heeft gegeven tot de vestiging van onderhavige belasting of niet, binnen een termijn van vijf jaar na het afleveren van die omgevingsvergunning opnieuw een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundig handelen doet die betrekking heeft op hetzelfde of een aanpalend perceel ten opzichte van de vorige omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met het totaal aantal kavels resp. woon- of verblijfsgelegenheden die via de vorige omgevingsvergunning en de nieuwe omgevingsvergunning werden vergund, om te bepalen of een belasting moet gevestigd worden naar aanleiding van de aflevering van de nieuwe omgevingsvergunning, en in voorkomend geval de begroting van de belasting. 

 

Op die manier wil het gemeentebestuur het opdelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen om in een lagere belastingcategorie te vallen, vermijden.

 

§ 4 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van juli van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van januari 2026.

 

§ 5 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 – vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

§ 2 Vrijgesteld van de belasting zijn:

         Het verkavelen van percelen en het bouwen, herbouwen of verbouwen van onroerende goederen of delen van onroerende goederen door gemeente of OCMW Malle

         Het verkavelen van percelen en het bouwen, herbouwen of verbouwen van onroerende goederen of delen van onroerende goederen door autonome gemeentebedrijven

         Het verkavelen van percelen en het bouwen, herbouwen of verbouwen van onroerende goederen of delen van onroerende goederen door onderwijsinstellingen, mits bestemd voor onderwijs- of andere openbare nutsfuncties

         Het verkavelen van percelen en het bouwen, herbouwen of verbouwen van onroerende goederen of delen van onroerende goederen door het Agentschap Wonen in Vlaanderen, of door haar erkende woonmaatschappijen, mits bestemd voor sociale huisvesting.

 

§ 3 Vrijgesteld van de belasting zijn eveneens de omgevingsvergunningen strekkende tot de oprichting van zorgwoningen en tijdelijke zelfstandige zorgunits.

 

Artikel 6 – vestiging en invordering

 

§ 1 De belasting is verschuldigd zodra de afgeleverde vergunning definitief is en niet meer kan worden aangevochten.

 

§ 2 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 3 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 4 De vestiging en invordering van de belasting gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 5 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

         de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

         het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, § 1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 7 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

1° het wordt schriftelijk ingediend

2° het wordt ondertekend

3° het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 8 – inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen bij woningen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 28 november 2024 keurde de gemeenteraad het gemeentelijk belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4  

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41 

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019 

 

Gemeenteraadsbesluit van 25 oktober 2010 'Ruimtelijke ordening - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto's en fietsen en de realisatie van bergruimten bij woningen - Goedkeuring.'

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

Bewoners die niet over een parkeerplaats beschikken aan hun woning, nemen het openbaar domein in. De gemeente acht het billijk om personen die permanent het openbaar domein innemen bij gebrek aan een eigen parkeerruimte, hiervoor een bijdrage te laten leveren om nieuwe parkeerplaatsen te kunnen inrichten om de parkeerdruk in de gemeente op te kunnen vangen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen bij woningen

 

Artikel 1 - belastbare grondslag

 

De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op het ontbreken van voldoende parkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen en/of bij bestemmingswijzigingen aan bestaande gebouwen volgens de bepalingen van de stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto’s en fietsen en realisatie van bergruimten.

 

Artikel 2 - belastingplichtige

 

§ 1 De belasting is verschuldigd door de houder van een omgevingsvergunning afgeleverd volgens de bepalingen van de stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto’s en fietsen en realisatie van bergruimten en

         aan wie in deze vergunning minder parkeerplaatsen werden vergund dan voorgeschreven volgens de normen

         die één of meer van de in deze omgevingsvergunning verplicht aan te leggen parkeerplaatsen niet heeft aangelegd.

 

§ 2 De belasting is verschuldigd door de titularis van een zakelijk recht inzake een parkeerplaats, die een bestemmingswijziging doorvoert aan één of meer parkeerplaatsen, dusdanig dat niet meer voldaan wordt aan de verleende omgevingsvergunning.

 

§ 3 De belasting is solidair verhaalbaar op de rechtsopvolgers ten algemene of bijzondere titel van voormelde belastingplichtigen.

 

Artikel 3 - berekening van de belasting

 

§ 1 De belasting bedraagt:

         22.620 euro per ontbrekende ondergrondse parkeerplaats

         13.096 euro per ontbrekende bovengrondse parkeerplaats

         9.525 euro per ontbrekende ondergrondse parkeerplaats die bovengronds gerealiseerd wordt

         1.191 euro per ontbrekende fietsstalplaats.

 

§ 2 De belasting is verschuldigd:

         nadat aanvang werd genomen met de uitvoering van de verleende omgevingsvergunning

         op het ogenblik dat de bestemming van een aangelegde parkeer- en/of fietsstalplaats gewijzigd wordt

         op het ogenblik dat vastgesteld wordt dat de in de verleende omgevingsvergunning voorziene parkeer- en/of fietsstalplaats niet werden aangelegd en het gebouw reeds in gebruik genomen werd.

 

§ 3 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van juli van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van januari 2026.

 

§ 4 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - vestiging en invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 2 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 3 De vestiging en invordering van de belasting gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

         de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

         het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 5 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

1° het wordt schriftelijk ingediend

2° het wordt ondertekend

3° het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement voor verwaarloosde woningen en gebouwen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 28 november 2024 het gemeentelijk belastingreglement voor verwaarloosde woningen en gebouwen goed. Het reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4  

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41 

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 

 

Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (Vlaamse Codex Wonen van 2021), boek 2, deel 2, titel 4

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019 

 

Beslissing van de gemeenteraad van 25 september 2025 'IGEAN - intergemeentelijke samenwerking met IGEAN dienstverlening die optreedt als zelfstandige groepering ter ondersteuning van het lokaal bestuur - goedkeuring'

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

De gemeente wil de verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente voorkomen en bestrijden om verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

 

De gemeente Malle maakt vanaf 1 januari 2026 deel uit van de intergemeentelijke samenwerking ‘IGS Voorkempen’ waarbij de gemeente Malle zich engageert tot het voorkomen en bestrijden van leegstaande gebouwen en woningen door middel van het bijhouden van een inventaris van leegstaande woningen en gebouwen en het activeren van deze woningen en gebouwen door middel van een leegstandsheffing.

 

In uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst ‘IGS Voorkempen’ is het een verplichte activiteit om een belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen toe te passen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement voor verwaarloosde woningen en gebouwen

 

Artikel 1 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  

1° Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen

 

2° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

 

3° Register: gemeentelijke inventarislijst waarop de verwaarloosde woningen en gebouwen worden opgenomen.

 

4° Administratie: de dienst omgeving van de gemeente Malle wordt belast met het beheer en actualisering van een register voor verwaarloosde woningen en gebouwen en de vaststelling van verwaarlozing bij woningen en gebouwen.

 

5° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw voor de eerste maal in het register voor verwaarloosde woningen en gebouwen wordt ingeschreven.

 

6° Verwaarlozing: een gebouw of woning wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten... en wanneer deze 12 strafpunten behaalt op het technisch verslag voor verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

7° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande; zoals bepaald in artikel 24, 5° van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 (het Heffingsdecreet).

 

8° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

a) de volle eigendom

b) het recht van opstal of van erfpacht

c) het vruchtgebruik.

 

9° Feitenonderzoek: een plaatsbezoek dat door de administratie wordt uitgevoerd met als doel de aangehaalde argumenten vermeld in de ontvangen bezwaarschriften en schrappingaanvragen te controleren op de feitelijke toestand.

 

10° Technisch verslag: het verslag van de administratie dat de gebreken inzake verwaarlozing aan de buitenzijde van een woning of een gebouw vaststelt en de behaalde strafpunten weergeeft, alsook de identificatiegegevens van het onderzoek, de woning of het gebouw, de zakelijk gerechtigde.

 

11° Aanslagjaar: is het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de belasting wordt ingekohierd. Het betreft de periode vanaf de opname in het register tot de verjaardag van de inventarisatiedatum. Deze periode herhaalt zich jaarlijks zolang de woning of het gebouw niet uit het register geschrapt wordt.

 

12° Instrumenterende ambtenaar: iedere persoon of instelling die ertoe gemachtigd is aktes van eigendomsoverdracht te verlijden.

 

Artikel 2 - belastbare grondslag

 

§ 1 De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het register.

 

§ 2 De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het register. Zolang de verwaarloosde woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Artikel 3 - belastingplichtige

 

§ 1 De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de verwaarloosde woning of van het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.

 

§ 2 Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§ 3 In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het nieuwe zakelijke recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het register. De instrumenterende ambtenaar of de overdrager stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van § 1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 4 - berekening van de belasting

 

§ 1 De basisbelasting bedraagt 1.735 euro per woning of gebouw.

 

§ 2 Het bedrag van de belasting bedraagt:

         1ste heffingsjaar: de basisbelasting

         2de heffingsjaar: de basisbelasting verhoogd met 25 %

         3de heffingsjaar: de basisbelasting verhoogd met 50 %

         4de heffingsjaar: de basisbelasting verhoogd met 75 %

         5de en volgende heffingsjaren: de basisbelasting verhoogd met 100 %.

 

§ 3 De basisbelasting wordt vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van juli van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van januari 2026.

 

§ 4 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 - vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

§ 2 Van de belasting zijn vrijgesteld (persoonsgebonden vrijstellingen):

 

1° de belastingplichtige die sinds minder dan een jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht

 

2° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling. De vrijstelling geldt maximum voor 1 woning van de belastingplichtige en voor maximum 2 jaar. Het bewijs wordt geleverd door een attest afgegeven door de instelling.

 

§ 3 De belasting wordt niet geheven op (objectgebonden vrijstellingen):

 

1° de woning die of het gebouw dat, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard

 

2° de woning die of het gebouw dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling jaarlijks opnieuw moet aangevraagd worden en slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging

 

3° de woning die of het gebouw dat gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige of omgevingsvergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning

 

4° de woning die of het gebouw dat gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar.

 

5° de woning die of het gebouw dat eigendom is van: een erkende woonmaatschappij, een erkend sociaal verhuurkantoor, het Agentschap Wonen in Vlaanderen, IGEAN, AGB of OCMW, voor een periode van maximum twee jaar.

 

6° de woning die of het gebouw dat gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of goedgekeurd onteigeningsplan.

 

§ 4 De belastingplichtige vraagt een vrijstelling schriftelijk met toevoeging van de nodige bewijsstukken aan bij het college van burgemeester en schepenen. De belastingplichtige gebruikt daarbij het aanvraagformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt.

 

§ 5 Het college van burgemeester en schepenen kan een vrijstelling van de belastingen toekennen als voldaan is aan de voorwaarden tot het bekomen van één van de mogelijke vrijstellingen zoals bepaald in § 3.

 

§ 6 De vrijstelling moet jaarlijks aangevraagd worden.

 

Artikel 6 - vestiging en invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 2 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 3 De vestiging en invordering van de belasting gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

         de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

         het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 7 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

1° het wordt schriftelijk ingediend

2° het wordt ondertekend

3° het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 8 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 28 november 2024 het belastingreglement op nachtwinkels, automatenshops en private bureaus voor telecommunicatie goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4  

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41 

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019 

 

Beslissing van de gemeenteraad van 28 augustus 2025 'Opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 26 februari 2018 'Politiereglement nachtwinkels, automatenshops en private bureaus voor telecommunicatie - goedkeuring' - politiereglement nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie - goedkeuring'

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

De activiteiten van de nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie verschillen fundamenteel van deze van de gewone kleinhandel. De openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de omwonenden en het openhouden van nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie  gaat dikwijls gepaard met overlast die leidt tot een grotere inspanning voor de ordehandhavers en de gemeentelijke diensten.

 

Nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie schaden daarnaast de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het winkelapparaat en deze neerwaartse spiraal moet geremd worden door gerichte acties om een ommekeer teweeg te brengen op het vlak van verscheidenheid en kwaliteit van handelszaken.

 

De gemeente acht het dan ook billijk om nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie financieel te laten bijdragen ten gunste van de algemene financiering van de gemeente. De ontvangsten laten de gemeente toe om overlast te bestrijden en een doordacht lokaal economisch beleid te voeren in de handelskernen. Bovendien wil de gemeente de uitbating van nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie op haar grondgebied ontmoedigen.

 

De eigenaars van de panden moeten zich bewust zijn van het feit dat zij een grote medeverantwoordelijkheid dragen bij verhuur van hun onroerend goed voor activiteiten die de openbare orde verstoren, de netheid en het imago van het winkelapparaat schaden. Daarom worden zij solidair en ondeelbaar gehouden tot betaling van de belasting.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie

 

Artikel 1 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

1° nachtwinkel: een vestigingseenheid die

         ingeschreven is in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) uitsluitend onder de rubriek ”Niet-gespecialiseerde detailhandel waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen (47.110)” of “Draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet (61.100)”

         een maximale netto-verkoopsoppervlakte heeft van 150 m²

         op een duidelijke en permanente manier de vermelding “Nachtwinkel” draagt.

 

2° privaat bureau voor telecommunicatie: iedere voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid

voorde tijdelijke beschikbaarstelling van eindapparatuur waarmee tegen betaling een

elektronische communicatienetwerk of -dienst ter plaatse kan worden gebruikt zonder

contractuele betrekking met de leverancier van het netwerk of de dienst en die geen activiteit

als telecomwinkel uitoefent.

 

Artikel 2 - belastbare grondslag

 

De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie gelegen op het grondgebied van Malle.

 

Artikel 3 - belastingplichtige

 

De belasting is solidair en ondeelbaar verschuldigd door de eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden.

 

Artikel 4 - berekening van de belasting

 

§ 1 De aanslagvoet van de openingsbelasting wordt vastgesteld op 6.850 euro en is verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel, privaat bureau voor telecommunicatie. De openingsbelasting is een eenmalige belasting en verschuldigd bij elke opening van een nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het reglement. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.

 

§ 2 De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting wordt vastgesteld op 1.850 euro per handelszaak. De openingsbelasting en jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar en verschuldigd voor het ganse jaar ongeacht de stopzetting van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar van de inkohiering. De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het aanslagjaar van de inkohiering van de openingsbelasting of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van het belastingreglement.

 

§ 3 Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.

 

§ 4 De overeenkomstig artikel 5 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

         10 % bij een eerste overtreding, met een maximum van 1.850 euro

         20 % bij een tweede overtreding

         50 % bij een derde en volgende overtreding.

 

§ 5 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 6 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 - aangifte

 

§ 1 De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen. De aangifte moet gebeuren voor 31 december van het aanslagjaar voor de jaarlijkse belasting en de openingsbelasting.

 

§ 2 Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum kan het college van burgemeester en schepenen de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt.

 

Voordat de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de gemeente de belastingplichtige aangetekend op de hoogte van:

 1° de redenen waarom ze die procedure toepast;

 2° de elementen waarop de belasting is gebaseerd en de wijze van bepaling van die elementen;

 3° het bedrag van de belasting.

 

§ 3 De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het tweede en derde lid, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt de kennisgeving geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop ze toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 4 In afwijking van de aanslagtermijn kunnen ambtshalve gevestigde belastingen geldig worden ingekohierd binnen drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar. De voormelde termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van het belastingreglement met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

§ 5 Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

§ 6 Het college van burgemeester en schepenen kan personeelsleden aanstellen die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement.

 

Artikel 6 - sluiting of stopzetting

 

§ 1 In geval van tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de zaak omwille van een sanctie opgelegd krachtens artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur of in geval van tijdelijke of definitieve sluiting omwille van elke andere mogelijke sanctie opgelegd door daartoe bevoegde overheden, kunnen de belastingplichtigen op geen enkele schadeloosstelling aanspraak maken.

 

§ 2 Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit moet onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.

 

Artikel 7 - vestiging en invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 2 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 3 De vestiging en invordering van de belasting gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

         de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

         het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 8 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

 1° het wordt schriftelijk ingediend;

 2° het wordt ondertekend;

 3° het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 9 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement op masten en pylonen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 28 november 2024 het gemeentelijk belastingreglement op masten en pylonen goed. Het reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4  

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41 

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019 

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

Masten en pylonen worden als landschapsverstorend ervaren en brengen hinder mee voor de lokale bevolking en het gemeentelijk landschap. De gemeenteraad wil deze landschapshinder compenseren. De gemeente acht het billijk om een belasting te heffen op masten en pylonen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement op masten en pylonen

 

Artikel 1 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

1° mast: een verticale structuur die op een dak of een andere bestaande constructie is geplaatst en waarbij de hoogte van constructie en mast samen minstens 20 meter boven het maaiveld bedraagt.

 

2° pyloon: een individuele verticale structuur opgericht op het niveau van het maaiveld en met een hoogte van minstens 20 meter boven het maaiveld.

 

Artikel 2 - termijn en belastbare grondslag

 

De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op masten en pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente bevindt.

 

Artikel 3 - belastingplichtige

 

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar. De eigenaar van de constructie en of de grond waarop de masten en pylonen werden opgericht, is mee hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 4 - berekening van de belasting

 

§ 1 De basisbelasting bedraagt 5.000 euro per jaar per mast of pyloon.

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van november 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 - vrijstellingen

 

De belasting is niet verschuldigd voor constructies die dienen voor productie van windenergie of andere groene stroom.

 

Artikel 6 - aangifte

 

§ 1 De belastingplichtige moet, ten laatste op 31 maart van het aanslagjaar, aangifte doen van het aantal belastbare masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente op het door de gemeente ter beschikking gestelde formulier. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet er zelf om verzoeken. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de gebruiker niet van zijn aangifteplicht.

 

§ 2 Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum kan het college van burgemeester en schepenen de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt.

 

Voordat de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de gemeente de belastingplichtige aangetekend op de hoogte van:

1° de redenen waarom ze die procedure toepast

2° de elementen waarop de belasting is gebaseerd en de wijze van bepaling van die elementen

3° het bedrag van de belasting.

 

§ 3 De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het tweede en derde lid, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt de kennisgeving geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop ze toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 4 In afwijking van de aanslagtermijn kunnen ambtshalve gevestigde belastingen geldig worden ingekohierd binnen drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar. De voormelde termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van het belastingreglement met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

§ 5 Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

§ 6 Het college van burgemeester en schepenen kan personeelsleden aanstellen die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement.

 

Artikel 7 - vestiging en invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 2 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 3 De vestiging en invordering van de belasting gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

         de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

         het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 8 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

1° het wordt schriftelijk ingediend

2° het wordt ondertekend

3° het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 9 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 28 november 2024 keurde de gemeenteraad het gemeentelijk belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4  

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41 

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 

 

Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen

 

Besluit van de Vlaamse regering van 17 december 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019 

 

Milieubeleidsovereenkomst reclamedrukwerkafvalstoffen van 18 juli 2008, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 9 juni 2009

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

Wekelijks wordt een belangrijke hoeveelheid niet-geadresseerd reclamedrukwerk verspreid in Malle zonder dat de ontvanger hierom heeft verzocht.

 

Belangrijke hoeveelheden papierafval afkomstig van deze verspreiding van niet-geadresseerd reclamedrukwerk worden ingezameld aan huis of in het recyclagepark. De kosten voor ophaling en verwerking van afval lopen dan ook op.

 

De gemeente acht het billijk om gelet op principe van 'de vervuiler betaalt' een belasting te heffen op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten

 

Artikel 1 - belastbare grondslag

 

§ 1 De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijke belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten, ongeacht of ze in de brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.

 

§ 2 Onder gelijkgestelde producten wordt onder meer verstaan: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.

 

§ 3 Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.

 

Artikel 2 - belastingplichtige

 

De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 5.

 

De verantwoordelijke uitgever, de drukker en de fysieke of rechtspersoon die de opdracht geeft aan de drukker om het niet-geadresseerd drukwerk te drukken, of die opdracht geeft om het gelijkgestelde product te produceren zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 3 - berekening van de belasting

 

§ 1 De tarieven bedragen:

         0,05 euro per bedeeld exemplaar tot en met 100 gram

         0,10 euro per bedeeld exemplaar van 101 tot en met 150 gram

         0,15 euro per bedeeld exemplaar van meer dan 150 gram.

 

§ 2 Per verspreiding bedraagt de belasting minimaal 35 euro.

 

§ 3 De overeenkomstig artikel 5 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting en in geval van herhaling aan het dubbele van het bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

§ 4 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 5 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,01 euro.

 

Artikel 4 - vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

§ 2 De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting:

 

1° per aanslagjaar voor de eerste twee verspreide drukwerken of gelijkgestelde producten

 

2° wanneer de verspreide drukwerken of gelijkgestelde producten uitgaat van politieke partijen die een lijst indienden voor de Europese, de federale, de gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen, of van kandidaten die op een dergelijke lijst voorkomen, en dit voor zover de drukwerken of gelijkgestelde producten verspreid worden in de periode tussen de in de betreffende kieswetgeving vastgestelde datum van terhandstelling van de voordrachten van de kandidaten en dat van de verkiezing

 

3° wanneer de verspreide drukwerken of gelijkgestelde producten hoofdzakelijk verband houden met een gemeentelijke volksraadpleging, en dit voor zover de drukwerken of producten verspreid worden in de periode tussen de indiening van het verzoek bedoeld in artikel 310 van het decreet over het lokaal bestuur en de beslissing van de gemeenteraad om op een dergelijk verzoek niet in te gaan, of in de periode tussen de indiening van het verzoek bedoeld in artikel 310 van het decreet over het lokaal bestuur en dat van de volksraadpleging of in de periode tussen de beslissing van de gemeenteraad op eigen initiatief en de dag van de volksraadpleging;

 

4° voor drukwerken en gelijkgestelde producten van socio-culturele, jeugd- en sportverenigingen, erkende gemeentelijke verenigingen en vormings- en onderwijsinstellingen.

 

Artikel 5 - aangifte

 

§ 1 De belastingplichtige moet, ten laatste op 31 december van het aanslagjaar, aangifte doen bij het gemeentebestuur. Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag en een specimen van het verspreide drukwerk of het gelijkgesteld product.

 

§ 2 In geval van periodieke verspreidingen kan een aangifte binnen de veertien dagen na de eerste verspreiding, ook gelden voor de daaropvolgende verspreidingen tijdens hetzelfde aanslagjaar. In dit geval, kan de belastingplichtige tussen 1 en 15 december van het aanslagjaar een regularisatie-aangifte voor het ganse aanslagjaar indienen.

 

§ 3 Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum kan het college van burgemeester en schepenen de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt.

 

Voordat de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de gemeente de belastingplichtige aangetekend op de hoogte van:

1° de redenen waarom ze die procedure toepast

2° de elementen waarop de belasting is gebaseerd en de wijze van bepaling van die elementen

3° het bedrag van de belasting.

 

§ 4 De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het tweede en derde lid, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt de kennisgeving geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop ze toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 5 In afwijking van de aanslagtermijn kunnen ambtshalve gevestigde belastingen geldig worden ingekohierd binnen drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar. De voormelde termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van het belastingreglement met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

§ 6 Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

 

§ 7 Het college van burgemeester en schepenen kan personeelsleden aanstellen die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement.

 

Artikel 6 - vestiging en invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 2 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 3 De vestiging en invordering van de belasting gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

  1. de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
  2. het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 7 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

1° het wordt schriftelijk ingediend

2° het wordt ondertekend

3° het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 8 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk belastingreglement voor woningen zonder inschrijving - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Gemeente Malle keurde op 28 november 2024 het belastingreglement op tweede verblijven goed. Het reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 170, § 4  

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41 

 

Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019 

 

Motivering

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de decretale verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Daarbij streeft het gemeentebestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

Er wordt voorgesteld om de belasting op tweede verblijven te vervangen door een belasting op woningen zonder inschrijvingen. Het begrip woning zonder inschrijving is ruimer dan wat klassiek onder het begrip tweede verblijf wordt begrepen.

 

Het nieuwe belastingreglement voorziet in een jaarlijkse belasting geheven op de woningen op het grondgebied van de gemeente Malle waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister én die effectief werden gebruikt in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar.

 

De gemeente verliest inkomsten als er in een bepaalde woning niemand wettelijk ingeschreven is, ook al wordt die woning effectief gebruikt. Met deze belasting vraagt de gemeente een compensatie in de vorm van een financiële bijdrage voor woningen waarvoor de gemeente, indien er wel een inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister zou zijn, aanvullende personenbelastingen zou ontvangen.

 

Bovendien stimuleert de gemeente met deze belasting de eigenaars om woningen ter beschikking te stellen van personen die zich in Malle willen vestigen en domiciliëren.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende belastingreglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk belastingreglement voor woningen zonder inschrijving

 

Artikel 1 – definities

 

1° Belastbare woning: een woning waar op 1 januari niemand is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente Malle of waarvoor nog geen aanvraag tot inschrijving is ingediend én die effectief wordt gebruikt.

 

2° Birdnesting: een woonregeling waarbij de kinderen in het ouderlijk huis blijven wonen terwijl de ouders om de beurt in dat huis verblijven en die is vastgelegd in een overeenkomst gehomologeerd door of een vonnis van de familierechtbank.

 

3° Sociale woonorganisatie: de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de erkende woonmaatschappijen, de erkende sociale verhuurkantoren vermeld in de Vlaamse Codex Wonen en het Vlaams Woningfonds

 

4° Woning: een onroerend goed of gedeelte ervan dat hoofdzakelijk is bestemd voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande. Het gaat hier over elke woning dus ook over grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden én de met chalets gelijkgestelde caravans en de bijhorende nutsvoorzieningen.

 

5° Effectief gebruik: de woning dient o.a. ingericht te zijn voor gebruik, een verbruik van nutsvoorzieningen te hebben en dient als een redelijk en voorzichtig persoon onderhouden te worden. Het effectief gebruik wordt beoordeeld op basis van de geleverde bewijsstukken en/of een controle ter plaatse.

 

6° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

         de volle eigendom

         het recht van opstal of van erfpacht

         het vruchtgebruik.

 

Artikel 2 - belastbare grondslag

 

De gemeente Malle vestigt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting op de woningen waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister én die effectief werden gebruikt in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar.

 

Artikel 3 - belastingplichtige

 

§ 1 De belasting is verschuldigd door de volle eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar.

 

§ 2 Bij gebrek aan een volle eigenaar is de belasting verschuldigd door de erfpachter, de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de houder van een zakelijk recht van bewoning op 1 januari van het aanslagjaar.

 

§ 3 De belasting wordt steeds gevestigd in verhouding tot het aandeel van elk van de belastingplichtigen in de woning of het gebouw indien er meerdere eigenaars zijn, zoals blijkt uit de kadastrale legger.

 

Artikel 4 - berekening van de belasting

 

§ 1 De belasting wordt vastgesteld op 1.735 euro per jaar per woning zonder inschrijving.

 

§ 2 De belasting is ondeelbaar. Dit wil zeggen dat deze ineens en voor het hele aanslagjaar verschuldigd is, ongeacht of de woning zonder inschrijving in de loop van het aanslagjaar zijn belastbare grondslag verliest of de eigenaar ervan verandert.

 

§ 3 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van juli van het voorgaande jaar. De basisindex is die van januari 2026.

 

§ 4 De bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 – vrijstellingen

 

Van de belasting wordt of worden vrijgesteld:

 

1° collectieve verblijfsaccommodaties zoals o.m. ziekenhuizen, rustoorden voor bejaarden, rust- en verzorgingstehuizen, woningen gebruikt voor beschermd en/of begeleid wonen, kazernes, internaten, kloosters, opvangcentra of gevangenissen

 

2° een woning opgenomen in het stedelijke register van leegstaande woningen/gebouwen of de Vlaamse inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen

 

3° een woning die ter beschikking wordt gesteld aan de rechtspersonen bedoeld in artikel 1717, 3e lid van het Burgerlijk Wetboek of artikel 32, §1 van het Vlaams Woninghuurdecreet van 24 oktober 2018 met het oog op de onderverhuring voorzien in datzelfde artikel

 

4° een woning waarin uitsluitend een beroepsactiviteit uitgeoefend wordt

 

5° een verplaatsbare caravan of woonaanhangwagen wanneer dergelijke voertuigen worden geplaatst in functie van het bouwen van een woning of in de gewestplanbestemming recreatiegebied op voorwaarde dat een omgevingsvergunning werd bekomen voor de verplaatsbare caravan of woonaanhangwagen

 

6° een woning waarbij de zakelijk gerechtigde omwille van ziekte, ongeval, hoge leeftijd of vrijheidsberoving langdurig op een andere plaats verblijft, voor zover hij of zij de laatste in de woning gedomicilieerde bewoner is, behoudens wanneer die woongelegenheid verhuurd of ter beschikking gesteld is aan personen die aldaar niet zijn gedomicilieerd. Deze vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar volgend op het vertrek van de zakelijk gerechtigde uit zijn woning. Deze vrijstelling kan slechts éénmaal toegekend worden aan dezelfde houder van het zakelijk recht.

 

7° een woning waarbij het zakelijk recht definitief is verworven gedurende de laatste zes maanden voorafgaand aan het aanslagjaar. Deze vrijstelling geldt voor één aanslagjaar volgend op de verwerving van het onroerend goed.

 

8° de houder van het zakelijk recht die vóór de peildatum van 1 januari bij onderhandse overeenkomst zijn zakelijk recht heeft overgedragen, of een koop-verkoopbelofte heeft aangegaan, voor zover de overeenkomst binnen een termijn van vier maanden na datum van de onderhandse overeenkomst resulteert in een authentieke akte. Indien de overeenkomst een opschortende voorwaarde bevat, moet deze vervuld zijn.

 

9° de tijdelijk leegstaande woning waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar gedurende ten minste zes opeenvolgende maanden als hoofdverblijf werd aangewend

 

10° een woning die tijdelijk niet bewoonbaar is door verbouwingswerken mits voorlegging van een omgevingsvergunning of afdoende bewijzen van renovatiewerken. Deze vrijstelling kan voor de betreffende woning slechts één maal worden toegekend aan dezelfde houder van het zakelijk recht en geldt voor één aanslagjaar.

 

11° een woning waarvan de gemeente Malle in het kader van haar sociaal beheersrecht zoals bedoeld in artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen, het beheer heeft overgenomen

 

12° de eigenaar van een woning, die naar aanleiding van het overlijden van de bewoner in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar, onmiddellijk werd te koop of te huur werd gesteld en niet is verkocht op 1 januari van het aanslagjaar. De vrijstelling wordt verleend tot maximaal 12 maanden na het overlijden.

 

13° een woning waarvoor een huurcontract als hoofdverblijfplaats werd afgesloten in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar en waarvoor er een inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister werd geregistreerd uiterlijk vier maanden na het afsluiten van het huurcontract

 

14° de belastingplichtige die geen einde kan stellen aan de belastbare toestand ingevolge een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend

 

15° een woning die als tweede woning wordt aangewend in functie van birdnesting.

 

Artikel 6 - vestiging en invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de belasting in door middel van een kohier. Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier vast en verklaart het uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

§ 2 De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

§ 3 De vestiging en invordering van de belasting gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentebelastingen zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

  1. de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
  2. het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48. Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.

 

Artikel 7 - bezwaren en geschillen

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

1° het wordt schriftelijk ingediend

2° het wordt ondertekend

3° het wordt gemotiveerd.

 

§ 2 Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§ 3 De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§ 4 De regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 8 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement betreffende materiële steun (uitleendienst) - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 21 december 2023 het gemeentelijk retributiereglement betreffende de materiële steun (uitleendienst) goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 26 juni 2025 ‘Opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 19 mei 2022 'Reglement uitleendienst - aanpassing - goedkeuring' - ondersteuning verenigingen - reglement uitleendienst – goedkeuring’

 

Motivering

 

De gemeente heeft een uitgebreide uitleendienst met allerhande materialen die erkende verenigingen, buurtverenigingen, adviesraden, scholen, ondernemingen en andere gemeenten onder bepaalde voorwaarden kunnen gebruiken.

 

De gemeente acht het billijk om aan bepaalde gebruikers van de uitleendienst een vergoeding aan te rekenen voor de gebruikte materialen, maar ook voor het transport en eventuele andere prestaties. Bovendien acht de gemeente het ook billijk om kosten door te kunnen rekenen aan de ontlener als de materialen beschadigd of niet worden teruggebracht.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement betreffende materiële steun (uitleendienst)

 

Artikel 1 - algemeen

 

Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor materiële steun.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

§ 1 De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het ontleenbaar materiaal.

 

§ 2 Door het in ontvangst nemen van materiële steun, aanvaardt de aanvrager de bepalingen van het gemeentelijk reglement uitleendienst en het retributiereglement.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De tarieven voor het ontleenbaar materiaal zijn opgenomen in bijlage 1

 

§ 2 De gemeenteraad verleent delegatie aan het college van burgemeester en schepenen om bijlage 1 actueel te houden wanneer dat nodig is.

 

§ 3 Aanvragen van organisaties die onder artikel 3 § 3 van het gemeentelijk reglement uitleendienst vallen, moeten het tarief betalen, vermeerderd met een uurtarief van 43,80 euro per uur per personeelslid voor het leveren en ophalen van het materiaal vermeld in artikel 7 § 1.1 van het gemeentelijk reglement uitleendienst.

 

§ 4 Bij verlies, onvoldoende nazorg of beschadiging van materiaal, zoals vermeld in artikel 8 § 2 van het gemeentelijk reglement uitleendienst gelden de volgende bijkomende retributies:

 

Prestatie

Tarief

administratieve kost bij opmaken van een dossier voor facturatie vanaf 5 euro

28,80 euro/dossier

herstellingswerken of werken omwille van onvoldoende nazorg door gemeentepersoneel

43,80 euro/uur

herstellingswerken door derden

herstellingskosten

als herstel niet mogelijk is

 

materiaal jonger dan 1 jaar

vervangingswaarde

materiaal ouder dan 1 jaar

restwaarde

 

§ 5 Voor het extra inzetten van gemeentepersoneel, op verzoek van de aanvrager, gelden de volgende bijkomende retributies:

 

Prestatie

Tarief

gepresteerde uren op weekdagen buiten de normale werkuren*

 65,70 euro/uur

gepresteerde uren in het weekend en op feestdagen

 87,60 euro/uur

transport per gereden kilometer (exclusief werkuren chauffeur)

 0,35 euro/km

gebruik zwaar materiaal (exclusief werkuren chauffeur)

 86,45 euro/uur

forfait voor dringende oproepen buiten kantooruren:

 175,20 euro

* De normale werkuren op weekdagen zijn:

         van maandag tot en met donderdag: 7.30 uur tot 16 uur

         vrijdag: 7.30 uur tot 12 uur.

 

§ 6 Als materiaal, vermeld in artikel 7 § 1.2 en artikel 7 § 1.33.1.3 van het gemeentelijk reglement uitleendienst, laattijdig wordt ingeleverd, geldt een bijkomende retributie van 11,60 euro.

 

§ 7 Als de wc-wagen niet leeg of proper terug wordt aangeboden, zoals vermeld in artikel 12 § 1.2 van het gemeentelijk reglement uitleendienst, geldt een bijkomende retributie van 230,50 euro.

 

§ 8 Als de herbruikbare bekers niet proper afgewassen en droog terug worden aangeboden, zoals vermeld in artikel 12 § 5 van het ‘gemeentelijk reglement uitleendienst’, geldt een bijkomende retributie van 172,90 euro voor een bak herbruikbare bekers.

 

§ 9 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 10 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 – waarborg

 

§ 1 Voor het uitlenen van de wc-wagen wordt, zoals vermeld in artikel 12 § 1.1 van het ‘gemeentelijk reglement uitleendienst’, een waarborg gevraagd van 200 euro. Dit bedrag wordt terugbetaald nadat de wc-wagen nagekeken en volledig in orde is. Indien de wc-wagen niet leeg of proper terug wordt aangeboden, zoals vermeld in artikel 12 § 1.2 van het ‘gemeentelijk reglement uitleendienst’, wordt een retributie geheven van 200 euro.

 

Artikel 5 - vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

§ 2 Aanvragen van organisaties die onder artikel 3 § 1 van het gemeentelijk reglement uitleendienst vallen, krijgen 100 % korting op de huurprijs, met uitzondering voor het ontlenen van het HERAS-hekwerk.

 

§ 3 Aanvragen van organisaties die onder artikel 3 § 2 van het gemeentelijk reglement uitleendienst vallen, krijgen 100 % korting op de huurprijs, met uitzondering voor het ontlenen van het HERAS-hekwerk en de overdekte podiumwagen.

 

Artikel 6 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgende de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 7 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 8 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Bijlage 1: lijst van uitleenbaar materiaal met huurprijs en kostprijs vanaf 1 januari 2026

 

ZELF AF TE HALEN

Artikel

Aantal stuks/sets

Retributie per stuk/set

in euro

Kostprijs per stuk/set

in euro

Afbakeningskegels (10 stuks/set)

1 set

1,10

50

Badmintonrackets (12 stuks/set)

1 set

2,20

83

Bakens oriëntatieloop groot zonder tangen

(20 stuks/set)

1 set

0,55

13,50

Bakens oriëntatieloop klein met tangen

(12 stuks/set)

1 set

0,55

16,50

Beachvolleybalnet

1 set

2,20

83

Brandblusser Aqua

10 stuks

4,45

177,35

Brandblusser CO2

6 stuks

5,55

210,60

Boerengolf

1 set

4,05

177,35

Buitenspeelfrisbee

2 sets

0,55

22,20

Catch game - spel

1 set

0,55

22,20

Circuskoffer

2 sets

6,65

260,45

Geluidsversterker met CD-speler en microfooningang

1 stuk

10

397,90

Herbruikbare bekers 25 cl (150 stuks/set)

3 sets

4,45

302,27

Hockeyset

1 stuk

3,35

127,45

Kaartspel maxi

1 set

0,55

22,20

Kubb

3 sets

2,50

55,30

Megafoon

2 stuks

2,80

105,30

Parachute 6 m

1 stuk

2,80

116,40

Pictogram groot ‘blustoestel’

14 stuks

0,55

22,10

Pictogram groot ‘nooduitgang’ (links)

27 stuks

0,55

22,10

Pictogram groot ‘nooduitgang’ (rechts)

33 stuks

0,55

22,10

Pictogram groot ‘pijlen’

3 stuks

0,55

22,10

Pictogram groot ‘uitgang’

31 stuk

0,55

22,10

Pictogram groot ‘verzamelplaats’

1 stuk

0,55

22,10

Pictogram klein ‘blustoestel’

17 stuks

0,55

11,05

Pictogram klein ‘nooduitgang’ (links)

49 stuks

0,55

11,05

Pictogram klein ‘nooduitgang’ (rechts)

35 stuks

0,55

11,05

Pictogram klein ‘uitgang’

11 stuks

0,55

11,05

Reuzen Jenga

1 stuk

2,50

170,30

Reuzen Mikado

1 stuk

0,55

27,70

Reuzen Twister

1 stuk

1,10

49,90

Schminkkoffer

3 sets

11,05

138,55

Spandoek ‘Beperk het nachtlawaai’

1 stuk

1,65

66,50

Spandoek blauw 'START'

1 stuk

2,80

120,90

Spandoek klein type nadar 'Dienst sport Malle'

4 stuks

1,10

56,55

Spandoek klein type nadar 'Gemeente Malle'

4 stuks

1,10

56,55

Spandoek XL 'Welkom in Malle'

1 stuk

6,10

221,70

Sport- en spelkoffer

2 sets

6,10

246,60

Walkie talkies (3 stuks/set)

1 set

13,30

527,55

 

WORDT GEBRACHT EN WEER OPGEHAALD

Artikel

aantal stuks/sets

Retributie

per stuk/set

in euro

kostprijs

per stuk/set

in euro

Afvalcontainer 1.100 liter

8 stuks

3,35

138,55

Afvalcontainer 120 liter

20 stuks

2,20

77,60

Beachvlag 'dienst sport' met betonvoet

4 stuks

7,20

290,40

Bord voor jubileum

1 stuk

0,55

11,10

Conifeer

45 stuks

0,55

27,70

Container (om materiaal in op te bergen)

1 stuk

193,95

7.758,40

Erker voor jubileum

1 stuk

0,55

11,10

Geluidsinstallatie (1 micro, 1 versterker, 1 CD-speler)

2 sets

41,55

1.662,50

Heras afschermdoeken

96 stuks

1,70

66,50

Herashekwerk (incl. klemmen) – 24 stuks/set

4 sets

55,40

94,20

Huldigingspodium

1 stuk

1,70

66,50

Lichtsnoer met lampjes 20 m

10 stuks

2,20

77,60

Mobiele wastafel (met 10 kraantjes)

5 stuks

27,70

1.108,35

Nadarbareel klein met bord "opgepast oversteekplaats"

10 stuks

1,65

55,40

Nadarbareel met losse poten 2,5 m

200 stuks

1,65

66,50

Nadarbareel met vaste poten 2,2 m

100 stuks

1,65

66,50

Nadarbareel met vaste poten 2,5 m

90 stuks

1,65

66,50

Noodverlichting

5 stuks

2,80

110,85

Parasol + voet – diameter 3 m

5 stuks

24,70

986,40

Partytent 3 m x 3 m – gemeente Malle

21 stuks

46,55

1.862

Podiumelement verstelbaar - 5 stuks/set - poten voor de podiumelementen worden standaard meegeleverd in 3 maten (40 cm, 60 cm en 80 cm)

8 sets

10,55

421,20

Podiumelementpoten 1 m (4 stuks/set)

3 sets

10,55

421,20

Podiumtrapje

3 stuks

6,65

254,95

Podiumwagen

1 stuk

277,10

80.480,70

Roltribune - 20 zitplaatsen

4 stuks

138,55

5.541,70

Sheltertent (voor 88 personen, Æ 16,7 m, hoogte centrale mast 6 m)

1 stuk

105,30

4.167,35

Spreekgestoelte

2 stuks

2,80

110,85

Staantafels – 10 stuks/set

4 sets

24,95

997,50

Stoel – 50 stuks/set

16 sets

27,70

1.108,35

Stroomverdeelkast met toebehoren

4 stuks

33,25

1.385,45

Tafel klapmodel – 10 stuks/set

12 sets

44,35

1.773,35

Tentoonstellingskubus hoogte 0,52 m

10 stuks

1,10

55,40

Tentoonstellingskubus hoogte 0,72 m

10 stuks

1,10

55,40

Tentoonstellingskubus hoogte 1,02 m

10 stuks

1,10

55,40

Tentoonstellingskubus hoogte 1,32 m

10 stuks

1,10

55,40

Tentoonstellingspaneel 2,00 m x 1,25 m

16 stuks

2,80

110,85

Toogplanken – 1 plank en 2 of 3 haken per set

30 sets

1,65

66,50

Verkeersbord 'verboden parkeren'

30 stuks

1,10

33,25

Verlengkabel 50 m - 220V

4 stuks

1,10

49,90

Vlag Malle, België, Vlaanderen, Provincie

16 stuks

0,55

27,70

Vlaggenmast

16 stuks

2,80

105,30

Vlaggenstatief groot - voor buiten

2 stuks

1,10

44,35

Vlaggenstatief klein

3 stuks

1,10

33,25

Vuurkorf

4 stuks

1,10

55,40

Waterverdeelstuk

2 stuks

1,10

55,40

wc-container

1 stuk

360,20

14.408,45

wc-wagen

1 stuk

526,45

21.058,50

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement op het uitvoeren van werken voor derden - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 21 december 2023 het retributiereglement werken voor derden goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Motivering

 

De gemeente verricht op regelmatige basis prestaties allerhande op vraag van een derde. De gemeente acht het billijk om de kosten van onder andere werkuren, materiaal, transport, ... door te rekenen aan de aanvrager van prestatie.

 

De gemeente herstelt ook de schade die werd toegebracht aan het openbaar domein, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeval of overlastsituatie. De gemeente acht het billijk om de kosten van onder andere werkuren, materiaal, transport, ... door te rekenen aan de derde die de schade veroorzaakte. 

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement op het uitvoeren van werken voor derden

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het uitvoeren van werken of dienstverlening voor derden.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door:

         de aanvrager van de werken of dienstverlening

         de schadeveroorzaker in geval van schade berokkend door derden.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De retributie bestaat uit de som van onderstaande elementen:

         Dossierkosten:  28,80 euro/dossier

         Werkuren op weekdagen in de normale werkuren: 43,80 euro/uur

      Van maandag tot en met donderdag: 7.30 uur tot 16 uur

      Vrijdag: 7.30 uur tot 12 uur

         Werkuren op weekdagen buiten de normale werkuren:  65,70 euro/uur

         Werkuren op weekends en feestdagen:  87,60 euro/uur

         Transport per gereden kilometer exclusief werkuren chauffeur: 0,35 euro/km

         Gebruiksduur zwaar materieel (bijvoorbeeld: kraan, veegwagen, ...) exclusief werkuren chauffeur: 86,45 euro/uur

         Forfait voor dringende oproep buiten werkuren: 175,20 euro

         Extra kosten voor het overschrijden van het aantal kilometers vanaf km 251, tol of péage, kosten verbonden aan wachttijden omwille van een rijverbod voor vrachtwagens in het buitenland, enzovoort worden doorgerekend aan de aanvrager

         Materiaalkosten worden doorgerekend aan de aanvrager

         Andere kosten verbonden aan het uitvoeren van werken.

 

§ 2 De aanvrager staat zelf in voor de verzekering van de goederen die vervoerd worden.

 

§ 3 Het totaalbedrag van de retributie wordt vastgesteld door het college van burgemeester en                schepenen aan de hand van een gedetailleerde kostenstaat met opgave van de gepresteerde uren, de gebruikte materialen en andere kosten.

 

§ 4 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 5 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen.

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor de verkoop van kleefbandjes voor het aanbieden van gft - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het retributiereglement voor ophaling en verwerking van gft+ goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 30 mei 2016 'Intercommunales - IGEAN milieu & veiligheid - kennisneming van de agenda van de buitengewone algemene vergadering van 17 juni 2016 - goedkeuring van de verlenging en bevestiging van de daarbij horende beheersopdrachten - goedkeuring van de statutenwijziging en standpuntbepaling van het mandaat van de vertegenwoordiger'

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor de inzameling aan huis en verwerking van gft van degene die gft wil aanbieden voor de inzameling aan huis in een gft-container en daarvoor de door de gemeente voorziene kleefbandjes aankoopt.

 

Het toepassen van het principe 'de vervuiler betaalt' kadert in een gezond milieubeleid, zoals ook is vastgelegd in artikel 1.2.1, hoofdstuk II, van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor verkoop van kleefbandjes voor het aanbieden van gft

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor de inzameling aan huis en verwerking van gft.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de persoon, instelling of school die de door de gemeente voorgeschreven kleefbandjes voor de inzameling aan huis van gft aankoopt voor gebruik.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven per ophaling:

         0,60 euro voor een kleefbandje voor het aanbieden van een afvalcontainer van 40 liter

         1,75 euro voor een kleefbandje voor het aanbieden van een afvalcontainer van 120 liter.

De kleefbandjes zijn enkel verkrijgbaar in voorverpakte hoeveelheden van meerdere kleefbandjes per eenheid.

 

§ 2 Voor instellingen en scholen bedragen de tarieven:

         561,50 euro per jaar, per containervolume van 1.100 liter ter beschikking gesteld door de gemeente

         458 euro per jaar, per containervolume van 1.100 liter indien de instelling of school zelf over een container beschikt

         73,5 euro per jaar, per containervolume van 240 liter ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur

         36,50 euro per jaar, per containervolume van 120 liter ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur

         19 euro per jaar, per containervolume van 40 liter ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur.

 

§ 3 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 4 Bedragen worden afgerond naar onder of boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - invordering

 

§ 1 De retributieplichtige betaalt de retributie contant tegen afgifte van een betalingsbewijs.

 

§ 2 Bij gebrek aan contante betaling vordert de financieel directeur de retributie in.

 

§ 3 De retributieplichtige betaalt de retributie vermeld onder artikel 3, § 2, binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 4 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgende de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging.

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor het ophalen en verwerken van grofvuil op afroep - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 28 november 2024 het gemeentelijk retributiereglement voor het ophalen van grof huisvuil op afroep goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Algemeen politiereglement, hoofdstuk 4 “Ophalen huisvuil en huishoudelijk afval”, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 juni 2013

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor de ophaling aan huis en verwerking van grofvuil van degene die hiervoor een aanvraag doet.

 

Het toepassen van het principe 'de vervuiler betaalt' kadert in een gezond milieubeleid, zoals ook is vastgelegd in artikel 1.2.1, hoofdstuk II, van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995.

 

Voor afgedankt elektrische en elektronische apparaten (AEEA) en matrassen mag de gemeente geen verwerkingskosten aanrekenen, enkel een kost voor de ophaling (voorrijkost of stopkost).

 

 

De gemeenteraad besluit bij 16 ja stemmen en 8 neen stemmen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels)

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor het ophalen en verwerken van grofvuilop afroep

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het ophalen en verwerken van grofvuil op afroep.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de ophaling aan huis van het grofvuil.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven voor het aanbieden van maximum 3m³ grofvuil:

         28,60 euro voorrijkost (stopkost)

         0,30 euro/kg aangeleverd afval.

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 – vrijstellingen

 

De retributieplichtige is het tarief per kg aangeleverd afval, vermeld in artikel 3, § 1 niet verschuldigd bij de ophaling van afvalfracties die onder een uitgebreide producenten verantwoordelijkheid (UPV) vallen.

Artikel 5 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 6 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 7 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor keukenafvalzakjes - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 28 augustus 2025 het gemeentelijk retributiereglement voor keukenafvalzakjes goed. Het reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Algemeen politiereglement, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2013, hoofdstuk 4

 

Decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen van 23 december 2011 (Materialendecreet)

 

Motivering

 

Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen. Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.

 

Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties. Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen. Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen voor elke gemeente vastgelegd.

 

De gemeente Malle is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft het beheer overgedragen aan IGEAN milieu & veiligheid voor de inzameling en verwerking van het gft

 

Het is belangrijk om het gebruik van de gft-containers te stimuleren en inwoners aan te sporen om het keukenafval niet bij het huisvuil te deponeren vermits deze zware organische fractie vaak nog een aanzienlijk gewicht vertegenwoordigt.

 

Correct gesorteerd afval zorgt ervoor dat dit op de meest efficiënte manier verwerkt kan worden zodat de materialenkringloop zoveel mogelijk gesloten wordt.

 

De gemeente verkoopt papieren keukenafvalzakjes van 8 liter die bedoeld zijn als vervanging van de composteerbare zakjes en liners en goed vergistbaar zijn in de vergistingsinstallatie.

 

De papieren keukenafvalzakjes zijn niet verplicht maar komen tegemoet aan de vraag van inwoners naar een oplossing om het keukenafval handig te bewaren en de gft-container netjes te houden.

 

Het is belangrijk om een uniforme retributie toe te passen in de hele IGEAN-regio voor de verkoop van de keukenafvalzakjes.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor keukenafvalzakjes

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het afleveren van keukenafvalzakjes.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

De gemeente Malle hanteert een tarief van 6 euro per bundel van 80 keukenafvalzakjes van 8 liter.

 

Artikel 4 - invordering

 

§ 1 De retributieplichtige betaalt de retributie contant tegen afgifte van een betalingsbewijs.

 

§ 2 Bij gebrek aan contante betaling vordert de financieel directeur de retributie in.

 

§ 3 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 4 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor het recyclagepark - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties. Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen. Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen voor elke gemeente vastgelegd.

 

Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen. 

      Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.

      Artikel 10 van hetzelfde decreet bepaalt dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval moeten verhalen op de afvalproducenten.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

      Artikel 5.1.1 van het VLAREMA bepaalt dat de gemeenten het principe “de vervuiler betaalt” toepassen bij de berekening van de bijdrage in de kosten die door de burger moeten worden betaald.

      Bijlage 5.1.4 van het VLAREMA legt de minima en maxima tarieven vast voor de inzameling van een aantal afvalstoffen. Die tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex.

      De minima en maxima tarieven zoals vermeld in bijlage 5.1.4 van het VLAREMA worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex.

      Artikel 4.3.2 van het VLAREMA bepaalt dat bedrijven en zelfstandigen verplicht zijn om hun afval gesorteerd aan te bieden.

 

De gemeente Malle is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid gedaan voor de exploitatie van het recyclagepark.

 

De gemeenteraad keurde op 27 juni 2024 het retributiereglement voor het recyclagepark goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen van 23 december 2011 (Materialendecreet)

 

Besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)

 

Gemeenteraadsbeslissing van 30 maart 2009 waarbij de exploitatie van het gemeentelijk recyclagepark wordt overgedragen aan IGEAN milieu & veiligheid

 

Algemeen politiereglement, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2013, hoofdstuk 4

 

Motivering

 

Aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval via het recyclagepark zijn kosten verbonden, die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën.

 

De gemeente acht het billijk een financiële tussenkomst te vragen voor het leveren van bepaalde afvalfracties op het recyclagepark omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Om de scheiding aan de bron aan te moedigen is het aangewezen de kosten voor het transport en de verwerking van alle afvalsoorten volledig in functie van het aanbod door te rekenen aan de aanbieders. Voor een goede sturing van de selectieve inzameling en het maximaal vermijden van ongesorteerde afvalstromen, is een goede verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties essentieel.

 

Een jaarlijkse indexering van een aantal retributies is aangewezen om de algemene kostenstijging te volgen en de verhouding inkomsten/kosten in balans te houden.

 

Financiële gevolgen

 

IGEAN verrekent de opbrengst van deze retributie in de jaarafrekening.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 16 ja stemmen en 8 onthoudingen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels)

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor het recyclagepark

 

Artikel 1 - definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

1° Met huishoudelijk vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen die ontstaan zijn ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als van deze van de normale werking van een particuliere huishouding, en die omwille van de aard, de samenstelling en de hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.

 

Artikel 2 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het aanleveren van bepaalde afvalsoorten, zoals vermeld in artikel 4, op het gemeentelijk recyclagepark.

 

Artikel 3 - retributieplichtige

 

§ 1 De retributie is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van het gemeentelijk recyclagepark voor het aanleveren van bepaalde afvalsoorten zoals vermeld in artikel 4.

 

§ 2 De toegangscontrole gebeurt aan de hand van een identiteitskaart of aan de hand van een speciale toegangskaart.

 

§ 3 Een speciale toegangskaart wordt aangemaakt voor KMO’s (tot 5 VTE), personen met een eigendom in Malle, personen die eigenaar zijn van een woning in Malle zonder inschrijving en openbare diensten.

 

§ 4 Er wordt de mogelijkheid geboden om gebruik te maken van het gemeentelijk recyclagepark voor het aanleveren van met huishoudelijk vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen beperkt tot 2 m³ per week.

 

§ 5 De maximale hoeveelheid die een particulier per afvalsoort mag aanleveren per week is beperkt tot 2 m³ voor recycleerbare fracties.

 

Artikel 4 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven voor het aanleveren van verschillende afvalsoorten:

Gratis

Laag tarief

Hoog tarief

 

<0,5 m³

5,75 euro

<0,5 m³

17,30 euro

>0,5 en <1 m³

11,50 euro

>0,5 en <1 m³

28,80 euro

>1 en <2 m³

17,30 euro

>1 en <2 m³

57,65 euro

- harde kunststoffen

- bloempotjes en plantentrays

- metalen

- papier en karton

- glazen flessen en bokalen

- pmd

- herbruikbare goederen

- kga

- zuiver eps (piepschuim)

- zuivere plastic folie

- kaarsresten en kurken stoppen

- textiel

- matrassen

- autobanden (beperkt tot maximum vier autobanden per jaar per adres

- alle fracties die in kader van de afvalstoffenwetgeving gratis moeten aanvaard worden (zoals bijvoorbeeld gebonden asbest, afgedankte elektrische en elektronische apparaten)

- cellenbeton

- kalkplaten

- zuiver steenpuin

- houtafval

- groenafval

- vlak glas

- grofvuil

- gemengd bouw- en sloopafval

- zuivere grond (inclusief graszoden)

boomstronken

2,30 euro/stuk

 

 

 

§ 2 De retributie voor KMO’s bedraagt

         voor de aanvoer van glas, schroot, pmd en zuiver eps (piepschuim): 2,90 euro, aan te rekenen per beurt en dit gelimiteerd tot een hoeveelheid van 1 m³ per week

         voor de aanvoer van papier en karton: gratis, maar gelimiteerd tot een hoeveelheid van 1 m³ per week

         voor de aanvoer van landbouwfolie: 9,80 euro/m³.

 

§ 3 De retributie voor de speciale toegangskaart vermeld in artikel 3, § 3 bedraagt 5 euro en geldt bij wijze van waarborg.

 

§ 4 De tarieven vermeld in § 1 en § 2  worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 5 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 - vrijstellingen

 

§ 1 De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Malle worden vrijgesteld van de retributie.

 

§ 2 Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen tevens vrijgesteld worden van de retributie voor de verpakking bestemd voor de inzameling van gebonden asbest op het recyclagepark. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over deze vrijstelling.

 

Artikel 6 - invordering

 

§ 1 Het verschuldigde bedrag dient te worden vastgesteld door de recyclageparkwachter alvorens de retributieplichtige mag overgaan tot afgifte en zal gebeuren in het recyclagepark.

 

§ 2 De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met bancontact of kredietkaart. Bij ontstentenis van betaling kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden.

 

§ 3 Bij gebrek aan contante betaling vordert de financieel directeur de retributie in.

 

§ 4 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 5 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 7 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor het afleveren van vastgoedinformatie - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 25 januari 2024 keurde de gemeenteraad het gemeentelijk retributiereglement op vastgoedinformatie goed. Het reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikels 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7

 

Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, hoofdstuk 7

 

Besluit van de Vlaamse regering van 20 september 2024 houdende uitvoering van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, wat betreft de retributies en de controle, schorsing en opheffing van de toegang tot het VIP en tot wijziging van diverse besluiten, artikel 3

 

Gemeenteraadsbeslissing van 25 januari 2024 'Omgeving - ingebruikname Vastgoedinformatieplatform en algemeen reglement vastgoedinformatie – goedkeuring’

 

Motivering

 

Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoeddossiers op verzoek van aanvragers, brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee.

 

Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 september 2024 houdende uitvoering van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, wat betreft de retributies en de controle, schorsing en opheffing van de toegang tot het VIP en tot wijziging van diverse besluiten laat lokale besturen toe om een bronretributie te heffen voor de aangeleverde informatie voor het product vastgoedinlichtingen door de lokale overheid. De bronretributie is verschuldigd per perceel om een product vastgoedinlichtingen te ontvangne met vastgoedinformatie die door de lokale overheid is aangeleverd.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 20 september 2024 bepaalt ook de voorwaarden waaronder de gemeente de retibutie kan indexeren en bepaalt dat de bronretributie wordt afgerond naar de hogere 10 cent.

 

De gemeente moet, ingevolge de regelgeving, minstens volgende vrijstellingen voorzien voor de volgende instanties wanneer zij optreden als aanvrager:

1° externe overheden;
2° Vlaamse instanties als vermeld in artikel 2, 24°, van het decreet van 22 december 2023;
3° lokale overheden;
4° gerechtelijke overheden;
5° hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;
6° politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor het afleveren van vastgoedinformatie

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle, voor alle aanvragen die via het Vastgoedinformatieplatform verlopen, een gemeentelijke bronretributie op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het decreet over het Vastgoedinformatieplatform van 22 december 2023, verschuldigd door de aanvrager.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

 

Prestatie

Tarief

Afleveren vastgoeddossier

86 euro per kadastraal perceel

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van december van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,10 euro.

 

Artikel 4 - vrijstellingen

 

Van de retributie zijn vrijgesteld:

1° externe overheden
2° Vlaamse instanties als vermeld in artikel 2, 24°, van het decreet over het Vastgoedinformatieplatform van 22 december 2023
3° lokale overheden
4° gerechtelijke overheden
5° hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones
6° politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

 

Artikel 5 - invordering

 

Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het decreet over het Vastgoedinformatieplatform van 22 december 2023 via het Vastgoedinformatieplatform in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement op de inname van het openbaar domein voor evenementen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het gemeentelijk retributiereglement op inname openbaar domein voor evenementen goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 23 februari 2015 'Lokale economie - Reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein – Goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen van de persoon of de organisatie die het openbaar domein tijdelijk inneemt voor het organiseren van een evenement.

 

Omdat braderijen, markten, kermissen of evenementen van gemeentelijk erkende en/of gesubsidieerde verenigingen, erkende buurtwerkingen, adviesraden, scholen en hun oudercomité bijdragen aan het socio-culturele leven in de gemeente voorziet dit reglement voor hen een vrijstelling.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement op inname openbaar domein voor evenementen

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor de inname van het openbaar domein voor evenementen.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager, of bij gebrek aan een aanvraag, de innemer van het openbaar domein.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert het tarief van 0,60 euro per begonnen m² per dag ingenomen oppervlakte van het openbaar domein.

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - vrijstellingen

 

Dit reglement is niet van toepassing bij gelegenheden van braderijen, markten, kermissen of evenementen van gemeentelijk erkende en/of gesubsidieerde verenigingen, erkende buurtwerkingen, adviesraden, scholen en hun oudercomité.

 

Artikel 5 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 6 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 7 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor het plaatsen van perceelstoegangen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 31 augustus 2023 het gemeentelijk retributiereglement op het plaatsen van perceelstoegangen goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3 en artikel 41

 

Gemeenteraadsbeslissing van 31 augustus 2023 'Reglement op het realiseren van perceelstoegangen, beschoeiing in baangrachten en verhardingen op het openbaar domein - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor de prestaties die zij levert bij het plaatsen van een perceelstoegang op aanvraag.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor het plaatsen van perceelstoegangen

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het plaatsen van perceelstoegangen.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de plaatsing van een perceelstoegang.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

 

1° als de aanvraag voor het plaatsen van de perceelstoegang het gevolg is van werken uitgevoerd in opdracht van de overheid:

 

Prestatie

Tarief

Een eerste overwelving van baangracht van 5 meter

gratis

Een verbreding van de overwelving van de baangracht naar 7,5 meter

580 euro

Een verbreding van de overwelving, breder dan 7,5 meter, per begonnen meter

320 euro

Een tweede overwelving van baangracht van 5 meter

1.150 euro

Een voetpad van 1,2 meter over een baangracht

290 euro

Een eerste perceelstoegang van 5 meter zonder baangracht

gratis

Een verbreding van de perceelstoegang van 7,5 meter zonder baangracht

230 euro

Een verbreding van de overwelving zonder baangracht, breder dan 7,5 meter, per begonnen meter

160 euro

Een tweede perceelstoegang van 5 meter zonder baangracht

460 euro

Een voetpad van 1,2 meter zonder baangracht

120 euro

 

2° als de aanvraag voor het plaatsen van een overwelving op eigen initiatief van de aanvrager gebeurt:

 

Prestatie

Tarief

Een overwelving van de baangracht van 5 meter

1.150 euro

Een overwelving van de baangracht van 7,5 meter

1.730

 euro

Een verbreding van de overwelving, breder dan 7,5 meter, per begonnen meter

320 euro

 

3° als de aanvraag voor afbraak of uitbreiding van een bestaande overwelving van een baangracht op eigen initiatief van de aanvrager gebeurt

 

Prestatie

Tarief

De afbraak van een kopmuur

230 euro

De afbraak van een overwelving per meter

120 euro

De bouw van een kopmuur

290 euro

De uitbreiding van een overwelving van 2,5 meter

290 euro

Een verbreding van de overwelving, breder dan 7,5 meter, per begonnen meter

320 euro

 

4° de kostprijs voor de aanleg van een overwelving van een baangracht naar aanleiding van een verkaveling waarbij de exacte plaats van de overwelving niet is vastgelegd in de verkavelingsvoorwaarden:

 

Prestatie

Tarief

Een overwelving van 5 meter, excl. verharding

2.900 euro

Klinkerverharding van een perceelstoegang van 5 meter

870 euro

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van juli van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van januari 2026.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - invordering

 

§ 1 De retributie is opeisbaar vanaf het moment dat de aanvraag voor de plaatsing van de perceelstoegang werd goedgekeurd en moet betaald worden vooraleer de werken kunnen worden aangevat.

 

§ 2 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 3 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 4 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor het plaatsen van semi-permanente terrassen bij horecazaken op het openbaar domein met een terrasvergunning - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het gemeentelijk retributiereglement op de terrasvergunning voor het plaatsen van semi-permanente terrassen bij horecazaken op het openbaar domein goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3

 

Beslissing van de gemeenteraad van 29 september 2022 'Reglement voor het verkrijgen van een terrasvergunning voor het plaatsen van semi-permanente terrassen bij horecazaken - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen van de persoon, de organisatie of de onderneming die het openbaar domein inneemt voor het plaatsen van een terras in toepassing van het reglement voor het verkrijgen van een terrasvergunning voor het plaatsen van semi-permanente terrassen bij horecazaken, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 september 2022.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor het plaatsen van semi-permanente terrassen bij horecazaken op het openbaar domein met een terrasvergunning

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het gebruik van het openbaar domein voor de plaatsing van een semi-permanent terras bij een horecazaak met een terrasvergunning.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de terrasvergunning voor het plaatsen van semi-permanente terrassen bij horecazaken op het openbaar domein zoals bepaald in het reglement voor het verkrijgen van een terrasvergunning voor het plaatsen van semi-permanente terrassen bij horecazaken op het openbaar domein, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 september 2022.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert een tarief van 0,11 euro per m² per dag, van een periode langer dan 7 dagen.

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar onder of boven tot op 0,01 euro.

 

Artikel 4 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgende de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2  Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor werken aan de nutsvoorzieningen voor elektriciteit en gas op gemeentelijk openbaar domein - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het retributiereglement voor werken aan permanente nutsvoorzieningen goed.

 

Het huidige retributiereglement geldt maar tot en met 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3

 

Beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2017 'Gemeentelijk reglement tot goedkeuring van de code voor infrastructuur– en nutswerken langs gemeentewegen - goedkeuring'

 

Motivering

 

Op het grondgebied van gemeente Malle worden voortdurend nutsvoorzieningen geplaatst en/of onderhouden.

 

Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben dus een impact op het openbaar domein.

 

De gemeente Malle keurde op 27 maart 2017 de code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen goed, die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

 

Deze code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.

 

De code werd geactualiseerd naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaalconcept en het gebruik van nieuwe instrumenten zoals het GIPOD, KLIP, ...

 

Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook regelmatig dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die vrijwel voortdurend een impact hebben op het openbaar domein.

 

De financiële toestand van de gemeente vereist de heffing van verschillende retributies voor de prestaties die het gemeentebestuur levert.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor werken aan de nutsvoorzieningen voor elektriciteit en gas op gemeentelijk openbaar domein

 

Artikel 1 - algemeen

 

Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 heft de gemeente Malle een retributie voor het gebruik van de gemeentelijke dienstverlening en het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen.

 

Permanente nutsvoorzieningen omvatten:

         alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;

         alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.

 

Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

Deze retributie is verschuldigd door de eigenaar van de nutsvoorziening.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

 

§ 1 De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor:

         werken in rijwegen: 10,24 euro

         werken in voetpaden: 7,88 euro

         werken in aardewegen: 4,73 euro.

 

Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

 

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals  jaarlijks gepubliceerd in augustus.

Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

 

§ 2 Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aan­sluitingswerken, herstellingen en kleine onder­­­houdswerken met een sleufoppervlakte van maxi­mum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.

 

Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.

 

Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.

 

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de Vlaamse Nutsregulator goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

 

Artikel 4 - vrijstellingen

 

De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voor­af­gaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.

 

Artikel 5 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De gebruiker betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de gebruiker de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen.

 

Artikel 6 - bezwaren

 

De gebruiker kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 7 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Interlokale vereniging Bibburen - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 23 februari 2015 'Plaatselijke Openbare Bibliotheek - Interlokale Vereniging Bibburen - Samenwerkingsovereenkomst en huishoudelijk reglement - Goedkeuring' - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 23 februari 2015 keurde de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst voor de interlokale vereniging Bibburen en het huishoudelijk reglement voor Bibburen goed.

 

De samenwerkingsovereenkomst moet vernieuwd en ook aan het huishoudelijk reglement worden aanpassingen voorgesteld.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 23 februari 2015 'Plaatselijke Openbare Bibliotheek - Interlokale Vereniging Bibburen - Samenwerkingsovereenkomst en huishoudelijk reglement - Goedkeuring'

 

Motivering

 

De samenwerkingsovereenkomst en het huishoudelijk reglement moeten worden opgeheven zodat er een nieuwe samenwerkingsovereenkomst en een nieuw huishoudelijk reglement goedgekeurd kunnen worden.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de beslissing van de gemeenteraad van 23 februari 2015 'Plaatselijke Openbare Bibliotheek - Interlokale Vereniging Bibburen - Samenwerkingsovereenkomst en huishoudelijk reglement - Goedkeuring' op te heffen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Interlokale vereniging Bibburen - samenwerkingsovereenkomst van de interlokale vereniging Bibburen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Het intergemeentelijk samenwerkingsverband Bibburen, bestaande uit de bibliotheken van de gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en Zoersel, maakte een nieuw ontwerp op voor de 'samenwerkingsovereenkomst van de interlokale vereniging Bibburen'.

 

De gemeenteraad besliste op 15 december 2025 om de samenwerkingsovereenkomst voor de interlokale vereniging Bibburen die werd goedgekeurd op 23 februari 2015 door de gemeenteraad op te heffen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 'Interlokale vereniging Bibburen - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad '23 februari 2015 'Plaatselijke Openbare Bibliotheek - Interlokale Vereniging Bibburen - Samenwerkingsovereenkomst en huishoudelijk reglement - Goedkeuring' - goedkeuring

 

Motivering

 

De volgende wijzigingen zijn noodzakelijk of gewenst in de 'Samenwerkingsovereenkomst van de Interlokale Vereniging Bibburen' om de goede werking te garanderen:

         het verwijderen van lokaal bestuur Borsbeek als deelnemende gemeente. Borsbeek maakt geen deel meer uit van het samenwerkingsverband sinds januari 2025

         een verduidelijking van de werking van bibliotheeksysteem Wise

         de toevoeging dat de verdeling van de werkingsmiddelen voor het uitvoeren van de activiteiten en de werking van Bibburen jaarlijks bepaald wordt door het beheercomité.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de 'samenwerkingsovereenkomst van de interlokale vereniging Bibburen' goed te keuren:

 

Samenwerkingsovereenkomst van de Interlokale Vereniging “Bibburen”

 

De gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en het Autonoom Gemeentebedrijf Zoersel komen overeen om een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid te vormen, volgens het Vlaams Decreet over het lokaal bestuur Deel 3. Titel 3 Hoofdstuk 2 (22/12/2017) Bovenlokaal Cultuurdecreet: intergemeentelijke samenwerking.

 

Deelnemende gemeente: gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf dat deelneemt aan de Interlokale Vereniging Bibburen en de samenwerkingsovereenkomst heeft laten goedkeuren door de gemeenteraad of de daarvoor bevoegde raad of instantie.

 

Beherende gemeente: gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf dat optreedt als financiële hoofdorganisator van de Interlokale Vereniging Bibburen. De beherende gemeente is verantwoordelijk voor de financiën, de officiële briefwisseling en het indienen van subsidieaanvragen van het samenwerkingsverband. 

 

Beheerscomité: Het Beheerscomité van het samenwerkingsverband Bibburen is samengesteld uit de bevoegde schepenen voor bibliotheekwerking van elke deelnemende gemeente en de leidinggevende van de bibliotheek in overeenstemming met het Vlaams decreet van de intergemeentelijke samenwerking van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Bibliotheeksysteem Wise softwaresysteem voor de uitleenadministratie en catalografie dat door alle deelnemende gemeenten wordt gebruikt. Het is een onderdeel van de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek. Dit is een dienstverlening voor alle Nederlandstalige openbare bibliotheken in Vlaanderen en Brussel. Het wordt beheerd en ondersteund door Cultuurconnect vzw. 

 

Het samenwerkingsverband wordt “Bibburen” genoemd en is samengesteld uit de openbare bibliotheken van de deelnemende gemeenten.

 

De duur van de samenwerking wordt vastgesteld op 6 jaar, gelijklopend met de gemeentelijke legislatuur en wordt telkens, behoudens een expliciete beslissing van alle deelnemende gemeenten tot stopzetting ervan vóór het verstrijken van de lopende termijn, stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van 6 jaar.

 

De werking van de interlokale vereniging wordt jaarlijks door de gemeenteraden of de daarvoor bevoegde raden of instanties van de deelnemende gemeenten geëvalueerd.

 

De ‘samenwerkingsovereenkomst’ blijft geldig zolang er niets verandert aan de samenstelling van het samenwerkingsverband.

 

Doelstellingen van de samenwerking.

 

De samenwerking heeft als doel een efficiëntere werking van de bibliotheken na te streven en de dienstverlening voor alle inwoners te optimaliseren. Dit op projectmatige en op structurele basis.

 

Al het bibliotheekpersoneel van alle deelnemende gemeenten participeren actief in verschillende interne werkgroepen, waarbij ze elkaar kunnen ondersteunen, inspireren en stimuleren om de gezamenlijke doelstellingen te bereiken. 

 

De deelnemende gemeenten hebben een éénvormig dienstreglement voor de bibliotheek en een daaraan gekoppeld retributiereglement. Aanpassingen aan het dienst- en retributiereglement van de bibliotheek gebeuren in consensus met alle deelnemende gemeenten.  

 

De deelnemende gemeenten zijn als samenwerkingsverband actief in het Bibliotheeksysteem Wise. Er wordt één bibliotheeksysteem, één catalogus en één personenbestand gedeeld. De bibliotheekgebruikers binnen het samenwerkingsverband hebben een regiobibliotheeklidmaatschap, wat hen vrije toegang geeft tot alle bibliotheken van de deelnemende gemeenten.

 

Financieel aspect van de samenwerking.

 

Elke deelnemende gemeente engageert zich om jaarlijks financiële middelen te voorzien om de activiteiten en de werking van Bibburen te organiseren. De werkingsmiddelen worden in het gemeentelijk meerjarenplan opgenomen. De verdeling van de werkingsmiddelen voor het uitvoeren van de activiteiten en de werking van Bibburen wordt jaarlijks bepaald door het Beheercomité.

 

Per project wordt bij aanvang een financiële verdeelsleutel afgesproken door de leidinggevenden van de deelnemende bibliotheken. Ingeval er bij de beëindiging van een activiteit een positief of negatief financieel eindresultaat wordt vastgesteld, dan zullen deze gelden volgens dezelfde verdeelsleutel worden verdeeld, respectievelijk bijgepast door de deelnemers.

 

Waar mogelijk zal een aanvraag voor subsidie of ondersteuning worden ingediend bij instanties die subsidies of ondersteuning voorzien voor intergemeentelijke culturele samenwerking. Indien er minder of geen subsidies ontvangen worden, wordt er bekeken of het project financieel haalbaar is voor alle deelnemende gemeenten. Indien er meer subsidies ontvangen worden, wordt de verdeelsleutel per project aangepast. De subsidie wordt op de rekening van de beherende gemeente overgemaakt, die ze telkens, en uitsluitend voor de realisatie van het goedgekeurde project, namens de interlokale vereniging zal beheren.

 

Met het Bibliotheeksysteem Wise en de keuze voor het regiobibliotheeklidmaatschap is het mogelijk om openstaande bedragen van bibliotheekgebruikers in alle bibliotheken van de deelnemende gemeenten te betalen. De beherende gemeente maakt jaarlijks een vereffeningsrapport op voor de deelnemende gemeenten.

 

De beherende gemeente.

 

De beherende gemeente wordt bij meerderheid van stemmen gekozen door het Beheercomité. De beherende gemeente neemt haar taak op voor de duur van 6 jaar, en valt samen met de gemeentelijke legislatuur. De beherende gemeente zal o.a. de rol van financieel coördinator waarnemen, en dit zowel voor de financiering en onderlinge afrekening van gezamenlijke projecten als de onderlinge financiële afrekening binnen het Bibliotheeksysteem Wise. De beherende gemeente maakt jaarlijks een factuur op voor deelnemende gemeenten. 

 

Toe- en uitreden.

 

Een gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf kan toetreden tot het samenwerkingsverband aan het begin van elk jaar, t.w. 1 januari, na goedkeuring van de kandidatuur door het Beheercomité. De kandidaat-gemeente stuurt hiervoor ten laatste 1 maart van het voorafgaand jaar een aangetekend schrijven aan het college van burgemeester en schepenen of de daarvoor bevoegde raad of instantie van de beherende gemeente.  Om toe te treden moet de gemeente, gemeentelijke vzw of het autonoom gemeentebedrijf de samenwerkingsovereenkomst en het éénvormig dienst- en retributiereglement van de bibliotheek laten goedkeuren door haar gemeenteraad of de daarvoor bevoegde raad of instantie. Bij toetreding tot Bibburen participeert de deelnemende gemeente aan het samenwerkingsverband en regiobibliotheeklidmaatschap in het Bibliotheeksysteem Wise. 

 

Een deelnemende gemeente kan uit het samenwerkingsverband treden op het einde van het jaar, t.w. 31 december, mits het respecteren van een voorgaande opzegperiode van 6 maanden. Gemaakte engagementen bij de uitvoering van lopende projecten moeten worden nagekomen. De opzeg dient te gebeuren bij aangetekend schrijven aan het college van burgemeester en schepenen of de daarvoor bevoegde instantie van de beherende gemeente. 

 

De kosten om uit het samenwerkingsverband en daarmee uit het samenwerkingsverband in het Bibliotheeksysteem Wise te stappen zijn voor de uittreder. Gemeenten, gemeentelijke vzw’s of autonome gemeentebedrijven die later toetreden tot het samenwerkingsverband dekken zelf de kosten die verbonden zijn om aan te sluiten bij het samenwerkingsverband in het Bibliotheeksysteem Wise.

 

Materialen die worden aangekocht voor projecten via de beherende gemeente worden verder gebruikt door de deelnemende bibliotheken van het samenwerkingsverband. Materialen die voor Bibburen werden aangekocht door de uittredende deelnemer blijven eigendom van de uittredende gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Interlokale vereniging Bibburen - reglement 'beheerscomité van de Interlokale Vereniging Bibburen - huishoudelijk reglement' - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Het intergemeentelijk samenwerkingsverband Bibburen, bestaande uit de bibliotheken van de gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en Zoersel, maakte een nieuw ontwerp op voor het reglement 'Beheerscomité van de Interlokale Vereniging Bibburen - Huishoudelijk reglement'.

 

De gemeenteraad besliste op 15 december 2025 om het huishoudelijk reglement dat werd goedgekeurd op 23 februari 2015 door de gemeenteraad op te heffen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 'Interlokale vereniging Bibburen - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 23 februari 2015 'Plaatselijke Openbare Bibliotheek - Interlokale Vereniging Bibburen - Samenwerkingsovereenkomst en huishoudelijk reglement - Goedkeuring' - goedkeuring'

 

Motivering

 

De volgende wijzigingen zijn noodzakelijk of gewenst in het reglement 'Beheerscomité van de Interlokale Vereniging Bibburen - Huishoudelijk reglement' om een goede werking te garanderen:

         de toevoeging dat het beheercomité slechts geldig kan beraadslagen en beslissen indien de helft plus één van de afgevaardigden aanwezig is, tenzij het gaat om een punt dat voor de tweede keer op de agenda komt

         de toevoeging dat ieder stemgerechtigd lid over één stem beschikt en dat het beheercomité zijn beslissingen neemt bij gewone meerderheid, behalve het wijzigen van de statuten. Daarvoor is een tweederdemeerderheid vereist

         de toevoeging dat de stemming over personen steeds geheim is.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het reglement 'Beheercomité van de Interlokale Vereniging Bibburen - Huishoudelijk reglement' goed te keuren:

 

Beheercomité van de Interlokale Vereniging Bibburen - Huishoudelijk reglement

 

Deelnemende gemeente: gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf dat deelneemt aan de Interlokale Vereniging Bibburen en de samenwerkingsovereenkomst heeft laten goedkeuren door de gemeenteraad of de daarvoor bevoegde raad of instantie.
 

Beherende gemeente: gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf dat optreedt als financiële hoofdorganisator van de Interlokale Vereniging Bibburen. De beherende gemeente is verantwoordelijk voor de officiële briefwisseling en het indienen van subsidieaanvragen van het samenwerkingsverband. 
 

Art. 1

 

Het Beheercomité is samengesteld uit de bevoegde schepenen voor bibliotheekwerking van elke deelnemende gemeente in overeenstemming met het decreet van 6 juli 2001 gewijzigd bij decreet van 18 januari 2013 houdende de intergemeentelijke samenwerking. De afgevaardigde van de beherende gemeente zit de vergaderingen van het Beheercomité voor.


De leidinggevenden van de bibliotheek van elke deelnemende gemeente neemt, zonder stemrecht, deel aan het Beheercomité. Zij zijn belast met de praktische uitwerking van de intergemeentelijke activiteiten en leggen hun voorstellen voor aan het Beheercomité.

 

Secretaris van het Beheercomité is de leidinggevende van de bibliotheek van de beherende gemeente. De secretaris heeft geen stemrecht.

 

Er worden geen zitpenningen uitgereikt.

 

Art. 2

 

Het Beheercomité wordt bijeengeroepen door de secretaris telkens hij/zij het nodig acht. Het Beheercomité komt minstens éénmaal per jaar samen.

 

Art. 3

 

Via een gemotiveerd schriftelijk verzoek van minstens twee leden, gericht aan de secretaris, dient het Beheercomité te worden bijeengeroepen binnen de dertig dagen na ontvangst van het verzoek met vermelding van de te bespreken agenda.

 

Art. 4

 

De uitnodiging met vermelding van de agenda van de te bespreken punten wordt ten minste acht dagen voor de vergadering door de secretaris verzonden.

 

Art. 5

 

De leden van het Beheercomité zijn gerechtigd bijkomende punten aan de agenda te plaatsen mits zij drie dagen vooraf hiervan kennisgeven aan de secretaris.

 

Art. 6

 

Tijdens de vergadering kunnen enkel bijkomende punten op de agenda geplaatst worden wanneer tenminste twee derde van de aanwezige stemgerechtigde leden zich hiermee akkoord verklaart.

 

Art. 7
 

Het Beheercomité kan slechts geldig beraadslagen en beslissen indien de helft plus één van de afgevaardigden aanwezig is.

 

Art. 8

 

Wordt dit quorum niet bereikt, dan kan het Beheercomité enkel beslissen over de punten die voor een tweede maal op de agenda voorkomen, ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigden van de participerende gemeenten.
 

Art. 9

 

Ieder stemgerechtigd lid beschikt over één stem.

 

Art. 10

 

Een stemgerechtigd lid van het Beheercomité dat verhinderd is om een vergadering bij te wonen, kan zich laten vertegenwoordigen door een ander aanwezig stemgerechtigd lid, mits voorafgaande schriftelijke volmacht. De volmacht moet ten laatste vóór de aanvang van de vergadering aan de voorzitter worden bezorgd. Elk lid kan maximaal één volmacht dragen per vergadering. De volmachthouder beschikt over hetzelfde stemrecht als het lid dat hij of zij vertegenwoordigt.

 

Art. 11

 

Het beheercomité neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid.

 

Art. 12

 

De stemming over personen is steeds geheim.

 

Art. 13

 

Voor het wijzigen van het huishoudelijk reglement is een twee derde meerderheid vereist.

 

Art. 14

 

De secretaris van het Beheercomité stelt het verslag op van iedere vergadering van het Beheercomité. Dit wordt binnen de drie weken aan de leden bezorgd.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Interlokale vereniging Bibburen - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 23 oktober 2017 'Gezamenlijk dienstreglement Bibburen - goedkeuring' - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 23 oktober 2017 het gezamenlijk dienstreglement voor de interlokale vereniging Bibburen goed.

 

Het dienstreglement moet worden aangepast.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 23 oktober 2017 ' Gezamenlijk dienstreglement Bibburen - goedkeuring'  

 

Motivering

 

Het gezamenlijk dienstreglement moet worden opgeheven.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de beslissing van de gemeenteraad van 23 oktober 2017 'Gezamenlijk dienstreglement Bibburen - goedkeuring' op te heffen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Interlokale vereniging Bibburen - dienstreglement openbare bibliotheken Bibburen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Het intergemeentelijke samenwerkingsverband Bibburen, bestaande uit de bibliotheken van de gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en Zoersel, maakte een nieuw ontwerp op voor het 'Dienstreglement openbare bibliotheken Bibburen'.

 

De gemeenteraad besliste op 15 december 2025 om het gezamenlijk dienstreglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 23 oktober 2017 op te heffen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 'Interlokale vereniging Bibburen - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 23 oktober 2017 'Gezamenlijk dienstreglement Bibburen - goedkeuring' - goedkeuring'

 

Motivering

 

De volgende wijzigingen zijn noodzakelijk of gewenst in het 'Dienstreglement openbare bibliotheken Bibburen' om de goede werking te garanderen:

         het verwijderen van Borsbeek, die in januari 2025 uit het samenwerkingsverband stapte

         de toevoeging dat ouders van leerlingen die in schoolverband worden ingeschreven in de bibliotheek daarvan op de hoogte worden gesteld door de school

         de wijziging dat personen vanaf 26 jaar die niet woonachtig zijn in een gemeente die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen jaarlijks 5 euro lidgeld zullen moeten betalen. Gemeentepersoneel, leerkrachten, vrijwilligers en bewoners van zorginstellingen op het grondgebied van een gemeente van Bibburen zijn vrijgesteld van lidgeld

         de toevoeging dat er voor specifieke collecties uitleenrestricties kunnen gelden

         de toevoeging van een verduidelijking rond het herinneringenbeleid

         de toevoeging van info over de inleverbussen

         het wijzigen van het maximum aantal gelijktijdige reserveringen door een lener van drie naar vijf

         de toevoeging dat specifieke collectieonderdelen in sommige gevallen niet kunnen worden gereserveerd

         de toevoeging van de afwijkende uitleenvoorwaarden voor leerkrachten, klassen en instellingen

         de toevoeging over de regels rond wedstrijden die georganiseerd worden binnen het samenwerkingsverband Bibburen

         de toevoeging dat risico's van gevolgschade nooit verhaald kunnen worden op de bibliotheek

         een toevoeging over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de GDPR

         het schrappen van het artikel met betrekking tot de retributies uit het dienstreglement. Deze worden vanaf 2026 opgenomen in een apart retributiereglement.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het navolgende 'Dienstreglement openbare bibliotheken Bibburen' goed te keuren:

 

Dienstreglement openbare bibliotheken Bibburen

 

Iedere bibliotheekbezoeker is onderworpen aan de bepalingen van dit reglement. Gedetailleerde informatie over tarieven en huishoudelijke afspraken vindt u op de website van elke bibliotheek.

 

Artikel 1. Bibburen

Bibburen is een interlokale vereniging. Ze bestaat uit de bibliotheken van de deelnemende gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en Zoersel.

 

Artikel 2. Toegankelijkheid

De bibliotheken zijn voor iedereen vrij toegankelijk. Iedere bibliotheekbezoeker is vrij om gratis alle aanwezige materialen en informatiebronnen te raadplegen.

 

Artikel 3. Lid worden

Iedereen die woonachtig is in een gemeente die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen kan gratis lid worden van de bibliotheek op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of verblijfsdocument. Kinderen jonger dan 12 jaar die lid willen worden van de bibliotheek hebben de toestemming nodig van een ouder of voogd.

 

De ouder(s) van een leerling die in schoolverband word(t)(en) ingeschreven word(t)en) door de school hiervan op de hoogte gesteld. 

 

Personen vanaf 26 jaar die niet woonachtig zijn in een gemeente die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen kunnen lid worden van de bibliotheek, maar betalen een jaarlijks lidgeld. Gemeentepersoneel, leerkrachten, vrijwilligers en bewoners van zorginstellingen op het grondgebied van een gemeente van Bibburen zijn vrijgesteld van lidgeld.

 

Artikel 4. Dienstverlening

§ 4.1 Lenen van materialen

Materialen kunnen enkel door leden geleend worden met een geldige bibliotheekkaart of identiteitsbewijs.

 

Elk lid kan in elke gemeente van Bibburen 15 materialen gratis lenen voor een periode van 28 dagen. Voor specifieke collecties kunnen er restricties gelden.

Materialen die een leeftijdsaanduiding hebben kunnen niet geleend worden door iemand met een jongere leeftijd. 

 

In een bibliotheek met een zelfuitleensysteem is de lener verantwoordelijk voor het correct registreren van de materialen die men uitleent en inlevert.

 

De materialen kunnen door de lener op aanvraag of online via Mijn Bibliotheek, tweemaal worden verlengd met 28 dagen. Materialen die gereserveerd werden door een andere gebruiker kunnen niet worden verlengd.

 

Voor elk materiaal dat de gratis uitleenperiode overschrijdt, wordt een boete per openingsdag aangerekend. Bij het overschrijden van de leentermijn met 7 dagen ontvangt de lener een herinneringsnota per e-mail of brief. Zeven dagen later volgt een tweede herinneringsnota per e-mail of brief. 28 dagen na het verstrijken van de uitleentermijn ontvangt de lener een materiaalvergoedingsnota waarin wordt gevraagd om de materialen te vergoeden. Indien deze materialen worden ingeleverd, vervalt de materiaalvergoedingskost en worden enkel het boetebedrag en een administratieve kost aangerekend. 

 

Indien de lener de leentermijn met 56 dagen overschrijdt of een schuld van meer dan 10 euro heeft openstaan in één van de bibliotheken van Bibburen wordt het lidmaatschap van alle bibliotheken van Bibburen automatisch geblokkeerd tot alle materialen zijn teruggebracht en de openstaande schuld is vereffend. Een lener met een openstaand bedrag van minstens 5 euro dat reeds 56 dagen openstaat, wordt hiervan per e-mail of brief verwittigd en krijgt 56 dagen hierna een 2de herinnering als het openstaande bedrag nog niet is vereffend.

 

112 dagen na het verstrijken van de uitleentermijn van een materiaal wordt het materiaal afgeschreven bij de bibliotheek en wordt de schuldvordering verder opgevolgd door de betrokken instanties van de gemeente. 

 

Bibliotheekmaterialen kunnen enkel worden teruggebracht in de gemeente waar ze werden geleend.

Wanneer de bibliotheek gesloten is, kan een lener materialen buiten de openingsuren inleveren als er een inleverbus aan het bibliotheekgebouw aanwezig is. De materialen worden pas bij de eerstvolgende opening van de bibliotheek door een bibliotheekmedewerker ingenomen, die eventuele kosten kan aanrekenen voor het overschrijden van de leentermijn of de onvolledigheid of de beschadiging van ingeleverde materialen.

 

§ 4.2 Reserveren van materialen

 De meeste bibliotheekmaterialen kunnen gratis worden gereserveerd. Een lid kan maximaal 5 reservaties op hetzelfde moment hebben openstaan. Het gevraagde materiaal blijft 10 werkdagen beschikbaar en moet worden opgehaald op vertoon van de bibliotheekkaart of het identiteitsbewijs van de aanvrager.

Specifieke collectieonderdelen kunnen in sommige gevallen niet worden gereserveerd.

 

§ 4.3 Lenen uit andere bibliotheken

De lener kan materialen uit andere bibliotheken in Vlaanderen aanvragen tegen een vergoeding. Het gevraagde materiaal blijft 10 werkdagen beschikbaar en moet worden opgehaald op vertoon van de bibliotheekkaart of het identiteitsbewijs van de aanvrager.

 

§ 4.4 Dienstverlening op maat

Voor dienstverlening op maat kunnen er afwijkende afspraken worden gemaakt met de leidinggevende van de bibliotheek.

Voor speciale doelgroepen gelden er afwijkende uitleenvoorwaarden:

         Leerkracht  30 materialen uitlenen voor 28 dagen

         Klas:   200 materialen uitlenen voor 56 dagen

         Instelling:  200 materialen uitlenen voor 56 dagen

 

§ 4.5 Wedstrijden

Bij een wedstrijd met individuele winnaars die door de gemeenten van Bibburen gezamenlijk wordt georganiseerd, wordt een wedstrijdreglement opgesteld door de leidinggevenden van de bibliotheek. In het wedstrijdreglement worden minstens de algemene regels, de deelnemingsvoorwaarden en de prijsverdeling vermeld.  

 

§ 4.6 Printen en kopiëren

Het aanbod printers en fotokopieertoestellen verschilt per bibliotheek. Voor het afdrukken op papier wordt een vergoeding aangerekend.

 

Artikel 5. Verantwoordelijkheid van de gebruiker

§ 5.1 Algemeen

De bibliotheekkaart is persoonlijk, de naamdrager is verantwoordelijk voor het gebruik. De gebruiker moet het verlies van zijn kaart onmiddellijk melden. Bij verlies of diefstal van de bibliotheekkaart zonder melding aan de bibliotheek blijft de lener verantwoordelijk voor eventueel misbruik door middel van de kaart.

 

Een nieuwe bibliotheekkaart kan aan de balie worden aangevraagd. Hiervoor betaalt de gebruiker een administratieve kost.

 

Een wijziging van adres- of contactgegevens moet door de gebruiker zo snel mogelijk worden gemeld aan de bibliotheek.

 

§ 5.2 Auteursrecht en kopieerrecht

De bibliotheekgebruiker is volledig verantwoordelijk voor eventuele inbreuken of misbruiken tegen de wettelijke bepalingen inzake kopiëren, auteursrechten en gebruiksrechten.

 

§ 5.3 Aansprakelijkheid

De bibliotheek kan niet verantwoordelijk worden gesteld indien het geleende materiaal niet bruikbaar is en kan evenmin verantwoordelijk worden gesteld voor schade aan apparatuur van de gebruiker of voor verlies van gegevens.

 

De bibliotheek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor beschadiging of diefstal van persoonlijke voorwerpen in de bibliotheek.

 

De bibliotheek kan niet verantwoordelijk worden gesteld als computers, printers of computertoepassingen, zoals het internet, tijdelijk niet beschikbaar zijn.

 

Het oneigenlijk gebruik van de ICT-apparatuur in de bibliotheek is verboden. Risico’s van gevolgschade kunnen nooit verhaald worden op de bibliotheek.

 

§ 5.4 Verlies of schade geleende materialen

Bij verlies van of schade aan een geleend materiaal moet de lener dit vergoeden. Bibliotheekmaterialen waarvan de uitleentermijn met meer dan twee maanden is overschreden worden als verloren beschouwd. De bibliotheek rekent hiervoor de aankoopprijs en eventuele verwerkingskosten van het materiaal aan. Voor materialen die niet meer verkrijgbaar zijn, bepaalt de leidinggevende van de bibliotheek de vergoeding.

 

Artikel 6. Huishoudelijke afspraken

Iedere bibliotheek hanteert huishoudelijke afspraken om de goede sfeer, de veiligheid en het comfort van alle bezoekers en het bibliotheekpersoneel te garanderen. De huishoudelijke afspraken vindt u op de website van elke bibliotheek.

 

Artikel 7. Bescherming privacy

De openbare bibliotheek hecht veel belang aan de bescherming van persoonsgegevens en handelt in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR). Bij inschrijving als lid van de bibliotheek worden persoonsgegevens opgenomen in het Bibliotheeksysteem, dat deel uitmaakt van de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek van Cultuurconnect, in opdracht van de Vlaamse overheid.

 

De volgende gegevens kunnen worden verwerkt: identificatiegegevens (zoals naam, adres, geboortedatum), contactgegevens, bibliotheekgegevens (zoals leenhistoriek, reserveringen, betalingsgegevens). Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor het beheer van het bibliotheeklidmaatschap, het uitlenen van materialen en communicatie met de lener.

De persoonsgegevens worden bewaard tot maximaal twee jaar na beëindiging van het lidmaatschap, tenzij er nog openstaande transacties of administratieve verplichtingen zijn. Het lid van de bibliotheek heeft steeds het recht om de eigen persoonsgegevens in te kijken, te corrigeren of te laten verwijderen, en kan voorkeuren voor het bewaren van de leenhistoriek zelf beheren via het Mijn Bibliotheek-profiel.

 

Artikel 8. Uitsluiten van dienstverlening

Inbreuken op het dienstreglement kunnen worden bestraft met de onmiddellijke, tijdelijke of definitieve uitsluiting van de bibliotheek. De leidinggevende van de bibliotheek neemt daartoe de beslissing, indien mogelijk, nadat de gebruiker is gehoord. Alle onvoorziene gevallen worden behandeld door de leidinggevende van de bibliotheek.

 

Artikel 9. Toepassingsgebied

Dit dienstreglement is van toepassing in alle bibliotheken die behoren tot de interlokale vereniging Bibburen.

 

De tekst werd op de daarvoor bevoegde raad of instantie van elke deelnemende gemeente van Bibburen goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke bibliotheken - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het retributiereglement voor administratieve prestaties goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 'Interlokale vereniging Bibburen - dienstreglement openbare bibliotheken Bibburen - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor de prestaties die worden geleverd in de bibliotheek.

 

De tarieven, behalve die van de afgevoerde producten, werden afgestemd door en voor alle deelnemende gemeenten van Bibburen. De deelnemende gemeenten kwamen overeen om geen indexatie van de tarieven te voorzien.

 

Omwille van de afstemming van de tarieven met alle deelnemende gemeenten van Bibburen wordt een afzonderlijk retributiereglement voor de bibliotheek voorzien en worden de tarieven voor de diverse prestaties dus niet meer voorzien in het retributiereglement voor administratieve prestaties.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijke retributiereglement voor de gemeentelijke bibliotheken

 

Artikel 1 - algemeen

 

Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor de bibliotheek.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de begunstigde van de prestatie.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

         Lidgeld: 5 euro per jaar

         Afleveren van een lenerskaart

      bij inschrijving: gratis

      bij verlies of diefstal: 3 euro

         Uitlenen van boeken, tijdschriften, cd-roms, dvd's en taalcursussen

      uitlenen van alle materialen: gratis

      interbibliothecair leenverkeer: 5 euro

         Laattijdig inleveren van uitgeleend materiaal: 0,20 euro per stuk per dag

         Aanmaningen voor het inleveren van uitgeleend materiaal

      administratiekost voor verzending: 1 euro

      kost aangetekende zending: posttarief

         Kopieën en afdrukken in de bibliotheek

      kopie zwart-wit op DIN A4-formaat: 0,20 euro per kopie

      kopie zwart-wit op DIN A3-formaat: 0,35 euro per kopie

      kopie kleur op DIN A4-formaat: 0,55 euro per kopie

      kopie kleur op DIN A3-formaat: 1,10 euro per kopie

         Afgevoerde producten

      boek, strip en dvd: 0,50 euro per stuk

      tijdschrift: gratis

         Jaarlijkse verkoop van boeken, strips en dvd's

      tot 10 stuks: 0,50 euro per stuk

      vanaf 10 tot 50 stuks: 0,30 euro per stuk

      vanaf 50 tot 100 stuks: 0,20 euro per stuk

      vanaf 100 stuks: 0,10 euro per stuk.

 

Artikel 4 - vrijstellingen

 

Volgende categorieën worden vrijgesteld van het betalen van het jaarlijks lidgeld:

         inwoners van de deelnemende gemeenten van Bibburen

         personeelsleden van gemeente en OCMW van de deelnemende gemeenten van Bibburen

         leerkrachten werkzaam in scholen in de deelnemende gemeenten van Bibburen

         vrijwilligers en bewoners van zorginstellingen op het grondgebied van de deelnemende gemeenten van Bibburen

         personen jonger dan 26 jaar.

 

Artikel 5 - invordering

 

§ 1 De retributieplichtige betaalt de retributie contant tegen afgifte van een betalingsbewijs.

 

§ 2 Bij gebrek aan contante betaling vordert de financieel directeur de retributie in.

 

§ 3 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 4 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgende de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen.

 

Artikel 6 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 7 - inwerkingtreding

 

 § 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 § 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het   decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor gebruik van gemeentelijke lokalen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeente hanteert voor de verhuur van gemeentelijke lokalen in haar vrijetijdsinfrastructuur enerzijds een huishoudelijk reglement voor het gebruik van de culturele lokalen, dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 mei 2024, en anderzijds een retributiereglement, dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 mei 2024.

 

Het retributiereglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Besluit van de gemeenteraad van 30 mei 2024 'Huishoudelijk reglement voor het gebruik van culturele infrastructuur - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor het gebruik van gemeentelijke lokalen.

 

Bepaalde gebruikers van de gemeentelijke lokalen worden binnen het kader van dit reglement vrijgesteld van retributie bij bepaalde activiteiten omwille van het algemeen belang.

 

Ook eigen organisaties en samenwerkingen tussen gemeente Malle en externe partners worden vrijgesteld van retributie binnen het kader van dit reglement.

 

De politiezone, hulpverleningszone en BIN-werkingen van Malle worden eveneens vrijgesteld van dit reglement voor activiteiten (bijvoorbeeld vergaderingen, informatiesessies, vormingen, ...) die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun kerntaken.

 

Ook organisaties die een goed doel ondersteunen, worden onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld. Als bijlage bij dit reglement is ook een lijst opgenomen met organisaties, die ofwel vrijstelling van retributie krijgen, ofwel recht hebben op een bepaald tarief. Deze organisaties hebben ofwel een langdurige samenwerking met de gemeente Malle, of zijn welzijnsorganisaties met een werking in ofwel Malle, ofwel van regionaal of landelijk belang.

 

Als motivatie voor de toepassing van een verhoogd tarief geldt dan weer dat buitendorpse gebruikers niet hebben bijgedragen tot de kosten van de algemene infrastructuur via de gemeentelijke belastingen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor het gebruik van gemeentelijke lokalen

 

Artikel 1 - definities

 

1° Eenmalige activiteit: Een niet wederkerende activiteit die een eenmalig karakter heeft. Deze mag zowel voor leden als niet-leden van een vereniging georganiseerd worden. Bijvoorbeeld: tentoonstellingen, lezingen,  filmvoorstellingen, toneelopvoeringen, alle soorten podiumactiviteiten, speel- en opvangactiviteit met kinderen, feestvieringen, recepties, ontmoetingsactiviteiten van verschillende aard, conferenties,…

 

2° Regelmatige activiteit: Deze activiteiten hebben een regelmatig karakter (minstens 6x per jaar) en vinden plaats in reeksverband. Bijvoorbeeld: repetities, vergaderingen, wekelijkse activiteiten, cursussen,….

 

3° Forfait: het bedrag dat een gebruiker betaalt vanaf het moment dat hij 25x eenzelfde locatie boekt en dit steeds op dezelfde dag en uur

 

4° Particulier: privé-persoon, die in het kader van dit reglement voor privé-doeleinden gebruikt maakt van de gemeentelijke lokalen

 

5° Onderneming: een natuurlijke of rechtspersoon, die ingeschreven is in de Kruispuntbank Ondernemingen, en in het kader van dit reglement voor handelsdoeleinden gebruik maakt van de gemeentelijke lokalen

 

6° Soorten verenigingen:

         Erkende vereniging: vereniging die door de gemeente Malle erkend is.

         Buurtvereniging: vereniging van één of meerdere straten binnen het grondgebied Malle. Zij kunnen er zelf voor kiezen om erkend te worden.

         Non-profitvereniging: vereniging die niet erkend is in de gemeente Malle, maar een nobel doel nastreeft op het grondgebied van Malle.

         Jeugdvereniging: erkende jeugdvereniging in Malle, die voornamelijk activiteiten aanbiedt voor kinderen en jongeren.

         Seniorenvereniging: erkende vereniging in Malle die voornamelijk activiteiten aanbiedt voor senioren (55+).

         Vereniging voor personen met een handicap: erkende vereniging in Malle, die voornamelijk activiteiten aanbiedt voor personen met een handicap.

 

7° Soorten huurders:

         Standaard huurder: huurder die een lokaal reserveert dat beschikbaar is voor alle gebruikers, op basis van beschikbaarheid

         Regelmatige huurder: huurder die een vaste dag en een vast tijdstip krijgt toegewezen in de infrastructuur. Op andere tijdstippen is deze infrastructuur ook beschikbaar voor andere huurders

         Permanente huurder: huurder die voor onbepaalde tijd de beschikbaarheid heeft over een infrastructuur. Deze infrastructuur kan enkel in overleg met de permanente huurder verhuurd worden aan anderen

         Exclusieve huurder: deze huurder krijgt een lokaal permanent en exclusief ter beschikking. Het aan de huurder toegewezen lokaal kan niet door anderen gehuurd worden. Deze huurder sluit voor dit gebruik steeds een overeenkomst af met het bestuur 

 

Artikel 2 - algemeen

 

Vanaf 1 juni 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het gebruik van gemeentelijke lokalen.

 

Artikel 3 - retributieplichtige

 

De volgende gebruikers krijgen toelating om de gemeentelijke lokalen te gebruiken:

         De erkende verenigingen van Malle.

         Buurtverenigingen van Malle

         De politieke partijen van Malle.

         De onderwijsinstellingen, gevestigd op het grondgebied van Malle evenals hun oud-leerlingenbonden, ouderverenigingen, sportgroeperingen, enz...

         Non-profitverenigingen, zoals vastgesteld in de lijst in bijlage van dit reglement.

         Particulieren, maar enkel voor het gebruik van de Sint-Martinuspastorij, de repetitieruimte, de tornadotorenen De Kelder (enkel voor activiteiten met een cultureel karakter, zoals bepaald in het huishoudelijk reglement op het gebruik van gemeentelijke lokalen).

         Verenigingen, waarvan de zetel niet gevestigd is in Malle ofdie niet erkend zijn door het gemeentebestuur. Dit kan alleen indien de gemeentelijke lokalen twee maanden voor de activiteit nog vrij zijn.

         Ondernemingen, die ingeschreven zijn in de Kruispuntbank Ondernemingen, en voor handelsdoeleinden gebruik maken van de gemeentelijke lokalen. Dit kan enkel als de gemeentelijke lokalen twee maanden voor de activiteit nog vrij zijn.

         Eigen organisaties van de gemeente Malle en samenwerkingen, waarbij de gemeente Malle als medeorganisator betrokken is.

         De politiezone, hulpverleningszone en BIN-werkingen van Malle.

 

De lijst in bijlage van dit reglement met uitzonderingen voor non-profitorganisaties heeft niet als bedoeling limitatief te zijn, en kan actueel gehouden worden door het college van burgemeester en schepenen.

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager.

 

Artikel 4 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

 

Locatie

Manifestaties

Manifestaties

Activiteiten in reeksverband

Forfait*

 

(eenmalig)

(eenmalig)

(hele dag)

(vanaf 6x/jaar)

(vanaf 25x/jaar)

blok van 1u

blok van 16u

blok van 1u

 

ALICE FORCEVILLE 

Zaal A

7,50 euro

83 euro

3,50 euro

279 euro

Zaal B

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Zaal C (vergaderruimte)

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Zaal E (zaal + keuken)

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Keuken

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Bar

2 euro

26 euro

1,50 euro

83 euro

DE NOTELAAR 

Foyer

2 euro

26 euro

1,50 euro

83 euro

Feestzaal

7,50 euro

83 euro

3,50 euro

279 euro

Kleedkamer

2 euro

26 euro

1,5 euro

83 euro

Keuken

5 euro

52 euro

2 euro

165,50 euro

Cafetaria

5 euro

52 euro

2 euro

165,50 euro

Dansstudio

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Zaal C

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Zaal D (geen drank)

2 euro

26 euro

1,5 euro

83 euro

Zaal E

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Zaal F (+ keuken)

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Regiekamer (incl. micro's en podium)

2 euro

26 euro

1,50 euro

83 euro

JEUGDCOMPLEX

Polyvalente zaal

5 euro

52 euro

2 euro

165,50 euro

Keuken

2 euro

26 euro

1,50 euro

83 euro

Repetitieruimte*

3,50 euro

 

3,50 euro

 

OUD-GEMEENTEHUIS 

Lokaal 1.1

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

Trouwzaal

5 euro

52 euro

2 euro

165,50 euro

TORNADOTOREN

1e en 2e verdiep

7,50 euro

83 euro

3,50 euro

279 euro

GBS DE HORIZON

Refter

7,50 euro

83 euro

3,50 euro

279 euro

Leslokaal

3 euro

36,50 euro

2 euro

114 euro

HUIS VAN HET KIND

consultatieruimte & wachtzaal

5 euro

52 euro

2 euro

83 euro

Polyvalente ruimte

7,50 euro

83 euro

3,50 euro

279 euro

 

* Forfait tarief Het forfaittarief geldt bij de huur van eenzelfde lokaal, en dit op steeds op dezelfde dag en uur.

 

§ 2 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven voor de verhuur van de Sint-Martinus pastorij:

 

prijzen per weekend (vr-zo) of per weekdeel (ma-vr)

 

gelijkvloers

zolder

gelijkvloers

1ste verdieping

complex

gebruikers uit Malle

Erkende vereniging/school

93 euro

46,50 euro

134,50 euro

165,50 euro

Bedrijf/privépersoon

279 euro

124 euro

402,50 euro

517 euro

gebruikers buiten Malle

Erkende vereniging/school

119euro

73 euro

181euro

206,50 euro

Bedrijf/privépersoon

310euro

191 euro

433,50 euro

619,50 euro

prijs per dag

 

gelijkvloers

zolder

gelijkvloers

1ste verdieping

complex

gebruikers uit Malle

Erkende vereniging/school

52 euro

26euro

83 euro

93 euro

Bedrijf/privépersoon

124 euro

93 euro

289 euro

372 euro

gebruikers buiten Malle

Erkende vereniging/school

83 euro

46,50 euro

134,50 euro

165,50 euro

Bedrijf/privépersoon

155 euro

145 euro

310 euro

449 euro

 

§ 3 Voor het regelmatig, permanent of exclusief gebruik van onderstaande locaties, gelden de volgende tarieven:

 

Locatie

Tarief per jaar

Sint-Martinuspastorij

gelijkvloers (lokaal Natuurpunt)

181 euro

zolder

181 euro

Sint Jozeflei 24

garage + achterplaats + ruimte rechts vooraan

181 euro

Huis van het Kind

polyvalente ruimte

320 euro

berging

90 euro

Oud gemeentehuis

lokaal 1.1

181 euro

Jeugdlokalen Westmalle

jeugdlokalen Chiro

449 euro

jeugdlokalen KSA

449 euro

jeugdlokalen Scouts

449 euro

Jeugdlokalen Oostmalle

jeugdlokalen Chiro

449 euro

jeugdlokalen KSA-Roodkapjes

449 euro

jeugdlokalen KLJ

372 euro

Jeugdlokalen - bergingen

bergingen jeugd

90 euro

Jeugdhuizen

Babylon Westmalle

449 euro

Malmejo Oostmalle

449 euro

 

§ 4 De gemeente Malle hanteert verschillende tariefcategorieën:

         Het basistarief (= 100 %) geldt voor:

      De erkende verenigingen van Malle

      De politieke partijen van Malle

      De onderwijsinstellingen, gevestigd op het grondgebied van Malle evenals hun oud-leerlingenbonden, ouderverenigingen, sportgroeperingen, enz...

      Buurtverenigingen van Malle

      Welzijnsverenigingen met een locatie in Malle, zoals vastgesteld in categorie 2 in de lijst in bijlage van dit besluit

      Alle gebruikers van de repetitieruimte ( zowel (erkende) verenigingen als particulieren).

         Het verhoogde tarief 1 (= 300 % of maal 3) geldt voor:

      Niet erkende verenigingen: Verenigingen, waarvan de zetel niet gevestigd is in Malle of die niet erkend zijn door het gemeentebestuur. Dit kan alleen indien de gemeentelijke lokalen twee maanden voor het gebeuren nog vrij zijn.

      Organisaties met een goed doel/welzijns- of onderwijsorganisaties met een regionale/landelijke werking, zoals opgenomen in categorie 3 in de lijst in bijlage van dit reglement.

      Particulieren, voor wat betreft het gebruik van de Tornadotoren

         Het verhoogde tarief 2 (= 1000 % of maal 10) geldt voor:

      Ondernemingen, die ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingenkunnen voor handelsdoeleinden gebruik maken van de gemeentelijke lokalen. Dit kan alleen indien de gemeentelijke lokalen twee maanden voor het gebeuren nog vrij zijn. Deze gebruikers betalen het overeenstemmend tarief te vermenigvuldigen met factor 10. Voor het gebruik door een vereniging met ondernemingsnummer is bovendien een toestemming van het college van burgemeester en schepenen vereist.

         Privépersonen kunnen enkel volgende locaties huren:

      Sint-Martinuspastorij

      Tornadotoren

      Repetitieruimte

 Zij betalen hiervoor de voor particulieren vastgestelde prijzen voor deze locaties.

         Voor de Sint-Martinuspastorij zijn alle tarieven opgenomen in de tabel hierboven.

         Voor de Tornadotoren betalen particulieren het voor verenigingen geldende tarief maal 3.

         Voor de repetitieruimte wordt steeds het basistarief aangerekend, ongeacht de gebruiker.

         Voor bepaalde lokalen geldt een apart tarief voor vaste gebruikers, indien deze vaste gebruiker het lokaal het hele jaar door op permanente of exclusieve basis gebruikt. Deze tarieven zijn hierboven opgenomen in een aparte tabel.  Hierop zijn geen kortingen of vrijstellingen van toepassing.

 

Artikel 5 - vrijstellingen en verminderd tarief

 

§ 1 Een vrijstelling van retributie geldt voor:

         eigen organisaties

         de politiezone, hulpverleningszone en BIN-werkingen van Malle worden vrijgesteld van dit reglement voor activiteiten (bijvoorbeeld vergaderingen, informatiesessies, vormingen, ...) die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun kerntaken.

         bepaalde organisaties, waar we deel van uitmaken of samenwerkingsovereenkomsten mee hebben, zoals opgenomen in de eerste categorie in de lijst in bijlage van dit reglement.

 

§ 2 Het verminderd tarief (50 % van het basistarief) geldt voor:

         erkende senioren- en jeugdverenigingen in Malle

         verenigingen voor personen met een handicap.

 

Artikel 6 - annulering

 

Annulering van een activiteit kan kosteloos tot een maand voor de geplande datum. Daarna wordt het volledige bedrag aangerekend.

 

De verhuurder behoudt zich het recht om een geplande activiteit niet te laten doorgaan bij onderverhuring van de lokalen en bij niet-naleving van het huishoudelijk reglement. Hetzelfde geldt voor misleidende aanvragen. Deze annulering geeft geen aanleiding tot schade-eisen vanwege de huurder.

 

Artikel 7 - vergoedingen bij niet proper achterlaten

 

Indien de lokalen niet volgens de afspraken worden achtergelaten, betaalt de gebruiker de kosten voor het poetsen volgens de geldende tarieven in het retributiereglement op het uitvoeren van werken voor derden.

 

Artikel 8 - drank

 

Alle dranken zijn verplicht af te nemen van het gemeentebestuur met uitzondering van wijnen en schuimwijnen. Koffie en thee moet, indien gewenst, door de vereniging zelf worden meegebracht. De dranken worden na het gebeuren gefactureerd op basis van de inkoopprijs die de gemeente aan de brouwer betaalt + 10 % administratie- en exploitatiekosten en naar boven afgerond tot op een veelvoud van 0,05 euro.

 

Voor privépersonen en –organisaties wordt de drank na het gebeuren gefactureerd op basis van tweemaal de inkoopprijs die de gemeente aan de brouwer betaalt en naar boven afgerond tot op een veelvoud van 0,05 euro.

 

Artikel 9 - tafellinnen

 

Enkel bij de grote ronde tafels in de Notelaar kan tafellinnen gebruikt worden van de gemeente Malle. Bij gebruik van dit tafellinnen zal een vast tarief worden aangerekend van 12,50 euro (1-3 lakens) of 25 euro (vanaf 4 lakens).

 

Artikel 10 - schade aan lokalen

 

Eventuele beschadigingen, tijdens het gebruik toegebracht aan de lokalen en/of uitrusting, moeten op kosten van de huurder/gebruiker van de lokalen worden hersteld. Een gebruiker is verplicht om de aangebrachte schade te melden aan de onthaalmedewerker.

 

Ook alle beschadigingen die rechtstreeks verband houden met een geplande activiteit dienen vergoed te worden door de organisator.

 

Artikel 11 - schade of verlies aan materialen

 

§ 1 Als door de gebruiker duidelijk aantoonbare schade werd toegebracht aan het materiaal, dat in de infrastructuur aanwezig of door de gemeente Malle ter beschikking werd gesteld, zal deze verplicht zijn deze schade te vergoeden.

         Schade: de gebruiker is verplicht deze te melden aan de onthaalmedewerker vrijetijdsgebouwen of conciërge, mondeling indien deze aanwezig is, schriftelijk door een nota bij het geleende materiaal achter te laten, of door zo snel mogelijk nadien een e-mail te sturen naar vrijetijdsgebouwen.west@malle.be of vrijetijdsgebouwen.oost@malle.be. Herstellingskosten worden verrekend op de factuur. Deze wordt opgestuurd naar de gebruiker.

         Verlies: de gebruiker zal een factuur ontvangen van het verloren item. De berekening van de kost ter vervanging van het item wordt bepaald door de aanschafwaarde of restwaarde indien het item langer dan een jaar geleden is aangekocht.

 

§ 2 Bij verlies of onherstelbare schade zal de vervangingswaarde of restwaarde worden gefactureerd.

 

Artikel 12 - tariefverhogingen

 

§ 1 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 juli aangepast aan de consumptieprijsindex van april van hetzelfde jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 2 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 13 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging.

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 14 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 15 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

BIJLAGE: lijst met uitzonderingen voor non-profitorganisaties 

 

Categorie 1: Organisaties waar we deel van uitmaken of samenwerkingsovereenkomst mee hebben:

         Eerstelijnszone Voorkempen

         Podium- en Beeldacademie Lier

         Erfgoed Voorkempen

         1 Gezin 1 Plan

         CAW /JAC

         Dwaallicht

         Oudstrijdersbonden

         Bedrijvenpark Malle vzw

         Aurora Oostmalle

         Hand in Hand Westmalle

 

Categorie 2: Welzijnsorganisaties met een locatie in Malle:

         De Want (Ter Loke)

         De Scharnier (ter Loke)

         Woonzorgcentra in Malle

         De Werkplaats (Monnikenheide)

         De Bast en Het Loo (Monnikenheide)

         AZ Voorkempen

         Emmaüs vzw

 

Categorie 3: Organisaties met een goed doel/welzijns- en onderwijsorganisaties met een regionale/landelijke werking:

         Kom op tegen Kanker

         Stichting tegen Kanker

         Rode Kruis Vlaanderen

         Diabetesliga

         vzw Mentes/Cego vzw (ondersteuningsnetwerk kinderopvang)

         vzw ORKA - organisatie voor kinderreuma

         Mobitwin - Mpact vzw

         CVO EduKempen

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor het gebruik van sportinfrastructuur - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het gemeentelijk retributiereglement voor het gebruik van sportinfrastructuur goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor het gebruik van de sportinfrastructuur.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor het gebruik van sportinfrastructuur

 

Artikel 1 - algemeen

 

Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het gebruik van de (school-/bedrijfs)sportinfrastructuur.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door diegenen die gebruik maken van de infrastructuur zoals aangegeven op het aanvraagformulier.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De tarieven worden bepaald in bijlage 1 van dit reglement.

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 juli aangepast aan de consumptieprijsindex van april van hetzelfde jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Bijlage 1 - tarieven

 

Aard sportinfrastructuur (1)

Erkende clubs en Malse scholen

Buitendorpse clubs, niet-erkende clubs en particuliere gebruikers

 

Jeugd

(<18 jaar)

Volwassenen

(>=18 jaar)

Jeugd (< 18 jaar) en

volwassenen (>= 18 jaar)

Gemeentelijke sporthal Berckhoven (2)

Zaal A met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Zaal B met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Enkel gebruik kleedkamer, per kleedkamer en per dagdeel (3)

7,05 euro

7,05 euro

7,05 euro

SPORTcafé, per uur

5,65euro

5,65 euro

5,65 euro

 

 

 

 

Gemeentelijke petanquepleintjes

gratis

gratis

gratis

 

 

 

 

(School-/bedrijfs)sporthallen binnen het huurcontract

Sporthal Sint-Jan Berchmanscollege (secundaire school) met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Sporthal Mariagaarde Instituut (secundaire school) met kleedkamers, per uur

7,05euro

14,15 euro

21,20 euro

Sportzaal Mariagaarde Instituut (basisschool) met kleedkamers, per uur

7,05euro

14,15 euro

21,20 euro

Atletiekpiste Mariagaarde Instituut met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Sporthal Maris Stella Instituut met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Sporthal Immaculata Instituut (secundaire school) met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Sportzaal Immaculata Instituut (basisschool) met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Sporthal Mintjens Arena met kleedkamers, per uur, per zaaldeel

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Sporthal Go! Atheneum Malle (secundaire school), bovenzaal, met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Sporthal Go! Atheneum Malle (secundaire school), benedenzaal, met kleedkamers, per uur

7,05 euro

14,15 euro

21,20 euro

Cafetaria, Go! Atheneum Malle (secundaire school) per uur

4,75 euro

4,75 euro

4,75 euro

 

(1) reservatie is mogelijk per half uur indien de reservatie minimum 1 volledig uur omvat

(2) vrijstelling van huur gemeentelijke sporthal Berckhoven voor basisscholen van Malle tijdens de schooluren

(3) een dagdeel is een voormiddag (van 6 tot 12 uur), namiddag (van 12 tot 18 uur) of avond (van 18 tot 24 uur)

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement op het afleveren van badges en sleutels voor toegang tot de gemeentelijke gebouwen bij verlies en niet-tijdige inlevering - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het gemeentelijk retributiereglement op het afleveren van badges en sleutels voor toegang tot de gemeentelijke gebouwen bij verlies en niet-tijdige inlevering goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor het afleveren van badges en sleutels voor de toegang tot gemeentelijke gebouwen bij verlies en niet-tijdige inlevering van die badges en sleutels.

 

Het werken met een toegangscontrolesysteem en/of sleutelplannen maakt het beheer van onze gemeentelijke gebouwen transparanter en eenvoudiger. Ook voor de gebruikers heeft dit systeem praktische voordelen. Het gebruik van dit systeem levert in principe geen extra kosten op voor de gebruiker. Er wordt enkel een retributie aangerekend bij verlies of niet-tijdige inlevering van sleutel of badge.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - onderstaand retributiereglement goed te keuren:

 

Retributiereglement op afleveren van badges en sleutels voor toegang tot de gemeentelijke gebouwen bij verlies en niet-tijdige inlevering

 

Artikel 1 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:

 

1° gemeentelijke gebouwen: hiermee worden alle gebouwen bedoeld die de gemeente Malle verhuurt aan verenigingen, organisaties en/of private personen.

 

2° huurder: gemeente Malle onderscheidt verschillende soorten huurders van haar gemeentelijke gebouwen:

  1. Permanente huurder: een huurder die permanent gebruik maakt van het lokaal dat haar toegewezen is (o.a. jeugdverenigingen, jeugdclub).
  2. Regelmatige huurder: een huurder die op regelmatige basis activiteiten organiseert in één of meerdere gemeentelijke lokalen, volgens de bepalingen in het retributiereglement voor het gebruik van gemeentelijke lokalen en het retributiereglement voor het gebruik van sportinfrastructuur.
  3. Eenmalige huurder: een huurder die eenmalig gebruik maakt van de gemeentelijke gebouwen.

 

3° badge: een kaart, uitgegeven door de gemeente Malle, die toegang geeft tot een gemeentelijk gebouw dat uitgerust is met een toegangscontrolesysteem.

 

4° ontbrekende badge of sleutel: een badge of sleutel is ontbrekend als hij niet wordt terugbezorgd aan de gemeente Malle binnen de met de huurder afgesproken termijn, zoals bepaald in de afsprakennota tussen de gemeente en de huurder.

 

5° Sleutelplan: een systeem, voor de gemeente Malle opgezet door een leverancier, en waarvan de sleutels ook enkel bijgemaakt kunnen worden door deze leverancier. Uit het sleutelplan blijkt welke sleutels toegang geven tot één of meerdere gemeentelijke lokalen en/of gebouwen.

 

Artikel 2 – algemeen

 

Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor het afleveren van een nieuwe badge of sleutel bij verlies of niet teruggave van de badge of sleutel voor toegang tot gemeentelijke gebouwen binnen de met de huurder afgesproken termijn.

 

Artikel 3 – retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de huurder, die de badge of sleutel aanvraagt voor zichzelf of voor een van de leden van zijn organisatie.

 

Artikel 4 – tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

 

Afleveren van nieuwe badge bij verlies of niet teruggave binnen de met de huurder afgesproken termijn

 

16 euro

Bijkomende sleutel binnen sleutelplan bij verlies of niet teruggave binnen de met de huurder afgesproken termijn

 

31,50 euro

Bijkomende sleutel buiten sleutelplan bij verlies of niet teruggave binnen de met de huurder afgesproken termijn

 

5,50 euro

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 – invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De gebruiker betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de gebruiker de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur   de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Artikel 6 – bezwaren

 

De gebruiker kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 7 – inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. 

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor ambulante handel - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het gemeentelijk retributiereglement voor ambulante handel goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 24 juni 2021 'Reglement ambulante handel - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor de inname van het openbaar domein voor een standplaats voor het uitoefenen van ambulante handelsactiviteiten en het gebruik van elektriciteit door een handelaar in toepassing van het reglement op ambulante handel, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 juni 2021.

 

Dit reglement is niet van toepassing bij gelegenheden van braderijen, markten, kermissen of evenementen van gemeentelijk erkende en/of gesubsidieerde verenigingen, erkende buurtwerkingen, adviesraden, scholen en hun oudercomités omdat zij zich specifiek inzetten en bijdragen aan het socio-culturele leven in de gemeente.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor ambulante handel

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie op het innemen van een standplaats voor ambulante handel op het openbaar domein en het gebruik van elektriciteit bij de uitoefening van ambulante activiteiten.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van een standplaats voor ambulante handel.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

         plaatsrecht: 0,60 euro per begonnen m² per dag ingenomen oppervlakte

         elektriciteitsverbruik:

      Indien gebruik gemaakt wordt van het gemeentelijk elektriciteitsnet wordt volgend forfaitair tarief aangerekend als tussenkomst in de installatiekosten en het elektriciteitsverbruik: 0,35 euro per kWh, te berekenen volgens te verwachten verbruik en gebruikstijd.

      Er geldt een minimum retributie van 11,50 euro per maand.

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

§ 2 Dit reglement is niet van toepassing bij gelegenheden van braderijen, markten, kermissen of evenementen van gemeentelijk erkende en/of gesubsidieerde verenigingen, erkende buurtwerkingen, adviesraden, scholen en hun oudercomités omdat zij zich specifiek inzetten en bijdragen aan het socio-culturele leven in de gemeente.

 

Artikel 5 - invordering

 

§ 1 De retributie is opeisbaar vanaf het moment dat de standplaats is toegewezen door het college van burgemeester en schepenen tot het moment van de opzegging van de standplaats door de retributieplichtige of de opheffing van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over de toewijzing van de standplaats.

 

§ 2 De retributie wordt aangerekend vanaf het moment dat zij opeisbaar is en dit voor de rest van het lopende kalenderjaar. De retributieplichtige kan geen aanspraak maken op een terugbetaling van (een deel van) de retributie als hij de standplaats gedurende één of meerdere dagen niet zou innemen zoals voorzien.

 

§ 3 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 4 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 5 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 6 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 7 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor standplaats kermis - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het gemeentelijk retributiereglement voor standplaats kermis goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, artikels 8 tot en met 10

 

Koninklijk besluit van 18 juni 2003 betreffende de uitbating van kermistoestellen

 

Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie, artikels 8 tot en met 24

 

Algemeen politiereglement, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 juni 2013

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor het innemen van een standplaats op de openbare kermissen die de gemeente organiseert.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor standplaats kermis

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor standplaatsen van de openbare kermissen die de gemeente organiseert.

 

Artikel 2 - gebruikers

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de standplaats.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven voor standplaatsen:

 

Bergkermis en Augustuskermis

Attracties tot en met 30 m²

69 euro per kermis

Attracties van 31 m² tot en met 75 m²

138 euro per kermis

Attracties van 76 m² tot en met 95 m²

206 euro per kermis

Attracties van groter dan 95 m²

366 euro per kermis

Dorpkermis

Attracties tot en met 30 m²

35 euro per kermis

Attracties van 31 m² tot en met 75 m²

69 euro per kermis

Attracties van 76 m² tot en met 95 m²

103 euro per kermis

Attracties van groter dan 95 m²

206 euro per kermis

 

§ 2 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven voor het ter beschikking stellen van elektriciteit:

 

Per monofasige aansluiting van 32 A

45 euro per kermis

Per driefasige aansluiting van 32 A

92 euro per kermis

 

§ 3 De gemeente Malle hanteert de volgende jaarlijkse verhogingen:

     De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025).

 

§ 4 De gemeente Malle hanteert de volgende afrondingsregels:

      Bedragen worden afgerond naar onder of boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - invordering

 

§ 1 De retributie is opeisbaar vanaf het moment dat de standplaats is toegewezen door het college van burgemeester en schepenen tot het moment van de opzegging van de standplaats door de retributieplichtige of de opheffing van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over de toewijzing van de standplaats.

 

§ 2 De retributie wordt aangerekend vanaf het moment dat zij opeisbaar is. De retributieplichtige kan geen aanspraak maken op een terugbetaling van (een deel van) de retributie als hij de standplaats gedurende één of meerdere dagen niet zou innemen zoals voorzien.

 

§ 3 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 4 Als de gebruiker de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De gebruiker kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor administratieve prestaties - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 22 december 2022 het retributiereglement voor administratieve prestaties goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

De gemeenteraad keurde op 28 november 2024 het gemeentelijk belastingreglement op administratieve stukken goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953

 

Consulair wetboek van 21 december 2013, artikels 50 tot 67

 

Wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft

 

Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar, gewijzigd bij KB van 22 oktober 2013

 

Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs

 

Ministerieel besluit van 20 juli 2005 tot bepaling van de betalingswijze van de retributies

 

Ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, gewijzigd bij MB van 11 september 2017

 

Ministerieel besluit van 29 juli 2013 tot vaststelling van de modellen van conformiteitsattesten voor woningen en kamerwoningen

 

Ministerieel besluit van 19 april 2014 aangaande de afgifte van paspoorten, artikel 2

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 betreffende de woonkwaliteitsbewaking

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021)

 

Gemeenteraadsbeslissing van 19 mei 2022 'Lokaal woonbeleid - verordening conformiteitsattest - wijziging van de toepasselijkheid van de verordening op de woningen die tijdelijk worden aangeboden aan Oekraïense tijdelijk ontheemden en waarop het specifieke huurregime van toepassing is - goedkeuring'

 

Motivering

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen van de aanvragers van administratieve prestaties die het gemeentebestuur levert.

 

Er wordt voorgesteld om het gemeentelijk belastingreglement op administratieve stukken van 28 november 2024 en het gemeentelijk retributiereglement op administratieve prestaties van 22 december 2022 te vervangen door een gemeentelijk reglement op administratieve prestaties.

 

Het gemeentebestuur moet aan de federale overheid een vergoeding betalen voor de aanmaak en levering van de uit te reiken identiteitsdocumenten, rijbewijzen en reispassen. Het bestuur maakt dan ook zelf kosten naar aanleiding van de behandeling van de aanvragen en de uitreiking van deze documenten. Het is aangewezen om van de aanvrager van de dienstverlening een billijke bijdrage te vragen in de kostprijs van deze administratieve documenten.

 

Het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet

vergt een aanzienlijke inzet van gemeentelijke middelen (ICT, drukwerk, aantal uren werk, enzovoort) en het is billijk deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor administratieve prestaties

 

Artikel 1 - algemeen

 

Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor administratieve prestaties.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de begunstigde van de prestatie.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

 

Prestatie

Tarief

Burgerzaken

 

Afleveren van identiteitsbewijzen

 

 

Elektronische identiteitsdocumenten en vreemdelingenkaarten voor kinderen onder 12 jaar

 

 

 

Kosten aangerekend aan de gemeente

 

kosten

 

 

 

Afleveren

 

gratis

 

 

Elektronische identiteitskaarten en vreemdelingenkaarten voor personen vanaf 12 jaar

 

 

 

Kosten aangerekend aan de gemeente

 

kosten

 

 

 

Afleveren

 

gratis

 

 

 

Afleveren eerste duplicaat

 

2,30 euro

 

 

 

Afleveren tweede duplicaat en volgende

 

5,70 euro

 

 

Attest van immatriculatie

 

 

 

 

 

Afleveren

 

4,35 euro

 

 

 

Vervanging tegen teruggave van het vervallen attest

 

4,35 euro

 

 

 

Verlengen

 

gratis

 

Afleveren van reispassen

 

 

Reispas voor personen vanaf 18 jaar

 

 

 

 

 

Kosten aangerekend aan de gemeente

 

kosten

 

 

 

Afleveren

 

5,70 euro

 

 

 

Afleveren via versnelde procedure

 

14,30 euro

 

 

Reispas voor personen onder 18 jaar

 

 

 

Kosten aangerekend aan de gemeente

 

kosten

 

 

 

Afleveren

 

gratis

 

 

 

Afleveren via versnelde procedure

 

14,30 euro

 

Behandelen van aanvragen voor de wijziging van de voornaam

 

 

eerste aanvraag voor wijziging van de voornaam

 

57,20 euro

 

 

tweede en volgende aanvragen voor wijziging van de voornaam

 

571,90 euro

 

Afleveren van een trouwboekje

 

 

Kosten aangerekend aan de gemeente

 

kosten

 

 

Afleveren

 

gratis

 

Nemen van een foto

 

gratis

 

Afleveren van rijbewijzen

 

 

Elektronisch Europees rijbewijs

 

 

 

Kosten aangerekend aan de gemeente

 

kosten

 

 

 

Afleveren

 

5,70 euro

 

 

Internationaal rijbewijs

 

 

 

Kosten aangerekend aan de gemeente

 

kosten

 

 

 

Afleveren

 

4,35 euro

 

 

Elektronisch voorlopig rijbewijs

 

 

 

Kosten aangerekend aan de gemeente

 

kosten

 

 

 

Afleveren

 

5,70 euro

 

Omgeving

 

Afleveren van attesten

 

 

Stedenbouwkundig attest

 

57,20 euro

 

 

Planologisch attest

 

85,80 euro

 

 

Attest van verdeling

 

25 euro

 

Opname in het vergunningenregister

 

 

Opname

 

83,15 euro

 

Behandelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij de gemeente Malle vergunning verlenende overheid is

 

 

Omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen

 

 

 

Gewone en vereenvoudigde procedure met medewerking architect

 

 

 

 

Eengezinswoning

 

55,45 euro

 

 

 

 

Meergezinswoning/KMO

 

110,85 euro

 

 

 

Gewone en vereenvoudigde procedure zonder medewerking architect

 

 

 

 

Behandelen

 

22,20 euro

 

 

 

Bijstellen van een voorwaarde

 

55,45 euro

 

 

Omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

 

 

 

Behandelen

 

110,85 euro

 

 

 

Bijstellen van een voorwaarde

 

110,85 euro

 

 

Omgevingsvergunning voor exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

 

 

Klasse 2

 

 

 

 

Melding

 

 

 

 

 

Behandelen

 

gratis

 

 

 

 

Gewone procedure

 

 

 

 

 

Behandelen

 

72,05 euro

 

 

 

 

 

Aangetekend verzenden

 

kosten

 

 

 

 

 

Publicatiekosten

 

kosten

 

 

 

 

 

Uitvoeren van een openbaar onderzoek

 

50 euro

 

 

 

 

Gewone procedure waarbij een MER of veiligheidsrapportage vereist is en/of gekend als GPBV

 

 

 

 

 

 

 

Behandelen

 

83,15 euro

 

 

 

 

 

Aangetekend verzenden

 

kosten

 

 

 

 

 

Publicatiekosten

 

kosten

 

 

 

 

 

Uitvoeren van een openbaar onderzoek

 

50 euro

 

 

 

 

Vereenvoudigde procedure

 

 

 

 

 

 

 

Behandelen

 

20 euro

 

 

 

 

Bijstellen van een voorwaarde

 

55,45 euro

 

 

Omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten

 

 

 

Gewone procedure

 

 

 

 

Behandelen

 

22,20 euro

 

 

 

 

Aangetekend verzenden

 

kosten

 

 

 

 

Publicatiekosten

 

kosten

 

 

 

 

Uitvoeren van een openbaar onderzoek

 

50 euro

 

 

 

Vereenvoudigde procedure

 

 

 

 

Behandelen

 

20 euro

 

 

Omgevingsvergunning voor het wijzigen van kleine landschapselementen of voor het wijziging van vegetatie

 

 

 

Gewone procedure

 

 

 

 

Behandelen

 

22,20 euro

 

 

 

 

Aangetekend verzenden

 

kosten

 

 

 

 

Publicatiekosten

 

kosten

 

 

 

 

Uitvoeren van een openbaar onderzoek

 

50 euro

 

 

 

Eenvoudige procedure

 

 

 

 

Behandelen

 

20 euro

 

Behandelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij een andere overheid vergunning verlenende overheid is

 

 

Omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen

 

 

 

Gewone en vereenvoudigde procedure met medewerking architect

 

 

 

 

Afleveren van een advies bij beroep

 

 

 

 

 

Eengezinswoning

 

gratis

 

 

 

 

 

Meergezinswoning/KMO

 

110,85 euro

 

 

 

Gewone en vereenvoudigde procedure zonder medewerking architect

 

 

 

 

Afleveren van een advies bij beroep

 

gratis

 

 

Omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

 

 

 

Afleveren van een advies bij beroep

 

110,85 euro

 

 

Omgevingsvergunning voor exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

 

 

Klasse 1

 

 

 

 

Afleveren van een advies bij beroep

 

 

 

 

 

gewone procedure

 

110,85 euro

 

 

 

 

 

gewone procedure waarbij een MER of veiligheidsrapportage vereist is en/of gekend als GPBV

 

110,85 euro

 

 

 

 

Uitvoeren van een openbaar onderzoek

 

50 euro

 

 

 

 

Publicatiekosten

 

kosten

 

 

Omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten

 

 

 

Afleveren van een advies bij beroep

 

110,85 euro

 

Behandelen van een aanvraag van een gemeentelijke kapvergunning

 

gratis

 

Invullen van een formulier voor stedenbouwkundige inlichtigen/vastgoedinformatie

per kadastraal perceel

27,70 euro

 

Opmaken van een aanvraagdossier voor uitbreiding op het drinkwaternet

per aansluiting

110,85 euro

 

Kopie van een plan of afdruk van een digitaal plan

Per kopie / afdruk

11 euro

 

Behandelen van een omgevingsmelding

 

22,20 euro

 

Andere gemeentelijke dienstverlening

 

Afleveren van kopieën & afdrukken*

 

 

Kopie zwart-wit op DIN A4-formaat

per kopie

0,20 euro

 

 

Kopie zwart-wit op DIN A3-formaat

per kopie

0,35 euro

 

 

Kopie kleur op DIN A4-formaat

per kopie

0,55 euro

 

 

Kopie kleur op DIN A3-formaat

per kopie

1,10 euro

 

Afleveren van scans & digitale afschriften*

per scan / afschrift

0,10 euro

 

Verzendkosten

 

kosten

* Wanneer het afleveren van kopieën & afdrukken en scans & digitale afschriften niet contant betaald kan worden door de retributieplichtige en er een factuur moet worden opgemaakt, zal er slechts een factuur worden opgemaakt vanaf de kostprijs van 10 euro.

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

§ 2 Van de retributie zijn vrijgesteld:

 1° de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de instellingen van openbaar nut.

 

§ 3 De volgende prestaties zijn van de retributie vrijgesteld:

         aanvragen tot voornaamswijziging voor vreemdelingen die de Belgische nationaliteit aanvragen en geen voornaam hebben

         aanvragen tot voornaamswijziging in geval van geslachtsverandering.

 

Artikel 5 - invordering

 

§ 1 De retributieplichtige betaalt de retributie contant tegen afgifte van een betalingsbewijs.

 

§ 2 Bij gebrek aan contante betaling vordert de financieel directeur de retributie in.

 

§ 3 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 4 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgende de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen.

 

Artikel 6 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 7 - inwerkingtreding

 

 § 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 § 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het   decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor de verkoop van standaard vuilzakken voor het aanbieden van rest- en pmd-afval - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde het gemeentelijk belastingreglement op het ophalen van rest- en pmd-afval in standaard huisvuilzakken goed op 28 november 2024. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 § 3 en 41

 

Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995

 

Motivering

 

Voor de inzameling aan huis en verwerking van andere afvalfracties (zoals gft en grofvuil) heft de gemeente een retributie. Om dezelfde werkwijze en principes te kunnen hanteren voor de inzameling aan huis en verwerking van rest- en pmd-afval wordt vanaf 1 januari 2026 gewerkt met een retributiereglement (en niet meer met een belastingreglement zoals tot en met 31 december 2025 het geval is).

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen voor de inzameling aan huis en verwerking van rest- en pmd-afval van degene die rest- en/of pmd-afval wil aanbieden voor de inzameling aan huis in standaard vuilzakken en daarvoor de door de gemeente voorgeschreven standaard vuilzakken aankoopt.

 

Het toepassen van het principe 'de vervuiler betaalt' kadert in een gezond milieubeleid, zoals ook is vastgelegd in artikel 1.2.1, hoofdstuk II, van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995.

 

De tarieven voor de vuilzakken voor pmd-afval hanteert de gemeente de tarieven die worden voorgesteld door IGEAN. Die tarieven kaderen in afspraken met FostPlus.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor de verkoop van standaard vuilzakken voor het aanbieden van rest- en pmd-afval

 

Artikel 1 - algemeen

 

De gemeente Malle heft van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie op de inzameling aan huis van rest- en pmd-afval in standaard vuilzakken.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de persoon, instelling of school die de door de gemeente voorgeschreven standaard vuilzakken voor de inzameling aan huis aankoopt voor gebruik.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 Het tarief voor standaard vuilzakken voor restafval bedraagt:

         30 liter: 0,90 euro per zak

         60 liter: 1,80 euro per zak

De standaard vuilzakken zijn enkel verkrijgbaar in voorverpakte hoeveelheden van meerdere vuilzakken per eenheid.

 

§ 2 Het tarief voor standaard vuilzakken voor pmd bedraagt:

         30 liter: 0,10 euro per zak

         60 liter: 0,15 euro per zak

         120 liter (enkel voor scholen): 0,25 euro per zak.

De standaard vuilzakken zijn enkel verkrijgbaar in voorverpakte hoeveelheden van meerdere vuilzakken per eenheid.

 

§ 3 De tarieven vermeld in § 1 worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 4 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - vestiging en invordering

 

§ 1 De retributieplichtige betaalt de retributie contant tegen afgifte van een betalingsbewijs.

 

§ 2 Bij gebrek aan contante betaling vordert de financieel directeur de retributie in.

 

§ 3 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 4 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgende de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen.

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor de verkoop van recipiënten in het recyclagepark - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.

 

Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen van 23 december 2011 (Materialendecreet)

 

Algemeen politiereglement, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2013, hoofdstuk 4

 

Motivering

 

Er wordt gestreefd om de biologische kringloop zoveel mogelijk thuis te sluiten. Om het thuiscomposteren te stimuleren, kunnen compostvaten en -bakken aangekocht worden op het recyclagepark.

 

Het selectief ingezamelde groenafval en het gft worden gecomposteerd. Het eindproduct, IGEAN-compost is een echte bodemverbeteraar en is in zakken beschikbaar op de recyclageparken. Ook wordt gebruiksklare potgrond aangeboden, die IGEAN-compost bevat. Het gebruik wordt aangemoedigd omdat deze lokaal geproduceerde compost zorgt voor een kleinere ecologische voetafdruk dankzij de vastlegging van CO2.

 

Via de recyclageparken kunnen inwoners een regenwaterton aankopen aan een voordelig tarief zodat ze kostbaar hemelwater kunnen opvangen. Deze zorgen voor een waterbuffer in droge periodes.

 

Om hechtgebonden asbest af te leveren op het recyclagepark is het verplicht dit afval te verpakken zoals bepaald in de omzendbrief OMG 2020/O 2020/1 betreffende de wijziging en actualisatie van de omzendbrief van Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Zuhal Demir, van 27 augustus 2008 over inzameling van asbestcement op de recyclageparken in het Vlaams Gewest. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van speciale zakken of folie die op het recyclagepark aangekocht kunnen worden. Het gaat om buisfolie voor asbestplaten of een minibag voor andere vormen van asbestgebonden cement. Bezoekers van het recyclagepark kunnen hechtgebonden asbest uitsluitend aanbieden via deze buisfolie of minibags.

 

Gelet op de kostprijs voor de gemeente, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Het is aangewezen om uniforme retributies toe te passen in de hele IGEAN-regio voor de verkoop van de recipiënten.

 

Het ontwerpretributiereglement werd goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN milieu & veiligheid op 10 september 2025.

 

Financiële gevolgen

 

De kosten en opbrengsten van de recipiënten die verkocht worden op het recyclagepark, worden met de gemeente verrekend via de jaarlijkse eindafrekening van IGEAN milieu & veiligheid.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor de verkoop van recipiënten in het recyclagepark

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie op de verkoop van diverse recipiënten in het recyclagepark.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de persoon die een recipiënt aankoopt in het recyclagepark.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

De gemeente Malle hanteert volgende tarieven:

         compostvat inclusief beluchtingsstok: 50 euro

         beluchtingsstok: 5 euro

         compostbak: 140 euro

         aanbouwmodule compostbak: 95 euro

         regenwaterton 310 liter: 70 euro

         regenwaterton 510 liter: 110 euro

         buisfolie voor asbestplaten: 1 euro

         minibag van 150 liter voor asbestcementafval: 1 euro

         zak compost 40 liter: 5 euro

         zak potgrond 50 liter: 8 euro

         eerste gft-container van 40 liter of 120 liter per adres: gratis

         omruiling van een kapotte, lege en gereinigde gft-container: gratis

         omruiling van een lege en gereinigde gft-container naar een ander volume (van 40 naar 120 liter of omgekeerd: gratis

         nieuwe gft-container indien de gft-container in de vuilniswagen terecht is gekomen op vertoon van het bericht hieromtrent van de ophaaldienst: gratis

         nieuwe gft-container na diefstal op vertoon van het aangiftebewijs

         bijkomende gft-container, met een maximum van in totaal drie containers ongeacht het volume per adres:

      gft-container 40 liter: 66 euro

      gft-container 120 liter: 77 euro.

 

Artikel 4 - vrijstellingen

 

§ 1 De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Malle worden vrijgesteld van de retributie.

 

§ 2 Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Malle en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen ook vrijgesteld worden van de retributie. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over deze vrijstelling.

 

Artikel 5 - invordering

 

§ 1 De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met bancontact of kredietkaart. Bij ontstentenis van betaling kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden.

 

§ 2 Bij gebrek aan contante betaling vordert de financieel directeur de retributie in.

 

§ 3 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 4 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen.

 

Artikel 6 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 7 - inwerkingtreding

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - retributiereglement op inname van het openbaar domein voor bouw- en verbouwingswerken - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 28 november 2024 het gemeentelijk belastingreglement op inname openbaar domein voor bouw- en verbouwingswerken goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40, § 3 en 41

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2011 betreffende het algemeen reglement op inname van het openbaar domein

 

Motivering

 

Voor de inname van het openbaar domein in het kader van andere activiteiten (zoals evenementen, terras, ambulante handel) heft de gemeente een retributie. Om dezelfde werkwijze en principes te kunnen hanteren voor de inname van het openbaar domein in het kader van bouw- en verbouwingswerken wordt vanaf 1 januari 2026 gewerkt met een retributiereglement (en niet meer met een belastingreglement zoals tot en met 31 december 2025 het geval is).

 

De gemeente acht het billijk om een vergoeding te vragen van de persoon of de onderneming die het openbaar domein tijdelijk inneemt voor het plaatsen van voorwerpen in het kader van bouw- en verbouwingswerken op het privédomein.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 13 ja stemmen en 11 onthoudingen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Wim Vervloet, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement op de inname van het openbaar domein voor bouw- en verbouwingswerken

 

Artikel 1 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

1° Oppervlakte: voor de berekening van de belasting wordt de oppervlakte beschouwd van de omschreven veelhoek begrensd door enerzijds de rooilijn of ontworpen rooilijn en anderzijds de uiterste punten van de werfinrichting welke het voorwerp van de inname uitmaakt. Indien een rooilijn ontbreekt, geldt de inname vanaf de fysieke grens met de privé-eigendommen.

 

Artikel 2 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente een retributie op de inname van het openbaar domein door het plaatsen van voorwerpen in het kader van bouw- en verbouwingswerken op het privédomein.

 

Artikel 3 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein voor bouw- of verbouwingswerken op privédomein en, bij het ontbreken van een aanvraag, de uitvoerder van de werken of de innemer van het openbaar domein.

 

Artikel 4 - tarieven en berekening

 

§ 1 De retributie bedraagt 0,60 euro per begonnen m² per dag ingenomen oppervlakte van het openbaar domein, met een minimumbedrag van 35 euro.

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van juli van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van januari 2026.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar onder of boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 5 - vrijstellingen

 

§ 1 Enkel de vrijstellingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

§ 2 Van de retributie zijn vrijgesteld:

 

1° de inname van het openbaar domein voor bouw- of verbouwingswerken op het privédomein korter dan 8 uur

 

2° de inname van het openbaar domein bij het bouwen of bij werken door of voor rekening van een gewest, provincie, gemeente, openbare instelling of erkende instellingen van openbaar nut

de inname van het openbaar domein bij het bouwen van gemeenschapsvoorzieningen waarvoor een gemeentelijke toelage verleend wordt

 

3° de inname van het openbaar domein bij mobiele bouwplaatsen voor de aanleg van openbare nutsleidingen.

 

Artikel 6 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging.

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen.

 

Artikel 7 - bezwaar

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 8 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Financieel beleid - gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenteraad keurde op 21 december 2023 het gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen goed. Dit reglement geldt tot en met 31 december 2025.

 

Juridische gronden

 

Grondwet, artikel 173

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen  40, § 3 en 41

 

Omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Motivering

 

De gemeente beheert haar begraafplaatsen.

 

Op vraag van de familie van de overledene kan de gemeente voorzien in een afdekplaat, herdenkingsplaatje of gegraveerde ster.

 

Wanneer de grondplaat zes maanden na de begraving niets is vervangen door een grafmonument voorzit de gemeente een betonnen grondplaat.

 

De gemeente acht het billijk om voor deze prestaties een financiële vergoeding te vragen.

 

Het verwijderen van een grafmonument doet de gemeente kosteloos.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 16 ja stemmen en 8 onthoudingen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels)

 

Artikel 1 - het volgende retributiereglement goed te keuren:

 

Gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen

 

Artikel 1 - algemeen

 

Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 heft de gemeente Malle een retributie voor de gemeentelijke begraafplaatsen.

 

Artikel 2 - retributieplichtige

 

De retributie is verschuldigd door de aanvrager.

 

Artikel 3 - tarief en berekening

 

§ 1 De gemeente Malle hanteert de volgende tarieven:

 

Prestatie

Tarief

Voorzien van een afdekplaat voor bijzetting van de asurne in het urnenveld of in het columbarium

86,45 euro

Voorzien van een betonnen grondplaat op de begraafplaat Oude Molenstraat als de grondplaat zes maanden na de begraving niet vervangen is door een grafmonument

86,45 euro

Voorzien van een herdenkingsplaatje met de naam van de overledene bij uitstrooiing op de strooiweide

27 euro

Voorzien van een gegraveerde ster voor een sterrenkindje

27 euro

Verwijderen van grafmonumenten

gratis

 

§ 2 De tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de consumptieprijsindex van september van het voorafgaande jaar. De basisindex is de index van december 2025.

 

§ 3 Bedragen worden afgerond naar boven tot op 0,05 euro.

 

Artikel 4 - invordering

 

§ 1 De financieel directeur vordert de retributie in.

 

§ 2 De retributieplichtige betaalt de retributie binnen de dertig dagen na verzending van de factuur.

 

§ 3 Als de retributieplichtige de retributie niet binnen de dertig dagen betaalt, zal de financieel directeur de retributie invorderen volgens de volgende regels:

         Voor het betwiste gedeelte of een schuldvordering tegen een publieke rechtspersoon gelden de regels van de burgerlijke rechtspleging

         Voor het niet-betwiste gedeelte kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 5 - bezwaren

 

De retributieplichtige kan binnen de dertig dagen na de verzending van de factuur bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 6 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Politiezone - aanpassing van de verdeelsleutel van de gemeentelijke bijdrage aan de Lokale Politie Voorkempen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 25 november 2024 keurde de gemeenteraad de voorgestelde wijziging van de verdeelsleutel van de dotatie van de politiezone Voorkempen op basis van de volgende 3-staps aanpak goed:

 

Stap 1: Het voorstel vanuit het politiecollege: de geactualiseerde gegevens worden overgenomen, mits de correctie van correcte weging EUR/BEF. Voor 2025 wordt 1/3 van het verschil in percentage doorgerekend. In deze stap is de gemeente Brecht bereid om 29% aan te houden ten voordele van de gemeente Malle.

 

Gemeente

Nieuwe dotatie Correctie EUR/BEF

1/3 Doorrekening 2025

Dotaties na tegemoetkoming Brecht

Brecht

28,29%

28,76%

29,00%

Malle

22,43%

20,48%

20,24%

Schilde

25,27%

27,70%

27,70%

Zoersel

24,01%

23,06%

23,06%

 

Stap 2: Er wordt een studie besteld voor actualisering en objectivering van de berekeningswijze voor een correcte bijdrage vanuit de gemeenten uit de politiezone vanaf 1 januari 2026. Parameters kunnen o.a. zijn: huidige KUL-norm, weging en samenstelling van de uitrustingsscore, netto belastbaar inkomen en belastbaar KI enz.

 

Stap 3: Als in 2025 niet tot een akkoord wordt gekomen, treedt het fall-back mechanisme in werking. Het fall-back mechanisme bestaat erin dat Brecht, Malle en Zoersel een extra bijdrage doen, ten aanzien van de huidige verdeling van de dotatie (oud systeem), van 80.000 euro elks ten voordele van Schilde met ingang vanaf 1 januari 2026.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, in bijzonder artikel 40, derde en zesde lid en artikel 71, eerste lid

 

Koninklijk Besluit van 24 december 2001 tot vaststelling van de minimale begrotingsnormen van de lokale politie

 

Koninklijk Besluit van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone

 

Koninklijk Besluit van 5 augustus 2006 houdende wijziging van het Koninklijk Besluit van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone

 

Koninklijk Besluit van 5 september 2001 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de politie

 

Gemeenteraadsbesluit van 28 november 2024 'Politiezone Voorkempen - dotatie politiezone - aanpassing - goedkeuring'

 

Motivering

 

Voor 2025 werden zo de dotaties gecorrigeerd met de geactualiseerde gegevens op basis van een via Koninklijk Besluit voorziene standaard verdeelsleutel. Deze standaard verdeelsleutel bestaat uit:

         20% kadastraal inkomen

         20% belastbaar inkomen

         60% KUL-norm.

 

Hierbij werd 1/3 van het verschil in percentage ten opzichte van de huidige verdeelsleutel doorgerekend. In deze stap was de gemeente Brecht bereid om 29% aan te houden ten voordele van de gemeente Malle. Dit gaf onderstaande verdeelsleutel:

 

Gemeente

Nieuwe dotatie correctie EUR/BEF

1/3 doorrekening 2025

Dotaties na tegemoetkoming Brecht

Brecht  

28,29%

28,76%

29,00%

Malle   

22,43%

20,48%

20,24%

Schilde 

25,27%

27,70%

27,70%

Zoersel 

24,01%

23,06%

23,06%

 

Voor 2026 werd, na verschillende overlegmomenten en de raadpleging van professor Herman Matthijs in het politiecollege besloten om het fall-back mechanisme (stap 3 in de aanpassing van eind 2024) te gebruiken.

 

Het fall-back mechanisme bestaat erin dat Brecht, Malle en Zoersel een extra bijdrage doen, ten aanzien van de ‘oude’ verdeling van de dotatie voor een totaalbedrag van 240.000 euro ten voordele van Schilde en dit enkel voor de gewone dienst. Deze verdeling van dit bedrag gebeurt volgens de ‘oude’ verdeelsleutel. Dit geeft na herrekening volgende verdeelsleutel voor de gewone dienst:

 

Gemeente

‘oude’ verdeelsleutel

Dotaties na verrekening 240.000 euro

Brecht  

29,00%

29,65%

Malle   

19,50%

19,94%

Schilde 

28,91%

27,31%

Zoersel 

22,59%

23,10%

 

Voor 2027 en 2028 werd in het politiecollege overeengekomen om de dotaties voor zowel de gewone als buitengewone dienst aan te passen als volgt:

 

Gemeente

Verdeelsleutel 2027 en 2028

Brecht  

30,00%

Malle   

19,90%

Schilde 

27,00%

Zoersel 

23,10%

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - akkoord te gaan met de voorgestelde wijziging van de verdeelsleutel voor 2026 waarbij voor de gewone dienst volgende percentages worden gehanteerd:

 

Gemeente

Verdeelsleutel gewone dienst

Verdeelsleutel buitengewone dienst

Brecht

29,65%

29,00%

Malle

19,94%

19,50%

Schilde

27,31%

28,91%

Zoersel

23,10%

22,59%

 

Artikel 2 - akkoord te gaan met de voorgestelde wijziging van de verdeelsleutel voor 2027 en 2028 waarbij voor de gewone en buitengewone dienst volgende percentages worden gehanteerd:

 

Gemeente

Verdeelsleutel gewone dienst

Verdeelsleutel buitengewone dienst

Brecht

30,00%

30,00%

Malle

19,90%

19,90%

Schilde

27,00%

27,00%

Zoersel

23,10%

23,10%

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Veiligheid - gemeentelijke bijdrage 2026 aan de Lokale Politie Voorkempen - vaststelling

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenten die deel uitmaken van de Lokale Politie Voorkempen financieren het saldo van de zone.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, artikel 40 dat bepaalt dat elke gemeenteraad van de zone de dotatie stemt die aan de politiezone wordt betaald

 

Koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende vaststelling van de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotatie in de schoot van een meergemeentenzone

 

Motivering

 

Om te komen tot een positief algemeen begrotingsresultaat 2026 wordt de dotatie van de gemeente Malle voor 2026 vastgelegd op 2.983.449 euro exploitatietoelage en 294.372 euro investeringstoelage.

 

Financiële gevolgen

 

Volgnummer

MJP102691

Omschrijving

Dotatie - politiezone Voorkempen

Beschikbaar krediet

2.983.449 euro

Raming

2.983.449 euro

 

Volgnummer

MJP102695

Omschrijving

Investeringssubsidie - politiezone Voorkempen

Beschikbaar krediet

294.372 euro

Raming

294.372 euro

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de bijdrage van de gemeente Malle, zoals ingeschreven in de begroting 2026 van de politiezone Voorkempen, namelijk 2.983.449 euro exploitatietoelage en 294.372 euro investeringstoelage, goed te keuren.

 

Artikel 2 - een afschrift van dit besluit te bezorgen aan de provinciegouverneur en aan de Lokale Politie Voorkempen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Meerjarenplan - gemeentelijke bijdrage 2026 aan de Brandweerzone Rand - vaststelling

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeenten die deel uitmaken van de Brandweerzone Rand financieren jaarlijks het saldo van de zone.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 40 en 41

 

Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, inzonderheid art. 68: “De gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting.”

 

Omzendbrief BB 2014 van het Vlaams Ministerie van Bestuurszaken, ABB, Boudewijnlaan 30 bus 70, 1000 Brussel van 5 september 2014 waarbij gemeld wordt dat vanaf 1 januari 2015 de brandweerzones actief worden

 

Motivering

 

Om te komen tot een positief algemeen begrotingsresultaat 2026 wordt de dotatie van de gemeente Malle voor 2026 vastgelegd op 687.526 euro exploitatietoelage en 200.427 euro investeringstoelage.

 

Financiële gevolgen

Volgnummer

MJP102690

Omschrijving

Dotatie - brandweerzone Rand

Beschikbaar krediet

687.526 euro

Raming

687.526 euro

 

Volgnummer

MJP102694

Omschrijving

Investeringssubsidie - brandweerzone Rand

Beschikbaar krediet

200.427 euro

Raming

200.427 euro

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de bijdrage van de gemeente Malle, zoals ingeschreven in de begroting 2026 van de Brandweerzone Rand, namelijk 687.526 euro exploitatietoelage en 200.427 euro investeringstoelage, goed te keuren.

 

Artikel 2 - een afschrift van dit besluit te bezorgen aan de provinciegouverneur en aan de Brandweerzone Rand.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Intergemeentelijke handhaving - projectfiche van IGEAN inzake handhaving omgeving - bepalen van drie gemeentelijke prioriteiten bovenop de prioriteiten van het Vlaams gewest en het parket van de procureur des Konings - afsprakennota tussen IGEAN en het gemeentebestuur - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Sinds de inwerkingtreding op 1 maart 2018 van het decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning en het daarbij horende handhavingsbesluit, hebben de gemeenten een aantal mogelijkheden, maar ook verantwoordelijkheden, gekregen voor de organisatie en uitoefening van een effectief en doortastend (bestuurlijk) handhavingsbeleid inzake ruimtelijke ordening. Dit kan gemeentelijk, maar ook intergemeentelijk ingevuld worden.

 

Op 26 november 2020 keurde de gemeenteraad drie gemeentelijke prioriteiten en de afsprakennota tussen IGEAN en het gemeentebestuur goed.

 

Voor de nieuwe legislatuur heeft IGEAN een voorstel uitgewerkt ter ondersteuning van de lokale besturen voor de handhaving op het vlak van ruimtelijke ordening en milieu. Voor de handhaving op het vlak van ruimtelijke ordening wenst IGEAN een intergemeentelijk team samen te stellen bestaande uit Intergemeentelijke Verbalisant(en) (IGV) en Intergemeentelijke Stedenbouwkundige Inspecteur(s) (IGSI) die kunnen optreden in alle deelnemende gemeenten. Het intergemeentelijk team ondersteunt de lokale besturen in het doorlopen van een handhavingstraject waarin op een efficiënte wijze gebruik wordt gemaakt van de voorziene mogelijkheden.

 

IGEAN kan overgaan tot handhaving indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

        Overtreding op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en/of andere regelgeving inzake ruimtelijke ordening.

        Tijdstip feiten: IGEAN kan geen overtredingen handhaven die dateren van voor 1 maart 2018, zijnde de inwerkingtreding van de nieuwste regelgeving op handhaving ruimtelijke ordening. IGEAN kan geen feiten handhaven die zijn verjaard.

        Prioriteiten: IGEAN handhaaft geen feiten die niet tot de prioriteiten behoren van het lokaal bestuur, het parket of de Vlaamse overheid tenzij er een voldoende ernstige schending van de goede ruimtelijke ordening wordt aangetoond.

        Er is sprake van een ernstige schending van de goede ruimtelijke ordening.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (VCRO)

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning

 

Besluit van de Vlaamse regering betreffende de handhaving van de ruimtelijke ordening en tot wijziging en opheffing van diverse besluiten van 9 februari 2018

 

Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023

 

Beslissing van de gemeenteraad van 26 november 2020 'Ruimtelijke ordening - intergemeentelijke handhaving - beleidsplan van IGEAN inzake handhaving ruimtelijke ordening – bepalen van drie gemeentelijke prioriteiten bovenop de prioriteiten van het Vlaams gewest en het parket van de procureur des Konings - afsprakennota tussen IGEAN en het gemeentebestuur – goedkeuring'

 

Motivering

 

Omgevingsbeleid heeft betrekking op het beleid dat wordt gevoerd op het vlak van milieu, natuur en ruimtelijke ordening. Omgevingshandhaving draagt bij tot de realisatie van het omgevingsbeleid door de nalevingsgraad van vergunningen en regelgeving te verbeteren en instrumenten in te zetten om schendingen te stoppen en herstel te realiseren. Een gezonde, veilige en kwaliteitsvolle omgeving waarborgen en schade aan het leefmilieu, de natuur en de goede ruimtelijke ordening voorkomen, staan daarbij voorop.

 

Een lokaal omgevingshandhavingsbeleid legt de basis voor omgevingshandhaving in dienst van het algemeen belang. Een sterk omgevingshandhavingsbeleid vraagt om doordachte beleidsmatige keuzes op basis van handhavingsprioriteiten.

 

Het gemeentebestuur moet een drietal prioriteiten bepalen bovenop de gewestelijke prioriteiten en de prioriteiten van het parket. Zonder dergelijke prioriteiten zal ook de Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering geen positief advies uitbrengen en zullen er geen administratieve sancties worden opgelegd. Deze werkwijze is gestoeld op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel.

 

Deze gemeentelijke prioriteiten worden geëvalueerd en indien nodig aangepast. Feiten die onder deze prioriteiten vallen, zullen waar nodig het volledige handhavingstraject doorlopen met het oog op herstel.

 

Het bepalen van deze prioriteiten sluit niet uit dat er niet tegen andere overtredingen kan worden opgetreden. Indien een overtreding niet tot de prioriteiten van een lokaal bestuur behoort, kan IGEAN een proces-verbaal opstellen en het dossier verder behandelen op voorwaarde dat er een ernstige schending van de ruimtelijke ordening is.

 

IGEAN biedt handhaving op twee ondersteuningsniveaus aan:

        Niveau 1: zachte handhaving
Het intergemeentelijk team bereidt het dossier voor, doet onderzoek ter plaatse en stelt raadgevingen en aanmaningen op. Dit gebeurt aan de hand van het bijhorende dossier en de concrete feitelijke situatie.

        Niveau 2: opmaak PV of verslag van vaststelling & bestuurlijke en (straf)rechtelijke handhaving
Het intergemeentelijk team stelt een proces-verbaal of een verslag van vaststelling op, al dan niet met stakingsbevel. Daarnaast ondersteunt en begeleidt het team de gemeente bij het uitwerken en opleggen van herstelgerichte maatregelen en herstelvorderingen, minnelijke schikkingen, … en dit zowel in het bestuurlijke als in het strafrechtelijke traject.

 

Van de twee voorgestelde ondersteuningsniveaus, lijkt het wenselijk om de zachte handhaving in eigen regie te behouden. Het leggen van de eerste contacten bij de vaststelling van inbreuken, gebeurt het best via de gemeente. Op deze manier kan de gemeente haar persoonlijke en eigen aanpak waarborgen. De gemeente kan zo, met kennis van zaken, rekening houdend met de plaatselijke gevoeligheden, nog de kans bieden aan overtreders om hun fouten recht te zetten binnen een korte termijn. Op deze manier kan gemeente Malle op maat van de situatie anticiperen.

 

Op niveau 2 wil het gemeentebestuur intekenen omwille van twee redenen. Enerzijds omdat men beroep kan doen op de deskundigheid van de dienst handhaving en de juridische dienst van IGEAN en anderzijds omdat er een feitelijke scheiding ontstaat tussen de dienst die ruimtelijke uitvoeringsplannen, verordeningen en vergunningen voorbereidt en de dienst die optreedt bij overtredingen (naar analogie van de scheiding der machten).

 

Financiële gevolgen

Volgnummer

MJP102717 (onder voorbehoud van goedkeuring MJP 2026-2031)

Omschrijving

Bijdrage IGEAN - intergemeentelijke handhavingsambtenaar

Beschikbaar krediet

23.508,02 euro in 2026

22.332,62 euro in de periode 2027 - 2031

Raming (inclusief btw)

20.656,65 euro

Vastlegging (inclusief btw)

20.656,65 euro

 

De financieel directeur leverde op 27 november 2025 een visum af.

 

De kostprijs van de intergemeentelijke samenwerking ter ondersteuning van de handhaving van de regelgeving op de Ruimtelijke Ordening bestaat uit de kostprijs van het intergemeentelijk team (personeelskost en werkingskosten).

 

De totale kosten van het intergemeentelijk team worden verdeeld over alle deelnemende gemeenten, rekening houdend met volgende parameters en de daarbij horende weging:

         30% gelijk over alle deelnemende gemeenten

         15% volgens aantal inwoners

         15% volgens oppervlakte

         40% volgens gekozen ondersteuningsniveau.

 

Bij de opstart van de samenwerking wordt er door IGEAN een raming voor het eerste werkingsjaar opgemaakt. Deze raming wordt bij wijze van voorschot aan elke deelnemende gemeente opgevraagd. Jaarlijks, na het afsluiten van de boekhouding van IGEAN dienstverlening wordt er een afrekening gemaakt en voorgelegd aan de betrokken deelnemers, met een overzicht van de reële kostprijs van het betrokken jaar. Het verschil ontstaan in boekjaar ‘n’ zal dan verrekend worden in de kostenraming van het jaar ‘n +2’, zodat er geen begrotingswijzigingen noodzakelijk zijn.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - kennis te nemen van de projectfiche ‘Intergemeentelijke werking handhaving RO en milieu’ van IGEAN.

 

Artikel 2 - volgende gemeentelijke prioriteiten goed te keuren:

  1. Woonentiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning werd verleend

Iedereen heeft recht op behoorlijke huisvesting. De Vlaamse Wooncode definieert dat grondrecht als “de beschikking over een aangepaste woning, van goede kwaliteit, in een behoorlijke woonomgeving, tegen een betaalbare prijs en met woonzekerheid”.

De inschrijving in het bevolkingsregister en de regelgeving inzake ruimtelijke ordening staan in principe los van elkaar. Inschrijvingen in het bevolkingsregister kunnen niet worden geweigerd om redenen van ruimtelijke ordening. Dit betekent dat de persoon een voorlopig inschrijving ontvangt. Wel kan de duur en het einde van de voorlopige inschrijving o.m. afhangen van een beslissing of maatregel van de gemeente om een einde te maken aan de onregelmatige toestand, bv. een regularisatievergunning.

Een regularisatievergunning kan enkel afgeleverd worden op voorwaarde dat de goede ruimtelijke ordening wordt gerespecteerd. Bij deze beoordeling zijn zowel woonkwaliteit als ruimtelijke inpasbaarheid belangrijke criteria. Het inrichten van een woning op een locatie die hiervoor niet geschikt is of het opdelen van een bestaande woning in meerdere wooneenheden, kan aanleiding geven aan een ongezonde en/of gevaarlijke woonomgeving of hinder veroorzaken naar de omgeving toe.

Komt de woonentiteit niet in aanmerking voor regularisatie, dan kan een handhavingsprocedure een einde maken aan de voorlopige inschrijving.

  1. Groenvoorzieningen of verhardingen die betrekking hebben op de beeldkwaliteit van Malle

Groenvoorzieningen en verharding zijn zeer beeldbepalend voor Malle als landelijke gemeente.

Specifiek betreft het overtredingen met betrekking tot het onvergund verharden van tuinen, rooien van bomen of (niet) aanplanten van groenvoorzieningen of bomen die werden opgenomen in een vergunning. Deze overtredingen hebben een nefaste invloed op de beeldkwaliteit van de gemeente. Malle is een groene en landelijke gemeente en wil de teloorgang van deze karakteristieken te allen tijde vermijden.

  1. Zonevreemde functiewijzigingen

Het bepalen van de juiste, toegelaten functie op een perceel of in een bepaald gebouw of constructie is één van de meest essentiële taken van ruimtelijke ordening. Dit heeft niet alleen te maken met de bestemming van het gebied, maar eveneens met het zoeken naar evenwicht tussen de diverse noden en verwachtingen. Het impliceert ook toezicht op het vermijden van (potentiële) conflicten.

 

Artikel 3 - de prioriteiten indien nodig aan te passen aan nieuwe tendensen of fenomenen in overtredingen.

 

Artikel 4 - erop te wijzen dat ook handhaving mogelijk blijft bij overtredingen die niet behoren tot de vastgestelde prioriteiten zoals vermeld in artikel 2 op voorwaarde dat er een ernstige schending van de ruimtelijke ordening is.

 

Artikel 5 - in te tekenen op ondersteuningsniveau 2 van het aanbod van IGEAN wat betreft handhaving ruimtelijke ordening.

 

Artikel 6 - de afsprakennota ‘Handhaving Ruimtelijke Ordening’ tussen IGEAN en het gemeentebestuur, bestaande uit 5 pagina's, goed te keuren.

 

Artikel 7 - dat de burgemeester en de algemeen directeur de afsprakennota vermeld in artikel 6 namens gemeente Malle ondertekenen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Project Brede School - IN-Z - samenwerkingsovereenkomst - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 17 december 2020 keurde de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst goed met vzw IN-Z voor de tewerkstelling van brugfiguren in het kader van het Project Brede School voor de periode van 1 september 2019 tot en met 31 december 2025.

 

Op 30 maart 2023 werd het addendum goedgekeurd waarbij het contingent van 0,5 VTE verhoogd werd naar 1 VTE.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40

 

Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 25 juni 2018 'Project Brede School - deelname - goedkeuring

 

Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 7 december 2020 'Project Brede School - samenwerkingsovereenkomst met IN-Z - doorverwijzing naar de gemeenteraad'

 

Gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2020 'Project Brede School - samenwerkingsovereenkomst met IN-Z - goedkeuring'

 

Beslissing van het college voor burgemeester en schepenen van 20 maart 2023 'Project Brede School - IN-Z - samenwerkingsovereenkomst - doorverwijzing naar de gemeenteraad'

 

Gemeenteraadsbeslissing van 30 maart 2023 'Project Brede School - IN-Z - addendum bij de samenwerkingsovereenkomst - goedkeuring'

 

Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025 'Project Brede School - IN-Z - samenwerkingsovereenkomst - doorverwijzing naar de gemeenteraad'

 

Motivering

 

De samenwerkingsovereenkomst loopt af op 31 december 2025 en om die reden dient er een nieuwe samenwerkingsovereenkomst afgesloten te worden, opnieuw voor 1 VTE zodat de functie van brugfiguur voor de gemeentelijke basisschool en voor de buitenschoolse kinderopvang kan behouden blijven.

 

Financiële gevolgen

 

Volgnummer

MJP102906

Omschrijving

Project brugfiguren - erelonen en vergoedingen

Beschikbaar krediet

28.500 euro

Raming (inclusief btw)

28.500 euro

Vastlegging (inclusief btw)

28.500 euro

 

De financieel directeur leverde op 3 december 2025 een visum af.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 20 ja stemmen en 3 onthoudingen (Wim Vervloet, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - de samenwerkingsovereenkomst met als titel 'Samenwerkingsovereenkomst lokale diensteneconomie tussen de gemeente Malle en vzw IN-Z' opgesteld op 26 november 2025, bestaande uit 3 pagina's, goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Autonoom Gemeentebedrijf Beerse - samenwerkingsovereenkomst voor het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad te Beerse voor schoolzwemmen - periode 2026-2031 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeente heeft een overeenkomst met het autonoom gemeentebedrijf (AGB) Beerse voor het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad als bevoorrechte partner voor het schoolzwemmen en de georganiseerde zwemlessen.

 

Het college van burgemeester en schepenen besliste op 20 oktober 2025 de intentie te hebben om voor de periode 2026-2031 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met het AGB Beerse voor het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad als bevoorrechte partner voor het schoolzwemmen.

 

De overeenkomst werd opgemaakt en wordt voorgelegd aan de gemeente Malle.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 40 en 41

 

Gemeenteraadsbeslissing van 28 november 2019 betreffende 'Zwembad Beerse - samenwerkingsovereenkomst met het autonoom gemeentebedrijf Beerse over het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad - goedkeuring'

 

Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 oktober 2025 betreffende 'Zwembad Beerse - intentie tot het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst met het autonoom gemeentebedrijf Beerse voor het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad voor de periode 2026-2031 - principebeslissing - goedkeuring'

 

Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025 betreffende 'Autonoom Gemeentebedrijf Beerse - samenwerkingsovereenkomst voor het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad te Beerse voor schoolzwemmen - periode 2026-2031 - doorverwijzing naar de gemeenteraad'

 

Motivering

 

De gemeente heeft al jaren een goede samenwerking met het AGB Beerse als bevoorrechte partner voor het schoolzwemmen. De huidige samenwerking werd grondig geëvalueerd en besproken.

 

Door het sluiten van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst is gemeente Malle ook de volgende zes jaren een bevoorrechte partner voor het schoolzwemmen van het AGB Beerse.

 

De voordelen voor de gemeente Malle en haar inwoners zijn de volgende:

         een voorrangsregeling voor Malse scholen bij het schoolzwemmen

         een voordeeltarief voor Malse scholen bij het schoolzwemmen

         een modern en kindvriendelijk zwembad

         de sportdienst Beerse organiseert en coördineert het busvervoer voor het schoolzwemmen.

 

De gemeente is er van overtuigd dat het een zeer grote troef is voor de Malse scholen dat zij gegarandeerd kunnen gaan zwemmen in Beerse. Het zwembad in Beerse is het dichtstbijzijnde zwembad dat voldoet aan de noden van de scholen van Malle. Wanneer er geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend, kan de gemeente Malle niet garanderen dat alle Malse scholen in een ander zwembad in de nabije omgeving terecht zullen kunnen. 

 

Op basis van het bovenstaande heeft het AGB Beerse een nieuwe samenwerkingsovereenkomst opgemaakt voor een duurtijd van zes jaar.

 

Financiële gevolgen

De geraamde uitgaven voor het schoolzwemmen zoals voorzien in de samenwerkingsovereenkomst zijn opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031. In 2026 bedraagt de bijdrage 131.643,09 euro inclusief btw. In de overeenkomst is vanaf 2027 een indexering van dit bedrag voorzien.

 

Volgnummer

MJP102145

Omschrijving

Subsidie - schoolzwemmen

Beschikbaar krediet

131.645 euro

Raming (inclusief btw)

131.643,09 euro

Vastlegging (inclusief btw)

131.643,09 euro

 

De financieel directeur leverde op 3 december 2025 een visum af.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de samenwerkingsovereenkomst met het AGB Beerse voor het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad te Beerse als bevoorrechte partner voor het schoolzwemmen goed te keuren als volgt:

 

Overeenkomst betreffende het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad te Beerse voor schoolzwemmen

 

Tussen

 

Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Beerse, met ondernemingsnummer 842-894-861 en maatschappelijke zetel gevestigd te Rerum Novarumlaan 31 te 2340 Beerse

Vertegenwoordigd door Bart Smans, voorzitter van de raad van bestuur en Elle Verwaest, algemeen directeur.

 

Hierna genoemd het “AGB Beerse”

 

en

 

Gemeente Malle, met ondernemingsnummer 0207.537.240 en maatschappelijke zetel gevestigd te Malle, Anwerpseweg 246, vertegenwoordigd door mevrouw Maïthé van Dorst, voorzitter gemeenteraad en de heer Sven Brabants, algemeen directeur handelend in uitvoering van de beslissing van de gemeenteraad van Malle van 15 december 2025.

 

Hierna genoemd ‘gemeente Malle”

 

Is overeengekomen wat volgt:

 

Artikel 1: Voorwerp van de overeenkomst

Deze overeenkomst heeft tot doel tegemoet te komen aan de nood aan zwembaden in de regio en meer specifiek om een oplossing te bieden aan de problematiek van het schoolzwemmen. Deze overeenkomst omvat de modaliteiten van het betalen van de jaarlijkse exploitatiekost en de in ruil hiervoor verkregen rechten op het gebruik van het zwembad. In ruil voor de tussenkomst in de exploitatiekost van het zwembad, verkrijgt de participerende gemeente bepaalde rechten / faciliteiten met betrekking tot het gebruik van het zwembad.

 

Artikel 2: Exploitatiekost

De financiële tussenkomst in de exploitatiekosten van het zwembad voor de gemeente Malle bedraagt jaarlijks 108.795,94 euro excl. 21% btw (als tussenkomst in de exploitatiekosten voor het schoolzwemmen). De tussenkomst wordt gekoppeld aan de index der consumptieprijzen en van rechtswege en zonder ingebrekestelling jaarlijks op de verjaardag van de overeenkomst, aangepast volgens de formule:

 

Basisbedrag  x nieuwe indexcijfer = nieuwe tussenkomst

          aanvangsindexcijfer

 

Het basisbedrag bedraagt 108.795,94 euro excl. 21 % btw voor het schoolzwemmen.

 

Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van de overeenkomst, dus december 2025 (basis 2013=100).

 

Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer der consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de verjaardag van de inwerkingtreding van de overeenkomst (basis 2013=100).

De indexering gaat in vanaf 1 januari 2027.

 

Het door de verschillende partijen krachtens deze overeenkomst verschuldigde bedrag is betaalbaar na ontvangst van een factuur van het AGB Beerse en dit door overschrijving op volgend rekeningnummer binnen een periode van 30 dagen: BE36 0910 1938 5881.

 

Artikel 3: Duur van de overeenkomst

Deze overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van 6 jaar ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Na 3 jaar wordt er een tussentijdse evaluatie gehouden zodat eventuele bijsturingen van de samenwerking mogelijk zijn. 

 

Artikel 4: Rechten en verplichtingen van de contractspartijen

Het AGB Beerse is eigenaar van het zwembad en staat in voor het goed beheer en de exploitatie ervan. De participerende gemeentebesturen betalen jaarlijks een percentage van de exploitatiekosten, volgens de voorwaarden die gesteld worden in artikel 2 van deze overeenkomst. In ruil hebben deze gemeentebesturen volgende rechten:

 

Met betrekking tot het schoolzwemmen van de scholen op hun grondgebied:

         de zwemuren voor het schoolzwemmen worden tijdens de schooldagen ter beschikking gehouden van de participerende gemeentebesturen en dit voor de lopende periode van deze overeenkomst. Indien de voorziene zwemuren niet volledig ingevuld geraken door scholen uit de participerende gemeentebesturen, kunnen de overgebleven uren ingevuld worden door scholen uit andere gemeenten. Deze scholen betalen een hoger tarief per leerling dan scholen uit de participerende gemeentebesturen, zoals bepaald in artikel 5 van deze overeenkomst.

         Deze uren gelden op schooldagen (niet tijdens de schoolvakanties en op wettelijke feestdagen) en worden in overleg met de betrokken gemeentebesturen via de sportdiensten geregeld.

         het busvervoer wordt gecoördineerd en opgevolgd door sport Beerse.

         de verdeling van de zwemuren gebeurt in een overleg tussen de participerende gemeentebesturen en het AGB Beerse. Dit overleg zal jaarlijks in de periode april – mei plaatsvinden.

 

Artikel 5: Zwemuren en tarieven

De scholen betalen maandelijks de kosten van het schoolzwemmen. Leerlingen van Malse scholen genieten het voordeeltarief voor schoolkinderen van bevoorrechte partners. Dit tarief is bepaald in het retributiereglement op (Retributiereglement zwembad AGB Beerse), zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Beerse.

 

Het gemeentelijk retributiereglement voorziet een jaarlijkse indexering van het voordeeltarief, en dus voor het eerst op 1 januari 2027. Het retributiereglement wordt als bijlage aan deze overeenkomst gevoegd.

 

De kosten van het busvervoer welke jaarlijks via aanbesteding worden vastgelegd worden maandelijks rechtstreeks gefactureerd aan de scholen of op vraag aan de betrokken gemeentebesturen.

 

Artikel 6: Exploitatie

Het AGB Beerse verbindt er zich toe aan alle wettelijke verplichtingen inzake zwembadbeheer te voldoen.

 

Het bepalen van de openingsuren en het invullen ervan buiten de schooluren wordt bepaald door het AGB Beerse, op voorwaarde dat hiermee geen afbreuk wordt gedaan aan de zwemuren van de participerende gemeentebesturen tijdens de schooldagen.

 

Het AGB Beerse hanteert een huishoudelijk reglement voor het zwembad, dat als bijlage is opgenomen in deze overeenkomst.  Iedere bezoeker verklaart zich akkoord met en is onderworpen aan dit huishoudelijk reglement. Hierin zijn onder andere specifieke bepalingen inzake schoolzwemmen opgenomen en dit zowel voor zwembadpersoneel, leerkrachten/begeleiders als leerlingen.

 

Bij een langdurige sluiting van het zwembad door een technisch defect of door onvermogen overlegt het AGB Beerse met de gemeente Malle over de vastgelegde voorwaarden in deze overeenkomst.

 

Artikel 7: Slotbepalingen

Alle kwesties en geschillen inzake onderhavige overeenkomsten vallen onder de bevoegdheid van de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, afdeling Turnhout. Het Belgisch recht is van toepassing op deze overeenkomst.

Deze overeenkomst vervangt iedere vroegere overeenkomst, verklaring of ieder vroeger akkoord, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk met betrekking tot het voorwerp van deze overeenkomst.

Partijen bevestigen te goeder trouw te hebben gehandeld bij het onderhandelen en opstellen van huidige overeenkomst en bevestigen hetzelfde principe te willen respecteren bij de uitvoering ervan. De nietigheid van één van de bepalingen van onderhavige overeenkomst doet geen afbreuk aan de geldigheid van de andere bepalingen in de overeenkomst.

 

Opgemaakt te Beerse op 25 november 2025, in 2 exemplaren, waarvan elke partij verklaart een ondertekend exemplaar te hebben ontvangen.

 

Voor het AGB Beerse,

 

Voorzitter van de raad van bestuur

Bart Smans

 

Algemeen directeur

Elle Verwaest

 

Voor de gemeente Malle,

 

Voorzitter gemeenteraad

Maïthé van Dorst

 

Algemeen directeur

Sven Brabants

 

Bijlage(n)

1. Retributiereglement zwembad

2. Huishoudelijk reglement zwembad

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Projectwerking jongeren - samenwerking met Arktos vzw - samenwerkingsovereenkomst 2026-2028 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeente Malle werkt al verschillende jaren samen met Arktos vzw aan de uitbouw van een jongerenwerking. Van januari 2023 tot en met juni 2024 gebeurde dit binnen het kader van de realisatie van het Leader-project Samen-hang(en) in Malle. Een van de voorwaarden bij toekenning van de Leader-subsidies was de verduurzaming achteraf. De samenwerking met Arktos vzw werd, ondermeer om die reden, na juni 2024 al twee keer verlengd, de laatste keer tot december 2025.

 

De huidige samenwerking werd eind 2025 geëvalueerd en er werd voorgesteld om tot een langer lopende samenwerking over te gaan, zodat er tijd is om duurzame initiatieven en projecten op te zetten.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40

 

Beslissing van de gemeenteraad van 30 januari 2025 'Projectwerking jongeren - verderzetting samenwerking Arktos vzw - overeenkomst - goedkeuring'

 

Motivering

 

Het bestuur wil inzetten op projecten die het welzijn en welbevinden van jongeren in onze gemeente bevorderen, en de jongerenwerking uit het project Samen-hang(en) in Malle verderzetten en verduurzamen. Dit project past eveneens in de strategie kindvriendelijke gemeente, die in de gemeenteraad van 19 mei 2022 werd goedgekeurd. Het bestuur wil op een meer duurzame wijze samenwerken met Arktos vzw en sluit hiervoor een meerjarige overeenkomst af.

 

Financiële gevolgen

 

Volgnummer

MJP103441

Omschrijving

Samenwerking Arktos - erelonen en vergoedingen

Beschikbaar krediet

75.000 euro

Raming (inclusief btw)

75.000 euro

Vastlegging (inclusief btw)

75.000 euro

 

Het bedrag is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 voor 2026, 2027 en 2028, de looptijd van de overeenkomst.

 

De financieel directeur leverde op 3 december 2025 een visum af.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 21 ja stemmen en 3 neen stemmen (Wim Vervloet, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - de samenwerkingsovereenkomst met als titel 'Samenwerkingsovereenkomst Arktos - gemeente Malle_2026-2028’ tussen Arktos vzw en gemeente Malle, opgesteld op 28 november 2025, bestaande uit 4 pagina's goed te keuren.

 

Artikel 2 - dat de burgemeester en de algemeen directeur de samenwerkingsovereenkomst vermeld in artikel 2 namens de gemeente ondertekenen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Cultuur - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 29 juni 2023 'Huishoudelijk reglement voor het gebruik van culturele infrastructuur' - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

In het huidige huishoudelijk reglement voor het gebruik van de gemeentelijke lokalen zijn de regels voor gebruik bepaald. Uit evaluatie en vragen van verenigingen blijkt dat het opportuun is om enkele wijzigingen aan te brengen.  

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

 

Beslissing van de gemeenteraad van 29 juni 2023 'Huishoudelijk reglement voor het gebruik van culturele infrastructuur - goedkeuring' 

 

Motivering

 

Het huishoudelijk reglement voor het gebruik van culturele infrastructuur moet worden opgeheven zodat er een vernieuwd huishoudelijk reglement kan worden goedgekeurd.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de beslissing van de gemeenteraad van 29 juni 2023 'Huishoudelijk reglement voor het gebruik van culturele infrastructuur - goedkeuring' op te heffen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Cultuur - huishoudelijk reglement voor het gebruik van culturele lokalen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

In het huidige huishoudelijk reglement voor het gebruik van de gemeentelijke lokalen zijn de regels voor gebruik bepaald. Uit evaluatie en vragen van verenigingen blijkt dat het opportuun is om enkele wijzigingen aan te brengen.

 

Zo is in het huishoudelijk reglement bepaald dat de polyvalente ruimte in de kelder van het jeugdcomplex 'De Kelder' enkel kan gebruikt worden voor activiteiten met een cultureel karakter, die openstaan voor iedereen. In het huidige reglement is voorzien dat een reservatie maximum één jaar op voorhand kan gebeuren.

 

De gemeenteraad besliste op 15 december 2025 om het huishoudelijk reglement voor de culturele lokalen dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2023 op te heffen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40

 

Beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 'Cultuur - opheffing van de beslissing van de gemeenteraad van 29 juni 2023 'Huishoudelijk reglement voor het gebruik van culturele infrastructuur - goedkeuring' - goedkeuring'

 

Motivering

 

Voor het gebruik van de gemeentelijke culturele infrastructuur wenst het bestuur regels en afspraken vast te leggen in een huishoudelijk reglement. Na evaluatie wenst het bestuur enkele aanpassingen door te voeren aan het huishoudelijk reglement.

 

Zo wenst het bestuur het gebruik van De Kelder te verruimen en gebruik van de ruimte mogelijk te maken voor alle gebruikers ( verenigingen, buurtverenigingen, onderwijsinstellingen,... ), die momenteel toelating hebben om de culturele infrastructuur te gebruiken. Privégebruik wordt niet toegestaan.

 

In het huidige reglement is voorzien dat een reservatie maximum één jaar op voorhand kan gebeuren. Het bestuur wenst deze periode uit te breiden tot anderhalf jaar.

 

Verder worden nog enkele kleine aanpassingen gedaan.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - het volgende reglement goed te keuren:

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR HET GEBRUIK VAN CULTURELE INFRASTRUCTUUR

 

Hoofdstuk 1 -  Algemene bepalingen

 

Artikel 1 - Definities

 

Eenmalige activiteit:

Een niet wederkerende activiteit die een eenmalig karakter heeft. Deze mag zowel voor leden als niet-leden van een vereniging georganiseerd worden.

Bijvoorbeeld: tentoonstellingen, lezingen, spreekbeurten, film- en diavoorstellingen, toneelopvoeringen, alle soorten podiumactiviteiten, speel- en opvangactiviteit met kinderen, feestvieringen, recepties, ontmoetingsactiviteiten van verschillende aard, conferenties,…

 

Regelmatige activiteit:

Deze activiteiten hebben een regelmatig karakter (minstens 6x per jaar), en vinden plaats in een reeksverband.

Bijvoorbeeld: repetities, vergaderingen, wekelijkse activiteiten, cursussen,….

 

Soorten verenigingen:

         Erkende vereniging: vereniging die door de gemeente Malle erkend is

         Buurtvereniging: vereniging van één of meerdere straten binnen het grondgebied Malle. Zij kunnen er zelf voor kiezen om erkend te worden

         Non-profitvereniging: vereniging die niet erkend is, maar een nobel doel nastreeft op grondgebied Malle

         Jeugdvereniging: erkende jeugdvereniging in Malle

         Seniorenvereniging: erkende vereniging in Malle die voornamelijk activiteiten aanbiedt voor senioren (55+)

         Vereniging voor personen met een handicap: erkende vereniging in Malle, die voornamelijk activiteiten aanbiedt voor personen met een handicap

 

Artikel 2 - Lokalen

De lokalen worden als volgt ingedeeld:

 

Gemeenschapscentrum 'Alice Forceville', Sint-Jozeflei 26, 2390 Malle

         Zaal A (+/- 160 zitplaatsen)

         Zaal B (+/- 40 zitplaatsen)

         Zaal C (+/- 25 zitplaatsen)

         Zaal E (+/- 40 zitplaatsen)

         Keuken (zaal F)

         Bar (+/- 50 zitplaatsen)

 

Ontmoetingscentrum De Notelaar, Lierselei 15, 2390 Malle

         Foyer

         Feestzaal (+/- 200 zitplaatsen)

         Kleedkamers feestzaal

         Keuken

         Cafetaria (+/- 50 zitplaatsen)

         Dansstudio (vroegere zaal A en B)

         Kleedkamer voor dansstudio

         Zaal C (+/- 20 zitplaatsen)

         Zaal D (zonder drankgebruik) (+/- 20 zitplaatsen)

         Zaal E (+/- 20 zitplaatsen)

         Zaal F (+/- 25 zitplaatsen)

         Regiekamer (inclusief micro’s en podium)

 

Oud gemeentehuis, Dorpsplaats 1, 2390 Malle

         0.1 Leslokaal instrument (links 2 ramen)

         0.2 Klaslokaal notenleer

         0.3 Leslokaal slagwerk

         0.4-0.5 Leslokaal instrument (rechts 1 raam)

         0.6 Lokaal links vooraan (bergruimte)

         0.7 Wasruimte - middenruimte

         0.8 Lokaal links achteraan

         0.9 Lokaal rechts achteraan

         1.1 Leslokaal

         1.2 Leslokaal drama

         1.3 Lesgeverslokaaltje-bureau

         1.4 Leslokaal samenspel

         1.5 Toiletten

         1.6 Keuken

         1.7 Trouwzaal

 

Sint-Martinuspastorij, Berckhovenstraat 11, 2390 Malle

         Zolder

         Gelijkvloers

         Eerste verdieping

         Keuken
 

Jeugdcomplex, Lierselei 19, 2390 Malle

         Repetitieruimte

         Keuken

         Polyvalente zaal (De Kelder) (+/- 120 zitplaatsen)

 

Tornadotoren

         1e en 2e verdieping

 

GBS De Horizon

         Refter

 

Huis van het Kind

         Polyvalente ruimte

         Consultatieruimte en wachtzaal

 

Sint Jozeflei 24

         Ateliers

        Garage + achterplaats

 

Hoofdstuk 2: Gebruikers

 

Artikel 3 - Gebruikers

De volgende gebruikers krijgen toelating om de gemeentelijke lokalen te gebruiken:

         De erkende verenigingen van Malle

         De politieke partijen van Malle

         De onderwijsinstellingen, gevestigd op het grondgebied van Malle evenals hun oud-leerlingenbonden, ouderverenigingen, sportgroeperingen, enz...

         Buurtverenigingen van Malle

         Non-profitverenigingen, zoals vastgesteld in de lijst, die als bijlage bij het retributiereglement voor gebruik van de gemeentelijke lokalen wordt goedgekeurd

         Particulieren, maar enkel voor het gebruik van de Sint-Martinuspastorij, de repetitieruimte, de tornadotoren, en De Kelder (enkel voor activiteiten met een cultureel karakter, zie ook artikel 19 van dit reglement)

         Verenigingen, waarvan de zetel niet gevestigd is in Malle en die niet erkend zijn door het gemeentebestuur. Dit kan alleen als de gemeentelijke lokalen twee maanden voor de activiteit nog vrij zijn

         Ondernemingen, die ingeschreven zijn in de Kruispuntbank Ondernemingen, en voor handelsdoeleinden gebruik maken van de gemeentelijke lokalen. Dit kan enkel als de gemeentelijke lokalen twee maanden voor de activiteit nog vrij zijn

         Eigen organisaties van de gemeente Malle en samenwerkingen, waarbij de gemeente Malle als medeorganisator betrokken is

         De politiezone, brandweerzone en BIN-werkingen van Malle.

 

Elk van bovenstaande gebruikers kan een bepaald type huurder zijn:

         Standaard huurder: huurder die een lokaal reserveert dat beschikbaar is voor alle gebruikers, op basis van beschikbaarheid

         Regelmatige huurder: huurder die een vaste dag en een vast tijdstip krijgt toegewezen in de infrastructuur. Op andere tijdstippen is deze infrastructuur ook beschikbaar voor andere huurders

         Permanente huurder: huurder die voor onbepaalde tijd de beschikbaarheid heeft over een infrastructuur. Deze infrastructuur kan enkel in overleg met de permanente huurder verhuurd worden aan anderen

         Exclusieve huurder: deze huurder krijgt een lokaal permanent en exclusief ter beschikking. Het aan de huurder toegewezen lokaal kan niet door anderen gehuurd worden.

 

Artikel 4 - Afwijkingen

Afwijkingen kunnen worden toegestaan door het college van burgemeester en schepenen.

 

Hoofdstuk 3: Reservaties

 

Artikel 5 - Reserveren

De lokalen kunnen maximum anderhalf jaar op voorhand worden vastgelegd. Reservaties gebeuren via het digitaal reservatieprogramma. Elke vereniging ontvangt een persoonlijke code na aanvraag via vrijetijdsgebouwen.oost@malle.be en vrijetijdsgebouwen.west@malle.be.

Er kan ook een optie worden genomen op een lokaal, maar deze vervalt automatisch na 10 dagen.

Uitzonderlijke (meestal grote, eenmalige) activiteiten hebben voorrang op regelmatig weerkerende (wekelijkse, maandelijkse,... ) activiteiten. Deze uitzonderlijke activiteiten dienen daarvoor minstens 3 maanden op voorhand vastgelegd te worden, zodat de regelmatige gebruiker hiervan tijdig op de hoogte kan worden gebracht.

 

Artikel 6 - Prijzen

De huurprijzen worden bepaald in het retributiereglement voor gebruik van gemeentelijke lokalen. De prijzen omvatten het gebruik van het lokaal, het gebruik van het meubilair en nutsvoorzieningen, en het normale onderhoud.

 

Artikel 7 - Annulering

Annulering van een activiteit kan kosteloos tot een maand voor de geplande datum, via het digitaal reservatieprogramma. Daarna wordt het volledige bedrag aangerekend. 

De verhuurder behoudt zich het recht om een geplande activiteit niet te laten doorgaan bij onderverhuring van de lokalen en bij niet-naleving van het huishoudelijk reglement. Hetzelfde geldt voor misleidende aanvragen. Deze annulering geeft geen aanleiding tot schade-eisen vanwege de huurder.

 

Artikel 8 - Contract

Bij het reserveren via het reserveringsprogramma verklaart de huurder zich akkoord met de bepalingen uit dit reglement. Voor niet-erkende verenigingen, ondernemingen en particulieren wordt bijkomend per verhuring een contract afgesloten, dat door beide partijen moet worden ondertekend.

 

Hoofdstuk 4: Gebruiksvoorwaarden

 

Afdeling 1: Algemeen

 

Artikel 9 - Rechtmatig gebruik

Huurders mogen de gemeentelijke infrastructuur enkel gebruiken voor een activiteit georganiseerd door hun organisatie, niet voor privé-activiteiten van leden van hun organisatie. Privégebruik kan enkel in de daartoe bestemde lokalen en gebouwen.

 

Artikel 10 - Verhuurmodaliteiten

De lokalen in het gemeenschapscentrum Alice Forceville, ontmoetingscentrum De Notelaar, het jeugdcomplex Oostmalle , oud gemeentehuis Oostmalle, Tornadotoren , Huis van het Kind en GBS De Horizon worden verhuurd per uur of voor een volledige dag (blok van 16 uur).. Voor de Sint-Martinuspastorij geldt een andere regeling, waarbij enkel gehuurd kan worden per dag, weekdeel of weekend.

 

Artikel 11 – Start- en sluitingsuur

De lokalen kunnen gehuurd en gebruikt worden vanaf 08.00 uur tot 03.00 uur.

 

Artikel 12 - Gebruik lokalen en reiniging

Elk lokaal moet in dezelfde toestand achtergelaten worden als bij aankomst.
 

Algemeen moeten volgende zaken steeds in orde zijn bij vertrek:

         Juiste schikking van tafels en stoelen (volgens foto's in lokaal)

         Afval in de juiste vuilnisbakken en wegbrengen naar de afvalberging in de gebouwen waar dit van toepassing is

         Gebruikt materiaal afwassen, afdrogen en terugplaatsen

         Vloer: vegen, met water reinigen indien er vlekken gemaakt zijn

         Toog en tap met water reinigen

         Gebruikt materiaal terug op de originele plaats zetten

         Affiches en versieringen terug verwijderen

 

Bij gebruik keuken:

         Vloer poetsen met nat

         Vlekken verwijderen

         Wandtegels afwassen indien nodig

         Kookvuren, vaatwasser, ovens en eventuele andere toestellen reinigen

         Etensresten verwijderen

         Koelkast, diepvries en keukenkastjes volledig leeg en proper achterlaten

 

Toiletten:

         Toiletten moeten na de activiteit netjes achtergelaten worden, zodat een volgende activiteit kan gestart worden

         Vloer proper maken

         Lavabo reinigen

 

Verenigingen die exclusief en permanent gebruik maken van hun lokaal, moeten hun lokaal zelf poetsen op een grondige manier.

 

Het is uitdrukkelijk verboden om muren, podiumwanden, deuren of ramen te gebruiken als publiciteitsborden of aanhechtingspunten. Gebruik van plakband, duimspijkers, haken, nagels, krammen en dergelijke is verboden. Het uithangen van affiches of versieringen gebeurt op de daartoe voorziene plaatsen.

 

Artikel 13 - Vergoedingen bij niet proper achterlaten

Indien de lokalen niet volgens de afspraken worden achtergelaten, betaalt de gebruiker de kosten voor het poetsen volgens de geldende tarieven in het retributiereglement op het uitvoeren van werken voor derden. Dit geldt ook voor de verenigingen die exclusief en permanent gebruik maken van een lokaal, maar dit lokaal niet grondig poetsen en onderhouden.

Bij herhaling zullen de lokalen niet meer verhuurd worden aan de desbetreffende vereniging.

 

Artikel 14 - Schade aan lokalen

Eventuele beschadigingen, tijdens het gebruik toegebracht aan de lokalen en/of uitrusting, moeten op kosten van de huurder/gebruiker van de lokalen worden hersteld. Een gebruiker is verplicht om de aangebrachte schade onmiddellijk te melden aan de onthaalmedewerker of conciërge. Indien een gebruiker bij start van de activiteit schade opmerkt die niet door hem is toegebracht, dient hij dit ook onmiddellijk te melden.

Ook alle beschadigingen die rechtstreeks verband houden met een geplande activiteit dienen vergoed te worden door de organisator.

 

Artikel 15 - Fuiven en teerfeesten

Elke erkende vereniging of buurtvereniging van Malle mag maximum eenmaal per jaar een teerfeest, bal, danspartij, fuif of instuif en dergelijke organiseren in de gemeentelijke infrastructuur.

 

Artikel 16 - Veiligheid en geluid

Elke vereniging verbindt er zich toe te zullen voldoen aan de voorschriften inzake taksen op vertoningen en vermakelijkheden (Unisono) en inzake de geldende regelgeving, zoals bijvoorbeeld: leeftijdsgrens, geluidsoverlast en preventie van gehoorschade, ...

Er mogen niet meer mensen in een lokaal worden toegelaten dan de gangbare richtlijnen inzake veiligheid aangeven. De capaciteit van elk lokaal wordt bepaald per activiteit en in overleg met de dienst vrije tijd.  Nooduitgangen en vluchtwegen worden permanent vrijgehouden.

Er mogen geen activiteiten plaatshebben die de veiligheid van het gebouw en omgeving in gevaar kunnen brengen. Gasflessen mogen nooit in de gebouwen zelf gestockeerd staan of gebruikt worden.

 

Artikel 17 - Drank

De verenigingen zijn verplicht hun drank af te nemen van de daartoe bestemde stocks. Bestellingen gebeuren bij de onthaalmedewerkers vrijetijdsgebouwen, minimum twee weken voor de geplande activiteit. Er mogen geen eigen dranken worden meegenomen, uitgezonderd wijnen en schuimwijnen. Koffie en thee moeten, indien gewenst, door de vereniging zelf worden meegebracht. De verbruikskosten worden na de activiteit gefactureerd volgens de geldende drankprijzen, zoals voorzien in het retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke lokalen. Er is geen bediening voorzien. Handdoeken moeten door de verenigingen zelf worden meegebracht.

Kapotte of ontbrekende flesjes worden standaard aangerekend.

 

Artikel 18 - Toezicht

De verantwoordelijken (onthaalmedewerkers vrijetijdsgebouwen, deskundige cultuur, conciërge of andere bevoegde personen) in elk gebouwencomplex zullen toezicht houden op de lokalen en op de naleving van het reglement. Zij hebben steeds toegang tot alle lokalen.

 

Afdeling 2: Specifieke bepalingen per gebouw

 

Artikel 19

De gebruiker moet eveneens rekening houden met onderstaande extra richtlijnen voor bepaalde locaties:

 

De Kelder

Gebruik van de polyvalente ruimte in de Kelder is in eerste instantie voorbehouden voor activiteiten met een cultureel karakter, die openstaan voor iedereen. Aanvragen voor ander, eenmalig gebruik zijn enkel mogelijk voor verenigingen, en worden eerst voorgelegd aan de werkgroep Klub. K.

 

De aanwezige licht- en geluidsapparatuur kan enkel gebruikt worden na toestemming van het toezichthoudende personeel.

De keuken kan apart gebruikt worden. Activiteiten met een cultureel karakter, zoals hierboven beschreven, hebben echter steeds voorrang. De keuken kan niet apart gebruikt worden als er in de zaal van de Kelder een activiteit plaatsvindt.

 

Sint-Martinuspastorij

De pastorij kan gehuurd worden door zowel verenigingen, scholen, kunstenaars, bedrijven als privé personen. Activiteiten, waarbij gedanst wordt, zijn echter niet toegestaan. Er zijn prijzen in verschillende categorieën. De pastorijtuin kan op uitdrukkelijk verzoek daarin betrokken worden, maar doet geen exclusief gebruiksrecht ontstaan en blijft steeds publiek toegankelijk. Bij huur van een dagdeel is het de bedoeling dat de ruimte terug vrij is voor andere gebruikers na beëindiging van de reservatie. Indien de ruimte bezet blijft huur je voor de hele tijdsspanne. Het gelijkvloers en de zolder kunnen apart geboekt worden, maar niet tegelijkertijd.

 

Tornadotoren

De ruimtes van de Tornadotoren kunnen enkel gebruikt worden voor tentoonstellingen of optredens. Alle andere gebruik is uitgesloten.

 

Oud gemeentehuis Oostmalle

De Podium- en Beeldacademie hebben voorrang bij het gebruik van de lokalen in het oud gemeentehuis.

Ook aanvragen voor burgerlijke plechtigheden, recepties en evenementen georganiseerd door het gemeentebestuur, krijgen voorrang. 

Bij de huur van de trouwzaal voor een activiteit zit het gebruik van de keuken vervat in het gebruik.

Er wordt een permanent medegebruik van lokaal 1.1 door de Foto- en Cineclub Oostmalle toegestaan.

 

Huis van het Kind

Koninklijke Harmonie Sint-Laurentius heeft een permanent medegebruik voor wat betreft de polyvalente ruimte.

De berging, aansluitend aan de polyvalente ruimte, wordt exclusief voorbehouden voor Koninklijke Harmonie Sint-Laurentius.

Andere gebruikers richten hun aanvraag tot gebruik van de polyvalente ruimte tot de coördinator van het Huis van het Kind. De consultatieruimte en wachtzaal worden voorbehouden voor partners van het Huis van het Kind.

 

Sint Jozeflei 24

De Beeldacademie maakt exclusief gebruik van de atelierruimtes in dit gebouw.

K.T. toneelgezelschap De Schalmei maakt exclusief gebruik van de garage (+ achterplaats) en de ruimte rechts vooraan in dit gebouw.

 

Gemeenschapscentrum Alice Forceville

De keuken kan apart gebruikt worden. De keuken kan niet apart gebruikt worden als er in zaal E een activiteit plaatsvindt.

De bar moet altijd als een apart lokaal geboekt worden, bij een activiteit in zaal A.

Koken en frituren zijn in geen enkel ander lokaal (inclusief de bar) dan de keuken toegestaan. Voor het bereiden van hapjes of gerechten moet de keuken als afzonderlijke ruimte worden geboekt.

 

De Notelaar

De foyer van de Notelaar kan in bepaalde gevallen gebruikt worden als evenementenruimte of tentoonstellingsruimte. Indien men van deze ruimte voor een receptie of uitbreiding van een activiteit gebruik wil maken dient er telkens ook feestzaal of cafetaria bijgeboekt te worden. Aangezien de toegang naar alle lokalen via de foyer verloopt, wordt elke aanvraag steeds bekeken in functie van het geheel van activiteiten. De foyer kan dan ook niet geboekt worden via het reservatieprogramma, maar moet apart aangevraagd worden via de onthaalmedewerkers vrijetijdsgebouwen.

 

GBS De Horizon

Bij het gebruik van de refter van de gemeentelijke basisschool De Horizon hebben activiteiten van De Horizon en BKO Pinkeltje steeds voorrang op eventuele andere aanvragen.

 

Hoofdstuk 5: Bijzondere bepalingen

 

Artikel 20 – Naleving

De gemeente houdt toezicht op de naleving van de bepalingen van dit reglement en de samenwerkingsovereenkomst.

 

Artikel 21 - Betwistingen

Betwistingen over de toepassing en uitvoering van dit reglement worden beoordeeld door het

college van burgemeester en schepenen. Betwistingen moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over het al dan niet aangaan van de samenwerking schriftelijk worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen, Antwerpsesteenweg 246, 2390 Malle of via cultuur@malle.be. 

 

Ongeacht eventuele rechtsvervolging kunnen vastgestelde misbruiken of het niet of slechts gedeeltelijk voldoen aan de in dit reglement gestelde voorwaarden, leiden tot een tijdelijke of definitieve uitsluiting van de huur van lokalen.

 

Artikel 22 - Persoonsgegevens

De verzamelde persoonsgegevens worden enkel gebruikt in het kader van dit reglement en worden geregistreerd en bewaard overeenkomstig de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, zijn latere wijzigingen en zijn uitvoeringsbesluiten.

 

Artikel 23 - Inwerkingtreding en bekendmaking

§ 1 Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Erfgoed Voorkempen - verlengen projectvereniging - aanpassing statuten projectvereniging - beleidsplan en meerjarenbegroting 2027-2032 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Regionaal Landschap de Voorkempen neemt de coördinatie en uitvoering van een erfgoedwerking in de regio op zich sinds 2015 en dit via de projectvereniging Erfgoed Voorkempen.

 

In 2019 werd de projectvereniging voor 6 jaar verlengd tot 31 december 2025.

 

De basis van de werking vormen de intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst en de erfgoedcel. Beide werkingen gaan steeds over een samenwerking tussen Vlaanderen en de lokale besturen om bepaalde beleidsdoelen te realiseren.

         De intergemeentelijk Onroerend Erfgoeddienst (IOED) valt onder het beleidsdomein onroerend Erfgoed met de minister voor Onroerend Erfgoed en het agentschap Onroerend Erfgoed (opgestart in 2016)

         De Erfgoedcel of cultureel erfgoedconvenant (EGC) valt onder het beleidsdomein cultuur, jeugd en media, met de minister voor cultureel erfgoed en het departement cultuur, jeugd en media (opgestart in 2021).

 

Volgende gemeenten maken deel uit van de projectvereniging: Essen, Kalmthout, Wuustwezel, Kapellen, Brecht, Brasschaat, Malle, Schoten, Schilde, Zoersel, Wijnegem, Wommelgem, Ranst en Zandhoven. Behalve Kapellen zijn alle gemeenten lid van de erfgoedcel. Bij aanvang van de vorige beleidsperiode waren Essen, Kalmthout, Wuustwezel, Kapellen, Schilde, Zoersel, Wijnegem, Wommelgem en Ranst lid van de IOED (Intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst). In de loop van de voorbije jaren zijn ook Brasschaat, Brecht, Malle, Schoten en Zandhoven voor hun onroerend erfgoed de facto bij de IOED aangesloten.

 

Alle gemeenten hebben de keuze gemaakt aan welke deelwerking ze willen deelnemen voor de periode 2027-2032. Malle wil deelnemen aan de beide werkingen.

 

Om de 6 jaar moeten er beleidsplannen worden ingediend voor een volgende beleidsperiode bij de Vlaamse overheid voor de IOED en EGC. De goedkeuring van de beleidsplannen wordt bekrachtigd via een ministerieel besluit.

         Het beleidsplan onroerend erfgoed (IOED) moet bij het Agentschap Onroerend Erfgoed ingediend worden op 15 januari 2026.

         Het beleidsplan cultureel en immaterieel erfgoed (EGC) moet ingediend worden bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media tegen 15 april 2026.

 

Projectvereniging Erfgoed Voorkempen heeft in 2024-2025 een traject met de betrokken gemeenten en erfgoedpartners uit de regio opgezet om voor de periode 2027-2032 de integrale erfgoedwerking verder uit te bouwen.

 

De Raad van Bestuur van Erfgoed Voorkempen keurde de nieuwe beleidsplannen van IOED en erfgoedcel goed in zitting van 24 september 2025.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 40 en 41

 

Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014

 

Het Cultureelerfgoeddecreet van 23 december 2021

 

Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 5 juni 2026 ‘Erfgoed Voorkempen - intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst - visienota en financiële bijdrage – goedkeuring’

 

Beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2019 ‘Toetreding projectvereniging Erfgoed Voorkempen – goedkeuring’

 

Motivering

 

De gemeente Malle wil blijven inzetten op een kwalitatief en regionaal erfgoedbeleid. Het wenst hiervoor samen te blijven werken via de projectvereniging Erfgoed Voorkempen en gaat akkoord met de aangepaste statuten voor de projectvereniging. De gemeente Malle wil graag opgenomen worden in de verdere werking van de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED).

 

Erfgoed Voorkempen betrok in de voorbereiding voor de nieuwe beleidsplannen in voldoende mate de gemeente en haar lokale erfgoedpartners. De gemeente Malle kan dan ook akkoord gaan met de beide beleidsplannen en de bijhorende meerjarenbegrotingen, zowel voor de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst als voor de erfgoedcel.

 

Financiële gevolgen

De gemeente Malle heeft voldoende budgetten voorzien in haar meerjarenplan 2026-2031 voor het lidmaatschap en de werking van Erfgoed Voorkempen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - goedkeuring te verlenen aan de verlenging van de deelname aan de Projectvereniging Erfgoed Voorkempen voor de periode 2026-2031.

 

Artikel 2 - goedkeuring te verlenen aan de gewijzigde statuten van projectvereniging Erfgoed Voorkempen voor de periode 2026-2031.

 

Artikel 3 - goedkeuring te verlenen aan de verderzetting en uitbreiding van de huidige IOED werking. (Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst).

 

Artikel 4 - goedkeuring te verlenen aan het beleidsplan en de meerjarenbegroting van de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst Erfgoed Voorkempen periode 1 januari 2027 - 31 december 2032.

 

Artikel 5 - goedkeuring te verlenen aan de verderzetting van de huidige erfgoedcelwerking (cultureel erfgoedconvenant).

 

Artikel 6 - goedkeuring te verlenen aan het beleidsplan en meerjarenbegroting van de Erfgoedcel Erfgoed Voorkempen periode 1 januari 2027 - 31 december 2032.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Ondersteuning verenigingen - subsidiereglement ter ondersteuning van erkende verenigingen bij de organisatie van toonmomenten eigen werking in niet-gemeentelijke locaties - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De gemeente beschikt over een aantal culturele locaties, zoals De Notelaar en gemeenschapscentrum Alice Forceville. Deze worden ter beschikking gesteld aan de verenigingen in Malle. Deze eigen locaties zijn op dit moment echter niet geschikt voor sommige voorstellingen of toonmomenten van de Malse amateurkunstenverenigingen, waardoor deze moeten uitwijken naar externe locaties.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40

 

Motivering

 

De gemeente Malle wil haar erkende verenigingen ondersteunen die voor de toonmomenten van hun eigen werking moeten uitwijken naar andere locaties in Malle, indien de vrijetijdsinfrastructuur in beheer van de gemeente Malle niet toereikend is.

 

Dit reglement concretiseert de ondersteuning en biedt een duidelijk kader voor de wederzijdse engagementen en verwachtingen.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - onderstaand subsidiereglement ter ondersteuning van erkende verenigingen bij de organisatie van toonmomenten van eigen werking in niet-gemeentelijke lokalen goed te keuren:

 

Subsidiereglement ter ondersteuning van erkende verenigingen bij de organisatie van toonmomenten eigen werking in niet-gemeentelijke locaties

 

Artikel 1 – doel

 

De gemeente Malle wil haar erkende verenigingen ondersteunen die voor de toonmomenten van hun eigen werking moeten uitwijken naar andere locaties in Malle, indien de vrijetijdsinfrastructuur in beheer van de gemeente Malle niet toereikend is.

 

Dit reglement concretiseert de ondersteuning en biedt een duidelijk kader voor de wederzijdse engagementen en verwachtingen.

 

Artikel 2 – definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

         Toonmoment eigen werking:een activiteit of een geheel van activiteiten met culturele, educatieve of artistieke waarde, afgebakend in tijd en opzet, en uitgevoerd onder de vorm van bijvoorbeeld een voorstelling, optreden, concert, performance, én die uitgevoerd wordt door de eigen leden van de vereniging.

         Niet-gemeentelijke locatie: een locatie, binnen de gemeente Malle, maar niet beheerd door de gemeente Malle.

         Uit in Malle: de gemeentelijke activiteitenkalender. Input voor Uit in Malle gebeurt door de organisatoren via Uit in Vlaanderen.

         Erkende vereniging: de vereniging is een door het college van burgemeester en schepenen erkende vereniging in Malle, op basis van een van de erkenningsreglementen of op voordracht van een bevoegde adviesraad.

         Materialen, noodzakelijk voor opbouw en uitvoering: materialen, die noodzakelijk zijn om een niet-gemeentelijke locatie zo in te richten, dat het toonmoment er kan doorgaan. Materialen die hieronder begrepen kunnen worden zijn o.a. materialen voor de opbouw van een podium en/of tribune, materialen voor licht en geluid.

 

Artikel 3 – toepassingsgebied

 

Er kan een subsidie aangevraagd worden voor de tussenkomst in de huur van zalen en/of materialen, die noodzakelijk zijn voor de opbouw en uitvoering in de locatie. Er kan enkel een subsidie aangevraagd worden als de activiteit plaatsvindt op het grondgebied van Malle.

 

Artikel 4 – duur

 

Dit reglement is geldig voor onbepaalde duur.

 

Artikel 5 - subsidiebedrag

 

De door het college van burgemeester en schepenen toegekende subsidie bedraagt maximaal 50 % van de totale kost voor de huur van zalen en materialen en alleszins maximaal 1.500 euro inclusief btw.

 

Er kunnen maar subsidies toegekend worden binnen de perken van de jaarlijks vastgelegde kredieten in de meerjarenplanning van de gemeente Malle, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad.

 

Artikel 6 - voorwaarden

 

Om in aanmerking te komen voor de subsidie in het kader van dit reglement moet aan volgende voorwaarden voldaan worden:

         De vereniging is een erkende vereniging in Malle. Indien de aanvragende vereniging geen erkende vereniging is in Malle, kan het college van burgemeester en schepenen de aanvraag alsnog goedkeuren, na advies van de cultuurraad.

         Het toonmoment moet plaatsvinden in Malle.

         Het toonmoment moet toegankelijk zijn voor alle Mallenaren, ook zij die geen lid zijn van de organiserende vereniging.

         Het toonmoment moet kenbaar gemaakt worden via Uit in Malle.

         Het moet gaan om een toonmoment van de eigen werking van de vereniging.

         Er moet duidelijk aangetoond worden dat de vrijetijdsinfrastructuur van de gemeente Malle niet volstaat. Dit kan bv. op basis van bezoekersaantallen van vorige jaren, plannen van inname podium en zaal, …

 

Artikel 7 - aanvraag

 

Een subsidieaanvraag gebeurt via het daarvoor bestemde aanvraagformulier op www.malle.be.

Deze subsidie kan door een vereniging slechts eenmaal per jaar worden aangevraagd.

De aanvraag gebeurt steeds voorafgaand aan het toonmoment.

 

Artikel 8 – beoordeling aanvragen

 

Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt de aanvraag, na controle door en advies van de dienst vrije tijd.

 

Artikel 9 - uitbetaling

 

Na afloop van het toonmoment, en ten laatste zes maanden na afloop van het toonmoment, moet de aanvrager de nodige verantwoordingsstukken indienen via het formulier dat is terug te vinden op de gemeentelijke website.  

 

De uitbetaling van de subsidie gebeurt binnen een termijn van twee maanden na het indienen van de nodige facturen en betaalbewijzen op het rekeningnummer van de aanvrager.

 

Artikel 10 – controle en sancties

 

De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Zo niet vordert het college van burgemeester en schepenen de reeds ontvangen subsidie terug van de aanvrager.

 

In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente Malle beslissen om de toekenning van de subsidie in te trekken en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager in het kader van dit reglement.

 

De subsidie kan eveneens teruggevorderd worden:

         Wanneer niet voldaan is aan één van de voorwaarden van dit reglement

         Wanneer de procedure opgenomen in dit reglement niet werd gevolgd.

 

Artikel 11 - bezwaar

 

De vereniging kan binnen de dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

 

Artikel 12 – persoonsgegevens

 

De verzamelde persoonsgegevens worden enkel gebruikt in het kader van dit subsidiereglement en worden geregistreerd en bewaard overeenkomstig de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, zijn latere wijzigingen en zijn uitvoeringsbesluiten.

 

Artikel 13 - inwerkingtreding en bekendmaking

 

§ 1 Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§ 2 Het reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Meerjarenplan - toekennen van de subsidies op naam 2026 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Het meerjarenplan 2026-2031 bevat een aantal subsidies op naam voor het jaar 2026.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 23°

 

Motivering

 

De gemeenteraad wenst een aantal subsidies op naam toe te kennen voor het jaar 2026.

 

De volgende subsidies die voorzien zijn in het meerjarenplan worden niet toegekend omwille van de verplichte uittreding uit de Sportregio en worden dan ook niet in de lijst subsidies op naam opgenomen:

         Subsidie Sportregio Vlaanderen (1.700 euro)

         Subsidie Sportregio Vlaanderen G-sport (1.180 euro).

 

De subsidies voor Den Grooten Buurt, Samana Oostmalle, Gebuurt Schrobbershoek - volksspelen, Sinterklaasvrienden, vriendenkring Hoogstraatsebaan en de landbouwcommissie werden naar boven afgerond, respectievelijk 620, 575, 125, 125, 125 en 65 euro, waardoor er een klein verschil zit ten opzichte van het meerjarenplan.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 13 ja stemmen en 11 neen stemmen (Elisabeth Joris, Ingrid Vrints, Dominique Defossez, Wim Vervloet, Jolien Vrints, Yannis Leirs, Tinne Simons, Lode Hendrickx, Nicole Nagels, Robbe De Colfmaeker, Inneke Broeckx)

 

Artikel 1 - de volgende subsidies op naam toe te kennen voor het jaar 2026:

 

Omschrijving

2026

Kasteel Westmalle - subsidie - Kempens Landschap - Rondbouw - Uitvoering karkasrestauratie

954.075

Kasteel Westmalle - subsidie - Kempens Landschap - Rondbouw - Technieken

350.000

Kasteel Westmalle - subsidie - Kempens Landschap - Kasteel - Ereloon (voorontwerp-restauratiedossier)

222.711

Kasteel Westmalle - subsidie - Kempens Landschap - Rondbouw - Ereloon

132.241

Subsidie - schoolzwemmen

131.645

Kasteel Westmalle - subsidie - Kempens Landschap - Omgeving - Klein onderhoud

20.000

Kasteel Westmalle - subsidie - Kempens Landschap - groenbeheer park

16.800

Subsidie - toegang zwembad leerlingen

12.000

Investeringssubsidie - Sint-Pauluskerk

10.000

Subsidie - Regionaal landschap De Voorkempen

6.892

Subsidie - Kerkfabriek Sint-Paulus - tekort exploitatie en huurtoelage

6.183

Subsidie - KVC Oostmalle Sport

6.080

Subsidie - KVK Westmalle

6.080

Subsidie - Mariagaarde - gebruik piste

5.400

Subsidie - Bosgroep Kempen Noord vzw

5.000

Subsidie - feestcomité

4.375

Subsidie - verbroedering Europese gemeenten

4.100

Subsidie - Stichting Kempens landschap

3.350

Subsidie - braderijcomité Westmalle

2.250

Subsidie - dwaallicht

1.500

Subsidie - Den Grooten Buurt - huur tent

1.500

Subsidie - Gebuurt Schrobbershoek - huur tent

1.500

Subsidie - PIH-intercommunale milieudienst

1.164

Subsidie - heemkundige kring - drukken contactblad

1.000

Subsidie - heemkundige kring - werking

1.000

Subsidie - OKRA - onderhouden kapelletjes

1.000

Subsidie - Monnikenheide - gewoon spelen

700

Subsidie - Rode Kruis Malle

620

Subsidie - Den Grooten Buurt

620

Subsidie - Samana Oostmalle

575

Subsidie - adviesraad lokaal overleg kinderopvang

500

Subsidie - curama

500

Subsidie - kringloopwinkel de Cirkel - De Enter

500

Subsidie - gecoro

500

Subsidie - jeugdraad

500

Subsidie - milieuraad

500

Subsidie - sportraad

500

Subsidie - toerismeraad

500

Subsidie - oudercomité De Horizon

500

Subsidie - lokale economieraad

500

Subsidie - seniorenraad

500

Subsidie - AC DAL

440

Subsidie - Vriendenkring Brandweer Malle Oost

370

Subsidie - Vriendenkring Brandweer Malle West

370

Subsidie - katholieke vereniging gehandicapten

250

Subsidie - Den Grooten Buurt - gordel

250

Subsidie - SVG Oostmalle

250

Subsidie - De Lollepotters vzw - triatlon

250

Subsidie - VOC Kapellen

250

Subsidie - Monnikenheide - werkplaatssubsidie

125

Subsidie - 11 november Muzalliek/Sint-Laurentius

125

Subsidie - Oud-strijders

125

Subsidie - Gebuurt Schrobbershoek - volksspelen

125

Subsidie - Sinterklaasvrienden

125

Subsidie - vriendenkring Hoogstraatsebaan

125

Subsidie - Bedevaart naar de Graven aan de IJzer vzw

100

Subsidie - landbouwcommissie

65

Subsidie - Sint-Ambrosiusgilde

50

Subsidie - bijdrage in de financiële kosten NMVB

17

 

Artikel 2 - de dienst financiën te machtigen om een verklaring van rekeningnummer en bewijsstukken (onder andere facturen, betalingsbewijzen, ...) op te vragen om de subsidies te verantwoorden.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Omgeving –  rooilijnplan Tichelmanstraat - 1e afdeling, sectie C, nummer 1f2 – intrekking beslissing 24 april 2025 en weigering rooilijnplan van 24 juli 2025 - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

Op 14 januari 2025 heeft Immo Vertu bv een aanvraag voor omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden ingediend voor een verkavelingsontwerp van 2 kavels voor gekoppelde eengezinswoningen na het slopen van de bestaande gebouwen, het ontbossen van het perceel, het vellen van hoogstammige bomen en het wijzigen van het wegtracé, voor het eigendom Tichelmanstraat 48 en met als kadastrale omschrijving afdeling 1 sectie C nummer 1f2.

 

De aanvraag voor omgevingsvergunning werd volledig- en ontvankelijk verklaard op 27 februari 2025.

 

Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 6 maart 2025 tot 4 april 2025. Naar aanleiding van dit openbaar onderzoek werden drie bezwaarschriften of opmerkingen ingediend.

 

De bezwaarschriften bevatten geen argumenten over de zaak der wegen die ter beoordeling aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd.

 

Op 24 april 2025 besliste de gemeenteraad onder andere om de ontworpen rooilijn en het wegtracé van de Tichelmanstraat ter hoogte van de aangevraagde verkaveling goed te keuren en de grondoverdracht zoals aangeduid op het rooilijnplan opgemaakt door landmeter-expert Alessandro Heylen op 30 mei 2024 en met een oppervlakte van 45 m² op te leggen.

 

Op 4 augustus 2025 werd door het college van burgemeester en schepenen de omgevingsvergunning OMV_2024165259 voor een verkavelingsontwerp van 2 kavels voor gekoppelde eengezinswoningen na het slopen van de bestaande gebouwen, het ontbossen van het perceel, het vellen van hoogstammige bomen en het wijzigen van het wegtracé voor een terrein met als adres Tichelmanstraat 48 en met als kadastrale omschrijving afdeling 1 sectie C nummer 1f2, geweigerd.

 

Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 4 augustus 2025 werd beroep ingediend door Matthijs Van de Pol namens Immo Vertu bv. De dienst omgevingsberoepen van de provincie Antwerpen heeft dit beroep volledig verklaard op 29 september 2025.

 

Op 28 oktober 2025 werd door de deputatie van de provincie Antwerpen gevraagd om binnen een termijn van 60 dagen een nieuwe gemeenteraadsbeslissing te nemen over de zaak der wegen omdat de gemeenteraadsbeslissing van 24 april 2025 in eerste aanleg genomen werd op basis van een foutief rooilijnplan.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40

 

Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019, artikels 3, 4 en 12 §2

 

Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 31

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet  betreffende de omgevingsvergunning  van 25 april 2014, artikel 47

 

Motivering

 

Op 24 april 2025 besliste de gemeenteraad onder andere om de ontworpen rooilijn en het wegtracé van de Tichelmanstraat ter hoogte van de aangevraagde verkaveling goed te keuren en de grondoverdracht zoals aangeduid op het rooilijnplan opgemaakt door landmeter-expert Alessandro Heylen op 30 mei 2024 en met een oppervlakte van 45 m² op te leggen. De breedte van de over te dragen grond (lot 3) op dit rooilijnplan bedroeg 23,52 meter en had een oppervlakte van 45 m².

 

Rooilijnplan goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 april 2025 (PIV3)

 

Op basis van de resultaten van het openbaar onderzoek bleek dat de perceelsbreedte op het rooilijnplan niet correct was en in realiteit een halve meter smaller was. Naar aanleiding van de ingediende bezwaren werd op 29 juli 2025 via een nieuwe projectinhoud (PIV4) onder andere een aangepast rooilijnplan opgemaakt door landmeter-expert Alessandro Heylen op 24 juli 2025, gevoegd bij de omgevingsaanvraag. Op dit rooilijnplan bedraagt de breedte van lot 3 23,02 meter, maar de af te stane oppervlakte over een diepte van 2,03 meter blijft ongewijzigd met een oppervlakte van 45 m².

 

Rooilijnplan ingediend op 2 juli 2025 (PIV4)

 

Ook dit rooilijnplan is niet correct. Als de breedte van lot 3 vermindert, dan neemt ook de oppervlakte af.

 

Op 7 november 2025 werd door de dienst omgevingsberoepen volgend bericht verstuurd aan de aanvrager, de landmeter en de beroepsindiener:

“Er werd tot op heden geen correct rooilijnplan aan het aanvraagdossier toegevoegd. U dient dit tijdig aan te leveren opdat de gemeenteraad binnen termijn zou kunnen beslissen.”

 

Tot op heden, 26 november 2025, werd geen correct rooilijnplan toegevoegd aan het aanvraagdossier.

 

De gemeenteraad kan enkel een goedkeuring geven aan een rooilijnplan met correcte afmetingen en oppervlaktes.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 – de beslissing van 24 april 2025 ‘Omgeving – wijziging rooilijn Tichelmanstraat - 1e afdeling, sectie C, nummer 1f2 – goedkeuring’in te trekken.

 

Artikel 2 - kennis te nemen van het beroep ingediend door Matthijs Van de Pol namens Immo Vertu bv tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 4 augustus 2025 tot weigering van de omgevingsvergunning voor een verkavelingsontwerp van 2 kavels voor gekoppelde eengezinswoningen na het slopen van de bestaande gebouwen, het ontbossen van het perceel, het vellen van hoogstammige bomen en het wijzigen van het wegtracé, voor het eigendom Tichelmanstraat 48 gelegen afdeling 1 sectie C nummer 1f2 (PIV 4).

 

Artikel 3 – kennis te nemen van de brief van de deputatie van de provincie Antwerpen

van 24 oktober 2025 en ontvangen op 28 oktober 2025, waarin gevraagd wordt aan de gemeenteraad om binnen een termijn van 60 dagen een nieuwe gemeenteraadsbeslissing te nemen over de zaak der wegen omdat er een beslissing is genomen op basis van een foutief rooilijnplan in eerste aanleg.

 

Artikel 4 – het rooilijnplan van landmeter-expert Alessandro Heylen van 24 juli 2025 niet goed te keuren.

 

Artikel 5 – dat tegen de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg beroep kan aangetekend worden conform artikel 31/1 van het omgevingsvergunningsdecreet:

"§ 1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dat na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste."

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Aanvullend politiereglement - parking Schepersdijk - invoering zone tonnagebeperking max. 3,5 ton uitgezonderd laden en lossen - goedkeuring

 

Toelichting

 

Aanleiding en context

 

De parking Schepersdijk werd recent vernieuwd. Momenteel wordt deze ook gebruikt door vrachtwagens als parkeerplaats. De infrastructuur is hier niet op voorzien en dit heeft al geleid tot vastgestelde schade.

 

Het is aangewezen om een verbod in te voeren voor voertuigen van meer dan 3,5 ton op de nieuwe parking in Schepersdijk met uitzondering voor laden en lossen.

 

Juridische gronden

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikels 286 tot en met 288

 

Koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten over de politie over het wegverkeer

 

Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer

 

Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald

 

Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 135, § 2, 1°

 

Decreet van 16 mei 2008 over de aanvullende reglementen en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens

 

Besluit van de Vlaamse regering van 23 januari 2009 over de aanvullende reglementen op het

wegverkeer en de plaatsing en de bekostiging van de verkeerstekens

 

Motivering

 

Elk aanvullend reglement moet goedgekeurd worden door de gemeenteraad.

 

 

De gemeenteraad besluit bij 24 ja stemmen

 

Artikel 1 - de toegang voor alle verkeer boven de 3,5 ton te verbieden 'uitgezonderd laden en lossen' op de parking Schepersdijk.

 

Artikel 2 - de bepalingen van artikel 1 ter kennis te brengen aan de weggebruikers door toepassing van verkeersborden met afbeelding van C21 - verboden toegang voor voertuigen zwaarder dan 3,5 ton, met hierbij de vermelding 'uitgezonderd laden en lossen' aan alle ingangen van de parking Schepersdijk.

 

Artikel 3 - dat de inbreuken op de beschikkingen van deze verordening zullen bestraft worden met politiestraffen, voor zover de wetten, algemene of provinciale verordeningen, die op dit stuk bestaan, geen andere straffen voorzien zijn.

 

Artikel 4 - inwerkingtreding, bekendmaking en kennisgeving

§1 Het reglement treedt in werking op 22 december 2025.

§2 Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

§3 Het reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan:

         het Vlaams Huis voor de verkeersveiligheid van het departement mobiliteit en openbare werken van de Vlaamse overheid, Koning Albert II-laan 20 bus 2 te 1000 Brussel

         de verkeersdienst van de lokale politie Voorkempen.

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Overzicht punten

GR van 15 december 2025

 

Vragen en mededelingen

 

De gemeenteraad neemt kennis van de volgende vragen en mededelingen:

         Raadslid Dominique Defossez stelt dat het college van burgemeester en schepenen op 24 november 2025 een advocaat heeft aangesteld in het dossier voor de sportsite. Hij vraagt of het dan zo een moeilijk dossier is. Hij vraagt of er dan onteigeningen komen. Hij geeft aan dat de kosten via de bestelbonprocedure geregeld worden. Wordt er dan een blanco cheque gegeven? Burgemeester Sanne Van Looy stelt dat het een complex proces is en dat het uiteraard geen blanco cheque is. Er wordt beroep gedaan op het advocatenkantoor wanneer de gemeente het nodig acht.

         Raadslid Ingrid Vrints stelt dat er bezorgdheden aan haar werden geuit met betrekking tot oudjaar aan het busstation. Burgemeester Sanne Van Looy stelt dat het een terechte bezorgdheid is en dat ze die ook heeft. Ze geeft aan dat het een hotspot is en dat de camera er terug komt. Niettemin zal niet alles vermeden kunnen worden, aldus burgemeester Sanne Van Looy.

 

 

 

Publicatiedatum: 04/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.